woensdag 25 maart 2015

Willem Smit het boefje.

Deze Willem Smit is geen familie, maar een Willem Smit die ik tegen kwam op zoek naar de Willem Smit die wel familie is. Maar ik vond het wel een aardig stukje om dat het een zicht geeft wat voor straffen er toen gegeven werden.

Vonnis                                    

In Naam des Konings.                                  

  De Arrondissements-Regbank, zitting hebbende te Amsterdam,
Derde Kamer,
regt doende in zaken van Correctionele Policie
in het Eerste ressort;
Gezien hebbende het Proces-Verbaal
van den Commissaris van Politie
van het derde kanton dezer Stad
op den  25st mei 1842 opgemaakt ten laste
van --- en de dagvaarding namens den   Officier van Justitie 
op den    Juni 1842 beteekend aan
Jan van  Raalte en Willem Smit
Gehoord de aanklagte van den Officier, tegen de voormelde


Jan van Raalte oud 13 Jaren zonder beroep
geboren en wonende te Amsterdam en
Willem Smit oud 13 jaren geboren te Amsterdam

Gehoord de mondelinge verklaringen der Getuigen, ten verzoeke
van gemelde Officier gedagvaard,
Gehoord het Requisitoir van denzelven Officier, daartoe strekkende  dat

* naar aanleiding van art 384, 381 nr4, 395, 386 nr1, 66 begin, 67
* derde alinea, 55 en 52 van het Wetboek van Strafregt als mede art 207 in verband
* met art 227, 119, 116 van het Wetboek van Strafvordering, de beklaagden
* zullen worden verklaard te hebben gehandeld met oordeel des
* onderscheids, en mitsdien zullen worden verlaard Schuldig
* aan Diefstal, met behulp van inbreken van buiten, bij nacht en
* door Twee personen gepleegd, in een bewoond huis, en zulks ge-
* pleegd met oordeel des onderscheid, en dientengevolge veroordeeld
* tot ene gevangenzetting ieder voor de tijd van 3 Jaren en
* in de kosten op ieder hunner voor het geheel te verhlen en Excutabel
* bij lijfsdwang; met bevel dat de stukken van overtuiging in dezen aan
* den daarop regt hebbende zullen worden terug gegeven






















De vereischten der Wet in acht genomen zijnde;
Gezien art 384, 381 nr4, 395, 386 nr1, 66 begin, 67  derde alinea,
 55 en 52 van het Wetboek van Strafregt gelet op  art 207
in verband  met art 227, 119, 116 van dat Strafwetboek

Art 384
* Met dwangarbeid met eenen tijd zal gestraft worden, al wie Schuldig
* is aan dieverijen, gepleegd met behulp van eenige middelen bij het 4de
* mummer van art 381 vermeld, schoon zelfs het breken, beklimmen en het
* gebruiken van de valsche sleutels plaats gehad mogt hebben, in gebouwen
* perken of omschuttingen, die niet tot bewoning dienen, en tot geene
* bewoonde huizen behooren en wanneer ook het breken niet dan
* binnens muur geschied mogt zijn.

Art 381 nr 4
* Dat zij de misdaad begaan hebben, het zij met behulp van inbreken van
* buiten, of van inklimming of van valsche sleutels, in een huis, appartement
* kamer of woonplaats, die bewoond worden, of die tot bewoning
* dienen, of in deszelven aan hoorigheden enz.
Art 386 nr 1
* Met het tuchthuis zal gestraft worden, al wie zich schuldig gemaakt
* heeft aan dieverijen, in een der navolgende gevallen gepllegd
* 1e Ingeval de dieverij bij nacht, of door 2 of meer personen gepleegd
* is, of zoo zij gepleegd is, met slechts eene van deze twee omstan-
* digheden, maar tevens op eene plaats, die bewoond was of tot
* bewoning diende.
Art 66
* Wanneer de beschuldigde beneden de 16 jaar is, zal ect
Art 67 derde alinea
* Zoo het uitgemaakt is, dat hij met oordeel de onderscheids ge-
* handeld heeft, zullen de straffen uitgewezen worden als volgt
* Indien hij in de straf van dwangarbeid voor een tijd of in
* die van het tuchthuis vervallen is, zal hij tot gevangen zit-
* ting in een verbeterhuis veroordeeld worden, voor het die de
* op het minst  en voor de helft op het hoogst, van den tijd. Was
* voor hij tot een dezer straffen had mogen veroordeeld worden.

Welke artikelen door de President zijn voorgelezen
Overwegende dat uit de be√ędigde verklaringen van
Twee getuigen, en de volledige bekentenis der beide
beklaagden wettiglijk en voldoende is bewezen, dat zij
zich in den avond van den 24 mei jl, omstreeks 10 uren
in de Halssteeg alhier, hebben schuldig gemaakt, aan het
bedrieglijk wegnemen van Drie petten, door middel van
het breken van een glasruit uit eenen  pettenwinkel
toebehorende aan den getuige Anth Bern. Brandt
Overwegende, dat de beiden beklaagden Dertien jaren
oud zijnde, overtuigend doen blijken, de daad te hebben
gepleegt, met oordeel des onderscheid
Overwegende dat zoo danig feit moet gequalificeerd worden
als diefstal door middel van braak, bij nacht, in een be-
woond huis, en zulks gepleegd met oordeel des onderscheids
Verklaart de beklaagden Jan van Raalten en
Willem Smit schuldig aan bovengemelde misdaad
Veroordeelt de alzoo schuldig verklaarden, tot eene
gevangen zetting in een huis van correctie ieder
den tijd van Dertig maanden, en in de kosten
van het proces, ieder in Solidum, invoerbaar bij lijfs-
dwang  En
Gelast dat de stukken van overtuiging aan de Eige-
naar, of regt hebbende zullen worden teruggegeven
Gewezen bij deRegtbank voorn. Derde Kamer
den vijtienden Junij 1842, door de Heeren Mr.
A. Backer jr. fungerend President, A.E. Penning
en F.L.H.J. Bosch van Drakenstein regters bij
die Regtbank en in het openbaar uitgesproken in tegen-
woordigheid van gezegde Heeren Regters, van Mr.
J. Messchert van Vollenhoven sub. Ofocier en
van Mr. D.A. Portielje PLaatsverv. Regter als
gecomm. Waarnemend Griffier
Waarna de ondertekening van de Heren volgt.

 









Een reactie posten