zondag 28 oktober 2007

gedichtje

De laatste keer dat ik Haarlem was om de laatste loterijbriefjes te fotograferen voor "van Papier naar Digitaal" lag er tussen de dokumenten van de loterij een papiertje met een "gedigt".

Dan roept het vragen bij je op wie was diegene die het geschreven heeft?
Wanneer ze leefde staat in het gedicht. Dat geeft dan enige houvast, maar ik ben er nog niet achter, volgende keer in Haarlem eens gaan zoeken naar deze twee vrouwen. Gewoon uit nieuwsgierigheid.

In de eet zaal hangt een bord met dit op schrift en de digt

Juffrouw Christina Brunt wed(uwe) wijlen zal(iger) Lambreght
Van der Horst overleden den 26 november Anno 1624

Christina Christelijk in Christu starf om leven
Haar sielen had sij d’aerd haar selft zij god beval
En heeft voor eeuwiglijk dees burgerij gegeven
Waar door zij jarelijks Christina vieren sal
Een maeltijt sij geschaft om twee mael te vergaren
Die door geval en tijd hier gasten sijn bekend
Dees eerst gehouden wierd doen sestien hondert jaeren
En vier maal ses men schreit op sondag in d’advent

Juffrouw Cornelia Brunt
Overleden den 16 julij Ao 1627

Nogh heeft Cornelia grootmoeders stam ten eeren
Ook eeuwigh als voorheen den wijn daar toe beregd
Zoo veel van noden zij tit deugds en vreugds vermeeren
God goes haer saam een vreugd die duurt in eeuwgheijd


Het gedicht verteld ons dus dat het gaat om Cristina brunt die weduwe was van Lambrecht van der Horst en zij is overleden 26 november 1624. vermoedelijk is Cornelia een zuster van haar. Cornelia overleed dus 3 jaar later op 16 juli 1627. Waarschijnlijk behoorden ze tot de gegoede burgerij, aangezien er een fonds werd nagelaten om maaltijden te verschaffen met wijn. Ergens in de papieren waar dit tussen zat moet het ook staan, als ik het gevonden heb laat ik het weten.