dinsdag 18 februari 2025

Testanent 1770

 

De Jannetje Heider in dit testament was de schoonmoeder van de broer van mijn oudvader Johan Frederik Gottmann.

 

Op den Vierde, Vijfde en Achtste october des Jaars Zeeventien hondert en Zeeventigh Compareerden vore mij Jebmer de Bruijn Notaris te Amsterdam, bij den Edelen Hove     
van Holland geadmitteerd.
1e   
De Heer Jacob van der Meer weduwnaar en
uit kragte van het mutuele testament op
den 32e October des jaars 1764 ten overstaan
van den Notaris Abraham Coimans en getuigen
hier ter Steede gepasseert, eenige en algeheele
geinstitueerde Erfgenaam van Jyffr. Janetta Walkart.
2e
  Juff. Margaretha Löhner huisvrouw
van de Heer Jan Christian Boutrop, ten
deezen met gemelde haare man geadsisteerd
en ier toe speciaal geauthoriseert.
3e
  De Wel. Edele Heeren Dirk Bas Backer
en Jan Servaas lijnslager
Regenten van het burger- Weeshuijs deeze
Stad ten deezen representeerende de gezaament-
lijke Heeren regenten van het gemelde Weeshuijs
als alimenteerende Andries Walkart.
4e
Juff. Sophia Elizabeth Fischer wed.
Jan Heider, in haar prive en als met dezelve
in gemeenschap van
goederen getrouwd geweest zijnde.
5e
Juff  Jannetje Heider huijsvrouw van David
Rust, ten deezen met dezelve haare man gead-
sisteerd en speciaal geauthoriseerd, voor haar
zelve en nog als een dogter, en met haare
nog minderjarige Zuster Maria Heider
eenige nagelaatene kinderen en ervgenaamen
ab intestato van wijlen de gemelde Jan Heider

wonende de comparanten allen binnen deze Stad
Te kjennen geevende: dat Juffrouw Jannetje
Roos in der tijd huisvrouw van de Heer Johan
Georg Reinharf, bij het mutueele Testament
door haar met gemelde haare man op den 5e
Maij Anno 1763 ten overstaan van den Notaris
Philip Zweerts en getuigen alhier opgerecht
onder andere heeft gelegateerd en ge prelega-
teerd om naa haar mans overlijden en eerder
niet te worden uitgevoert.
Aan Jannetje Walkart, haar Testatrices Kleijn=
dogter (zijnde des eerste Comparants overledene
huisvrouw) de somm van twee duijzend
guldens eens.
Aan Margaretha Löhner, meede haare
Testatrice kleindogter (zijnde de tweede
 comparante in deeze) een gelijke somme van
Twee Duizend gulden eens.
Aan Andries Walkart haar Testatrices
Kleijnzoon (welke in het Burger Weeshuijs
deezer Stad thans word gealimineerd) Een
somme van een duizend Guldens eens
Aan Sophis Elizabeth Fisher dochter van
haar Testatrices Zuster Maria Roos, aan
haar in huwelijk verwekt door Simon Fischer
(en zijnde de vierde comparante en deezen
de somme van Een Honderd Vijftig Guldens
eens
Aan Jan Heider, de man van de voorschrevene
Sophia Elizabeth Fischer, een gelijke sonne
van Een Hondert en vijftig Guldens eens
en aan Jannetje Heider (de vijfde comparante)
dochter van de voorschreevene Jan Heide en
Sophia Elizabeth Fischer echteliede mede een somme van Eenhonert vijftig Guldens
eens
Wijders prolegateerde de testatrice mede om
na des testateurs overlijden eerst te worden
uijtgekeert
Aan Jannetje Wallkart en Margarethe
Löhner voornoemt, alle haar Testatrices
klederen van zijde, linne, wolle en andere
stoffen, mits gaders goud, silver en juweelen
tot haar lichaam cieraad verstrekt hebbende
en dat bij het voorafsterven van Jannetje
Walkart of Margaretha Löhner de over,
geblevene dit legaat alleen zouide gebieten
Waar op sij Testateuren ter laats ter dood van
hun beijde tot executeurs van deezen Testa-
mente voogden over hunne minderjaarige
Erfgenaamen als ook om het recht en de gerech-
tiheijd der uitlandigen bij de scheijdinge des
boedels waar te neemen en hunne persoonen
te representeeren en tpt administrateurs der
minderjaarigen eerder uit landigen goederen
mitsfaders om bij de het zelve Testament
omschreevene Acte van Keuze uit te brengen
hebbende gesteld de E‘ E’ Nicolaus From
Hendrik Willem Löhmer en Abraham
ten Osselaar, niet zodaanige macht als daar
bij staat gemeld, en met uitsluijting van de
Edele Heeren Weesmeesteren zoo hier als elders
welk testament door de Testatrice met er
dood zijnde geconformeert vervolgens mede
is overleeden de voornooemde Legataris Jan
Heider en nunonlngs de eerstgenoemde
Jannetje of Jannetha Walkart
En bekenden sij conparanten als nu bij deezen
ontvangen te hebben uit handen van de
Heeren Nicolaas From, Hendrik Willem
LÖhner en Abraham ten Osselaar, in
hunne voorschreeve qualiteit,
d’eerste genoemde comparant Jacob van  de Meer
in Qualiteit als boven, Een somme van Twee
duizend Guldens eens                                                     f 2000,-
d’tweede comparante Margaretha Löhner
met adsistentie van voorn: haare man een
gelijke somme van twee duizend guldens
eens                                                                                f 2000,-
de Heeren derde comparenten voor en ten
behoeven van Andries Walkart een somme
van Een Duizzend Gildens eens                                   f 1000,-
de vierde comparante Sophia Elizabeth
Fischer Uijt haar eijgen hoofde de somme
van Een Hondert Vijftig Gulden eens                         f   150,-
en nog als in gemeenschap van goederen
getrouwd geweest zijnde met voornoemde
Jan Heider de helft van een gelijke deel
somma van Een Hondert Vijftig gulden
aan hem besproken                                                          f    75,-
                                                                     dus te samen   f  225,-
de vijfde  comparante Jannetje Heider  met

