woensdag 28 januari 2026

boedel verdeling van Jan de Jong

 17 juni 1795

nr 173

Reekening en Verant
woording mitsgaders
verdeeling van den Boedel
van wijlen Jan de Jong
die in de maand september
1794 zonder eenige voor
sienige omtrent zijne
nagelatene Boedel
gemaakt te hebben tot
Osdorp is te komen ten
overlijden!   Welke
reekening Zijn doende
Dirk Bolten Hendrik
Smit en Johannes van
Bodegraaven de eerste
in qualiteit als bij
 weesmeesteren van Sloten,
Sloterdijk, Osdorp ende
Vrije Geer Gesteld en gecom
=mitteerd omme het recht
en interest van de Ge
=intersseerdens in deese
Boedel waar teneemen
en te bevorderen en de
twee laatste persoonen
als bij’t leven van den
overleedene dewijl de
zelve nog minderjarig
zijnde, voogden over
zijn persoon en admina
-trateurs zijner goederen
Tot Welke nagelaaten
Goederen gerechtig zijne
de familie van ’s vaders
en moeders zijde ieder
voor de helften, breedes
bij den Invetaris dezes
Boedel voor de Notars
Adam Houtkooper en
getuigen binne Amsterdam
den agttienden Meij zeeven
tienhonderd vijf en nee
gentig gesloten gemeld, als
Jan de Jong voor een vijf
de part in de eerste helften,
Hendrik de Jong,
Gerrit de Jong,
Pieter de Jong,
Marritje de Jong en
Fijtje de Jong tezamen
voor een vijfde part en
also ieder een vijf en
twingsten deel
Cornelis de Jong,
Jan de Jong,
Marretje de Jong en
Aaltje de Jong te samen
meede voor een vijfde part
en overzulxs ieder een twintig
ste deel.
Gerrit de Jong en J
an de Jong meede te
Zaamen voor een vijfde part
en zulxs ieder een tiende deel
Jan Munter en
Marretje Munter te
zaame als meede voor het
laatste een vijfde part en
alzo ieder een tiende part
Wijders voor de andere helfte
Johannes van Bodegraaven,
voor drie agtste parten
Wijnanda van Bodegraaven
getrouwd met Harmanus
van Pothoven al meeden
van drie agtste parten
Pietertje van Leeuwen
weduwe van Engel van der Ende
voor een agtste part.
Sijme van Rees,
Marretje van Rees,
Geertje van Rees getrouwd
met Hendrik Beurs te
zamen voor het laatste een
agtste part en dus
ieder een vier en twintigste deel.
Welke reekening zij
rendanten zijn doende
agter volgens den Inven
taris dezes Boedel aan
handen van Hendrik de Jong
Gerrit de Jong, Pieter de
Jong, Marretje de Jong
Benjamin Spiekhof getrouwd   
met Fijtje de Jong, Gerrit
de Jong, Jan Munter
Marretje Munter, Johannes
van Bodengraaven, Harma
nus van Pothoven als
in huwelijk hebbende
Wijnanda van Bode
graaven, Pietertje van
Leeuwen weduwe van
Engel van den Ende
Sijme van Rees, Marretje
van Rees, Hendrik
Beurs als in huwelijk
hebbende Geertje van
Rees  Mitsgaders aan wees
meesteren voornoemd als in deze
Represtenteerende de min
=derjarige en met present
of uitlandige meede
Ervgenaame
Jan de Jong,
Cornelis de Jong,
Jan de Jong,
Marretje de Jong,
Aaltje de Jong en
Jan de Jong
Welke navolgende ont
fang uitgaav handeling
en administratie de eerst
Rendand heeft gehad en
gedaan ten behoeven van
de voornoemde Ervgenaamen
zedert het overlijden tot
heeden en de twee
laatsten Rendanten
zederd het overlijden van
den overleedene zijne
moeder Willemtje van
Bodegraaven blijkens
de scgheijding van deze;ve
haare Boedel voor de
Edele Achtbare Gerechten
van Sloten, Sloterdijk, Osdorp
en de Vrije Geer den 18e
Novenber 1781 gesloten
tot het overlijden van
de voornoemde Jan de
Jong
Zijnde deze Rekening
en Geschrifte Gesteld door
Mr Cornelis Backer de
jonge secretaris van
Sloten, Sloterdijk, Osdorp
en de Vrijegeer ten versoeke
van de Rendanten en de
meerderjarige ervgename
en dezelve Gesteld van
Guldens van twintig
Groot het stuk in maniere
als volgt
                ontfang.
De Kleederen en linne en wolle
goederen op de inventaris
fo 6rso et 7 recto Gemeld zijn
alle in Publieque vijlingeo
op het boelhijs gehouden
aan de Sloterweg verkogt en
daarn na aftrek des XX
penningen en X verhoging ten
behoeve van ’t Gemeene
landt en andere koste Geprovin
eerd blijkens overleg vgl
conditie data 18 december
1794, ’t gene hier voor ont
fang werd gebragt -------f 35: 2:-
De contante Gulden op deze in
vertaris fo 7 recto gemeld
werden het meede onder
ontfang verantwoord met  f13:15:-
Het gemaakte Goud en Zil
verwerk op den inventaris
dezes Boedel fo 7 recto et
verto Gemeld is alle onge
volge overgelegten Taxatie
lijst door den zilver casthou
der te Amsterdam getaxeerd
voor de welke gelden een gedeelte
van ’t ze;ve bij de ervgenaame
is overgenomen en het res
teerdende aan dezelve Cast
Houder Warnik overgelaaten
en alzo te zame daar voor
ontfange blijkens dezelve Lijste
een somma van                                       f 130: 2: -
ontfangen voor een mesheijl?
verkogt op ’t boelhuijs aan de
Drie Baarsjes 17 maart 1795                          -:18:-
ontfangen van Barend Spek
voor huurloon ’t geene den
overleedene bij hem had
verdiend op den inventaris
folio 7 rs px memorie gemeld                      f 2: - : -
Ontfanfen van Hendrik Smit
en Johannes van Bodegraaven
’t geene onder haar is berusten
de gemeest voor ’s vaders be
wijs ten behoeve van den
overleedene op den inven-
taris folio 8 recto et vso in
9 recto gemeld                                               f 700: - : -
van dezelve voor de Spaarspot
van den overleedene op den
inventaris fo 9 recto in ‘t
breede omschreeve                                         f 161: 11 : -
van Hendrik Smit en Johanna
van Bodegraaven omtfange voor
de moederlijke Ervportie ten
behoeve van den overledene
onder haar berustende geweest
op den inventaris fo 9 recto et
vso gemeld                                                 f 134: 5: 4
Nog ontfange van dezelve
een somma van Veertig gul
dens welke bij haar
ten behoeve van den over
leedene was ontfangen
wegens de ervenis hem
van zijn Grootvader van
moederszijde Mattijs van
Bodegraaven te Beurt
gevallen gelijke                                               f 40: - : -
ontfangen van Hendrik Smit
voor het gebruik van agthonderd
vier en dertig
guldens welke hij zonder te
beleggen van den overleedene
uijt de hier voore genoemde
contanten penningen onder zig
heeft gehouden van de maand
Novbr 1791 tot novbr 1792                             f 20: 17: -
idem van novbr 1792 tot 1793                        f 20: 17: -
idem                   1793 ----1794                        f 20: 17: -
en van november 1794 tot
een meij 1795                                                  f 10: 8: 8
ontfangen van Johannes van
Bidegraaven meede voor
gebruijk van twee honderd
guldens welke hij uijt de hier
voore benoemde contanten
onder hem tot berusting heeft
gehouden en dat van Novbr
1791 tot Novbr 1792                                          f 5: - : -
van novbr 1792 tot novbr 1793                         f 5: - : -
-------------1793 -------------1794                        f 5: - : -
van een novbr 1794 tot een
meij 1795                                                           f 2: 10: -
total van de ontfang
bedraagd een somma van
Dertienhonderd en agt gulden
twee stuijvers en 12 penningen
segge                                                                    f 1308: 2: 12
jegens welke voorenstaande
ontfang is gedaan de na
volgende
           UIJtgaav
Eerst werd hier van uijtgaav
gebragt de volgende posten
wegens betaalde doodschulden
en begraav kosten op den
inventaris den s boedel van
fo 9vso et 10 recto gemeld
als volgt aan;
Cornelis de Lievde                                      f   9: 11: -
voor de doodskist                                        f 12: - : -
Barend Spek zijn verschot                          f 31:13:8
voor veraarde takken                                 f 13:  4: -
voor Bier                                                   f   6: - : -
voor Boter                                                f   9: - : -
voor brood                                               f 13:16: -
Voor kaas                                                     f    3:16: -
voor Rookt Vlees                                          f    3: - : -
voor huur van tafelgoed                               f     3:  6: -
voor Ham                                                     f   17:12:10
voor verteering gedaan te Sloten                   f    3:12: -
voor klijn goed                                           f  10: 4: -
Aan de Naaister                                           f    4:14: -
nog betaald aan Barend Spel                    f 2: -_
in Restitutie van ’t geene
hij aan den pverleedene had
verschoten                                                  f   2: 2: -
Betaald aan Barend Spek                           f  2: - : -
Betaald aan Hendrik Smit    
voor Resrtitutie van ‘t geene
hijaan den overleedene had
gegeeve voor maaken van
Goederen te zame                                      f  22:13: -
betaald aan Johannes van
Bodegraaven meede in
Restitutie van ’t Geene hij
aan den overleedene had
gegeven                                                     f  10: - : -
Betaald aan Hendrik Smit
en Johannes van Bodegraa
ven voor haar ver?ende dag
gelden versuijmde tijd aan
Administratie loon op den
ontfang en uijtgaav der
der gelde welke zij voor den
overleedene zedert de tijd
van hun aanstelling tot
het overlijden bij moberatie
daar voor gesteld ieder  zeeve
dukatenen alzo tezamen
een somma van                                     f 73:10: -
een voor hunne klijne ver
scotten uijt de hand betaald
geduurende dezelve tijd                    f 10:10: - 
betaald aan ca Selets voort besorgen
der missivens en ander moeijte        f  3: 3: -
aan Weesmeesteren voor vac:         f  7: 4: -
betaald aan Mr Cornelis
Backer de jonge in voldoenin
ge van’t Geene dezelve van
deze Boedel was com[etee
rende voort compareren  miniteeren
en grosseeren van deeze
boedel inventaris item
comperen miniteeren en
grosseere van deeze Reekening
mittsgaders verscheide besor
gers en vacatie in deeze
gehad en gedaan met ver
schotten zo van zegels als
andere volgens declaranten
en quitanten                                                     77:15:  -
Comt den eerste Rendant
voor zijn bewind handeling
en administratie mittsgaders
daggel en versuijmde tijd welke
hijin deeze zedert de dag
zijner aanstelling heeft gehad
het zelve zo wegens xt Lxxx jaar
en andere niet te reekene
met jkijne verschotten uijt de hand betaald
zo stelle daar voor bij
moteratie een somma van                             f 31:10: -