adsistentie van haare man uit eijgen  hoofde
meede een somme van Een Hondert Vijftog
Gulden                                                                               f  150,-
en als mede erfgenaame  voor den
de helft in de wederhelfte van het
Legaat ter somme vaneen hondert
vijftig gulden eens aan hem als
boven besprooken                                                             f   37:10
                                                                       te samen    f  187,10
Luisterende sij gezamenlijk en respective
comparanten de voorgemelde Heeren Nicolaas
From, Hendrik Willem Löhner en Abraham
ten Osselaar en hunner hier boovengedagte  Qua-
liteit finaal en absoluut wegens  de
vordering, zonder uit hoofde an het voor-
schreeve gelegateerde iets ten hunnen laste
nog tot lasten van die boedel of ervgenaamen
van wijlen Juffrouw Jannetje Roos
te reserveeren of open te houden, in teegendeel
aannemende en behoorende hun en een ieder
van hun neevens hunne Ervgenamen ten
allen tijde en teegens een iegelijk voor alle
naamaning en aanspraak te zullen
quarandeeren, mitsgaders kost en schadeloos
berrijden onder verband van hunne respective
persoonen en goederen en de Heere derde comparanten van de minderjarige Andries
Walkart als naa rechten
Laatstelijk verklaarden sij eerste en tweede
comparanten de Heer Jacob vaan der Meer
en Juff. Margaretha Löhne met adsistentie
als vooren, dat door wijlen Den Heer
Johan George Reinhard zelve naar het
afsterven v an zijne huijsv rouw juff. Jannetje
Roos, reets aan hun voldaan en tegen tegen quitantie overge-
geeven, zijn alle haare Testatrices klederen
van zijde, linne, wolle en andere stoffen
mitsgaders goud, zilver en juweelen tot
haar lichaams cieraad verstrekt hebbende
weshalve sij eerste en tweede comparanten
 daaromtrent niets meerder hebben te preken??
deeze en de meergedagte heeren executeurs
des wegens van alle verantwoording sijn
ontslaagen.
En consenteerden sij gesaamenlijke en
respectere comparanten hier van Acte
Gepasseert binne Amsteldam, en presentie
van Jacob Nagel en Leendert van Rijn
als getuigen

dan volgen er de handtekeningen van:

Bas Backer, J.S. Lijnslager, Jacob Nagele, Jannetje Hijder, david Rust,  Leendert van Rijn, Jacob van der meer, Jan Chrisitian Boutrop, MM Löhner en een merk voor de handtekening van Sophia Elizabet  Fischer wed, van Jan Hijder.