Total van den Uijtgaand
bedraagd een Spmma van
Driehonderd een en taggentig
guldens en twee penninge
 segge f 381: - : 2

Ende omtfang hier
voor gemeld bedraagd
een somma van                             f 1308: 2: 12
===================================
 ’t welk jegens den andere
ver effend en geliquedeerd
zijnde comt meerder ont
fangen als uijt gegeeven
te zijn, een somma van
negenhonderd zeeven en
twintig Gulden twee
stuijvers en tien penninge
welke onde de gesamenlijke
ervgenaame in  manieren
hier navolgende werd verdeelt
ter Gelijken                                             f 927:  2:10
                                               ========================
waarvan de helft is                                 f 463:11: 5
⅕ part van de ½                                    f   92:14: 4
1/10 part                                                   f   46:  7: 2
1/20 part                                                   f   23: 39: 20
1/25 part                                                   f   18: 10: 13
⅜ part in de andere helfte                         f 173: 16: 11
⅛ part in de andere helfte                         f   57:  18: 14
1/24 part in de andere helfte                   f    19:   6:  4
tot welke gelden dien volgende
Gerechtig zijn alle see Ervgenaame 
uijt hoofde dezes boedel omschreeven zoo
als dezelve dan ook bij haar op het
teekene dezes Reekening uijt hande
van de Rendanten zijn ontfange als
Hendrik de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                         f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                          f 18: 10: 13 16/25
Pieter de Jong voor een
vijf en twintigste part                                   f 18: 10: 13 16/25
Fijtje de Jong voor een vijf
en twintigste part                                           f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Jan Munter meede voor
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Marretje Munter meede
voor een tiende part                                     f 46: 7: 2 1/10
transporteeren                                            --------------------
                                                                     f 231:15:10 ½