107.305

dinsdag 24 januari 2023

Zoveel verdriet, maar ook een beetje geluk

 Hendrik is 24 jaar als hij trouwt met zijn Grietje. Grietje is dan 23 jaar. Hendrik is scheepstimmerman dus hebben ze een inkomen en kunnen een huisje betrekken. Grietje raakt al snel zwanger en  Hendrik als timmerman zal wel snel een kribje voor de kleine gemaakt hebben, De zwangerschap zal wel zwaar zijn want Grietje is zwanger van een tweeling. Op 23 febr 1832 geeft Hendrik de geboorte aan van zijn dochter met de naam Geertrui vernoemd naar de moeder van Hendrik, Helaas is het voor Grietje nog niet over ze heeft het nog een paar dagen zwaar voor hun 2e kindje wordt geboren, eindelijk na 3 dagen is zoon Jan geboren vernoemd na de vader van Grietje. Hendrik zal wel hulp hebben gehad van familie en/of van buren want met een baan 2 baby-tjes en een vrouw die op krachten moet komen na de zware bevalling, want het zal hem moeilijk zijn om zich staande te houden met de verzorging van zijn gezin. Met de winter op zijn eind en het voorjaar in zicht slaat het noodlot toe. Slechts 3 weken na haar geboorte overlijd het dochtertje Geertrui, beide ouders zullen hier veel verdriet van hebben gehad ook al hebben ze het waarschijnlijk zien aankomen, Grietje herstelt maar langzaam, veel verdriet om haar verloren dochtertje de verzorging van zoontje Jan zal zwaar geweest zijn. Als Jan 3 maanden is overlijd Grietje .Nu moet Hendrik met ook dit verlies alleen zorgen voor zijn zoon. Maar het noodlot blijft Hendrik achtervolgen als zoon Jan bijna 5 maanden oud ook overlijd. Slechts 25 jaar en dan al 2 kinderen en een vrouw verloren. 

Gelukkig vind Hendrik in 1859 een nieuwe vrouw Lijsbet met wie hij in mei 1859 trouwt en waarbij hij 5 kinderen krijgt,
Marritj in 1850  zij trouwt in 1893 met Christiaan Jansen
Hilletje geboren 1863 overleden 1866
Jacob geboren 1867 overleden 1867
Jacob geboren 1868 (geen verdere gegevens van gevonden}
Hilletje geboren 1871 zij trouwt 1892 Warner van der Ven

Zo heeft Hendrik toch nog wat geluk in zijn leven en heeft hij de huwelijken van zijn dochters mee gemaakt. Hendrik is overleden na 1893 zijn overlijden heb ik niet gevonden ook van zijn  vrouw geen overlijden gevonden.

de geboorteaktes van Geertrui en Jan 

95313

zaterdag 15 oktober 2022

Overgrootvader Willem Smit

 

Vonnis
In    Naam    des    konings!

De Arrondissements-rechtbank, te Amsterdam. Derde Kamer,  regt doende in zaken van Correctionele Politie
Gezien het Proces-Verbaal van den Commissaris v an Policie in de 5e Sectie dezer Stat
Op den 7e November 1874 opgemaakt ten laste van--- en de dagvaarding namens de officier van Justitie, op den 27 November daaraanvolgende beteekend aan:
1e Willem Smit, woonende in de Leliedwarstraat 7
2e J.L. Leeman, woonende in de Egelantierstraat 5
Gehoord de aanklagte van den Officier,  tegen de  voormelde beklaagde opgevende genaamd te zijn 1e Willem Smit oud 52 jaren van beroep werkman, 2e Johannes Lodewijk Leeman oud 48 jaren van beroep aanspreker beide geboren en wonende te Amsterdam
Gehoord de mondelinge verklaringen der Getuige, ten verzoeke van gemelde Officier zullen worden verklaard schuldig aan het in vereeniging met elkander moedwillig toebrengen van slagen en stooten van een persoon waaruit geenerlei ziekte of beletsel van te werken gedurende meer dan 20 dagen is onstaan
en dientengevolge veroordeeld ieder tot betaling eener geldboete ten bedrage van drie Gulden, met bepaling dat de boete zoo de veroordeelde haar niet betaalt binnen twee maanden na daartoe te zijn aangemaand, vervanen zal worden voor een gevangenisstraf van een dag beide in solideren in de kosten van het regtsgeding ten behoeve van den Staat en invorderbaar bij lijfsdwang met vrijspraak van de 1e beklaagde van ’t meerdere hem ten laste gelegde
Gelet op de verdediging  dat de beklaagde te dezen teregtzitting zijnde gedagvaard, ten zake dat hij te zamen en in vereeniging met elkander in den namiddsg van maandag 6 November 1876 te circa 5.30 ure Frits van Os in diens woning in de 3e Leliedwarsstraat te Amsterdam moedwillig mishandeld hebben de 1e beklaagde door hem gewelddadig bij de beenen te grijpen en hem zodoende achterover op den grond te doen vallen.alsmede door hem  met de eene hand bij dde keel te grijpen en met de andere hand in de lippen en de kin te knijpen en de tweede beklaagde door hem gewelddadig bij de haaren te grijpen en te trekken, hebbende de eerste beklaagde bovendien dij deszelfde gelegenheid Annie Hendrina Vinkenberg huisvrouw van voornoemde van Os gewelddadig en moedwillig bij de borst gegrepen: Overwegende dat van deze de beklaagden ten laste gelegen feiten wettig en overtuigend is bewezen de hiervoren vermelde mishandeling van Frits van Os en veel over de verklaringen ten teregtzitting is afgelegd over den eerste en de tweede de onder eede gehoorde getuigen die verklaard hebben  de 1e dat op tid en plaats als voren beide beklaagden te zamen en in vereeniging met elkander handelende na een vooraf gaande ruzie hem Frits van Os op de wijze hier voren in de dagvaarding is vermelde mishandeling hebben:
de 2e dat zij zulks gezien heeft overwegende dat niet wettig overtuigend is bewezen dat de eerste beklaagde bovendien bij dezelfde gelegenheid Anna Hendrina Vinkenberg huisvrouw van voor noemde van Os gewelddadig en moedwillig bij de borst gegrepen heeft en dat de eerate beklaagde van dit meerderen hem ten laste gelegde behoort te worden vrijgesproken.
Overwegende dat er vooraf gegane ruzie ’t niet gebleken zijn dat de mishandelde eenig nadeel of letsel ondergaan heeft dan wel hem aangedane mishandeling  omstandigheden of leveren die het gepleegde misdrijf ten opzichte van beide voornoemde beklaagden verkleinen.

Verklaard voorschrevene feiten wettig en overtuigend bewezen en dat zij uitmaken voor ieder  den beklaagde het te zamen en in vereeniging met elkander het moedwillig aan een persoon toebrengen van slagen en stooten waaruit geenerlei ziekte of letsel van te werken gedurende meer dan twintig dagen is ontstaan

Verkllard de beklaagde te schuldig aan dat wanbedrijf gepleegd onder verzachtende omstandigheden.
Gezienart 309, 311, 52 van het wetboek van strafrecht.
Art 163 aldaar in verband met art 20 der wet van 29 juni 1854 (Staatsblad no 102) art 207, 227 wetboek van strafvordering luidende
Art 309: Met het tuchthuis zal gestraft worden, al wie iemand kwetsuren, slagen of stooten toegebragt zal hebben, in geval uit deze gewelddadigheid eene ziekte of beletsel van te werken ontstaan van meer dan 20 dagen.
Art 311, wanneer de kwetsuren of slagen geenerlei ziekte of beletsel van te werken als bij art 309 gemeld, veroorzaak zullen hebben zal de schuldige met eene gevangenzetting van een maand tot twee jaren en eene geldboete van zestien tot  twee honderd franken gestraft worden.

Veroordeelt voornoemden W. Smit en J.L. Leeman iedere tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 dagen en beide de beklaagde in solideren en in de kosten van het regtgeding ten behoeve van den staat en invorderbaar bij lijfsdwang  gezien art 210 , 2234 wetboek van strafvordering verklaart met wettige overtuiging beweeze het meerdere  de beklaagde W.Smit ten laste gelegde spreekt de beklaagde W Smit daarvan vrijdag

Hierna volgen de namen van Heeren van het hof met handtekening vonnisdatum 13 december 1876
 




zaterdag 16 april 2022

Omkoping om te scheiden?

 

Op heden den sesden December                                                                                      06-12-1729
in den Jaare Zeventien hondert negen en
twintig Compareerde  voor mij Jan Ardinois
Openbaar Notaris bij de Ed. Here van Hol
land Geadmitteert 't Amsterdam Resideerend
in presentie van de Nagemelde Getuijgen

Jjuf(rouw) Anna Ekels huijsvrouw van Bartholomeus de Milde getuijge van Cometente ouderdom en wonende binnen deese Stadt, de welke ter Requisitie van die geene die in deese geraekt sullen zijn voor de opregte waerheijt onder presentatie van Eede  solemi*iel heeft geattesteert getuijgt en de verklaert hoe waer is.
Dat zij getuijgge in den voorledene maende november door off wegens d. Hr. Jan le Breton van Doeswerff wonaghtig op de Keijsersgragt bij den Amstel binnen deese Stadt zijnde verzogt te komen, zij getuijge haer  aldaer ook heeft vervoegt en dat aldaer gen, Le Breton haer getuijge zeer wel bekent naer enige woordewisselingh heeft voorgestelt om van haer man afte gaen onder andere seggende ;tis een goddelose vent, gij sult weldoen vn uw van hem te leten scheijden en omtrente de costen die ter dien zaeke sulle vallen, daer over behoeft niet besorgt te weete, deselve sulle wel werden voldaen voorts verklaert zij getuijge dat vervolgens haer getuijgers moeder als meede deszelfs broeder ijegens haer getuige hebben gesegt dat zij door gem. Le Breton insgelijke over de scheijdingh van haer getuijge met deszelfs man waeren aengesproke en dat hijj hadde versogt dat zij haer getuijge daer in wilde assisteren en verzorge dat die scheijdinh wierdt volbragt seggende wijders haer getuijgens moeder dat Le Breton hadde aengenome eender en prod. Te beschikke die haer soude dienen en dat hij heet verder wel soude maeken verzoekende daer nevens dat sij getuijge met haer moeder  bij hem soude komen, dat zij getuijge opdie instantien met haer gem moeder weder is gegaen bij genLe Breton  en dat als doende  de selve Le Breton aen haar

Getuijge het zelve weder heeft voorgehoude daer bij voegende gij moet het doen en kunne immers als gij van die goddelose vent af bent met uw moeder alleen gaan wonen en te zaemen een winkel doen, uw moeder en broeder sullen uw wel mede helpen dat gij van uw man afkomt dat vervolgens haer getuijgens moeder en broeder op de selve sterkte instantien van hen. Le Breton hebben geresolveert en gemelde Le Breton belooft de getuijge daer toe nodigh te sullen zorgen verklaerde zij getuijge verder dat kon daer naer hoe getuijgens moeder ijegens haer getuijge heeft gesegt, dat Le Breton aen ieder van die getuijge die tot laste van haer getuijgens man hadde verklaert hadde betaelt,off doen betalen drie Ducatons en dat hij  Le Breton bovendien aen haer getuijge broeder bij provisie hadde gegeven gehadt een somma van negetig guldens, voorts verklaert zij getuijge naderhant wel gehoort te hebbe dat haer getuigens man uijt de naeme van haer getuijge voor
d’Edl. Achtb. Heren Schepenen was geviteert Edogh verklaert zij getuijge tot het doen van deselve  citatie geen ordre te hebben gegeven.
Eijndelijk verklaert zij getuijge uijt de monde van haer broeder zeer distinct en klaer gehoort te hebben dat hij tijde dat Le Breton hem ontboden hadt en dat die aen hem hadde belooft in gevalle hij eenige bewijse soude willen geven off door hem van andere konde werde bekome waer bij haer getuijgens man van een falsiteijt konde werde overtuijgt als dan aen hem te sulle geven de somma van duijsent guldens gevende zij getuijge voor redenen vanwetenschap als ardentert en dat al het gunt bij haer hier boven is verklaert zelfs also in eijgener persone heeft bij gewoont gehoort gesien gedaen en ondervonden en dier halve haer gedeposeerde zeer wel te weeren.

Twelk aldus passeerden binnen Amsterdam praeseatie  van
Coenraad vande Gaate en Everardus Duduk als getuijge.

Was getekent door Anna Eekels, Coenraad van de Gaate , Everardus dudok en Jan Ardemon von Belt.