Johannes van Bodegraaven
voor zijn drie agstte parte                          f  173: 16: 11 7/8
Harmannus van Pothoven en
Wijnanda van Bodegraaven
echtelieden voor ⅜ parte                          f  173: 16: 11 7/8
Pietertje van Leeuwen voor
haar een agstte part                                     f   57: 18: 14  7/8
Sijme van Rees       voor zijn
een vierentwintigste part                           f   19:  6:  4   7/8
Marretje van Rees voor
haar een vierentwintigste part                f   19:  6:  4   7/8
Geertje van Rees meede
voor haar een vier en
twintigste part                                                 f   19:  6:  4   7/8
Dirk van Beem en Arie Hoog
land in qualiteit als
Weesmeesteren voor en
ten behoeven van
Jan de Jong voor zijn een
                transporteeren                  -----------------------------                                                                               f 695: 6: 15  1/20
vijfde part                                                           f  92: 14: 4 1/5
Cornelis de Jong voor zijn
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Jan de Jong idem een
twintigste part                                                 f   23: 3: 9 1/20
Marretje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Aaltje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
en voor
de uijtlandige
Jan de Jong  een tiende part                     f  46: 7: 2 1/10
en alzo te zamen om aan de
zelve ervgenaamen te verant
woorden een somma van                         f 2 31:15:10  1/20
                                                                         ------------------------
alzo wederom uijtmakende
het goede slot dezes Reekening            f 927: 2: 10
Op Heeden den Agttienden Junij des Jaars
Zeeventienhonderd vijf en neegentig Com
pareeden voor mij Adam Houtkoper Notaris
bij de Here van Holland Geadmitteerd binnen
Amsterdam Resireerden ende
voor de Nagenoemden Getuige Hendrik de
Jong en Gerrit de Jong woonende alhier
Pieter de Jong woonende te Ouwenkerk, Marretje
de Jong woonende alhier Benjamin Spiekhof
en Fijtje de Jong Echtelieden wonende
meede alhier Gerrit de Jong en
Jan Munter woonende beiden te
Ouwerkerk Marretje Munter woond
meede alhier Johannes van Bodegraa=
ven woond onder  de Banne van Sloten
Harmanus van Pothoven en Wijnanda
van Bodegraaven echtelieden woonende
te Edam, Pietertje van leeuwen
weduwe van Engel van den Ende
woond te Loenen, Sijme van Rees en
Marretje van Rees woonende te Abcoude
Hendrik Beurs en Geertje van Rees woonende
te Weesp zijn de vrouwen com
paranten Met dzelve haaren voor
noemde mannen geassisteerd en
tot het opnemen en teekenen dezes
spe ??lijk Geautoriseerd
Mitsgaders Dirk van Beem, Aarij
Hoogland in qualiteit als
weesmeesteren van de Bannne van
Sloten Sloterdijk Osdorp en de Vrijgeer
als in deze Representeerende de
voornoemde minderjarige en  niet
present zijnde meede ervgenaamen
in deeze Boedel en alzo alle in
qualiteit als in den hoofde deezes
breede is omschreeven, dewelke alle
zo in ???? als qualiteit verklaarden
de voorenstaande Reekening en verant
wwording tegens de inventaris en verder
Documenten daar toe gehoorende
te hebben nagezien en de Geexamineerd
en dezelve wel en ten Rechten bevonden
en dus die in allezijne deele en leeden
voor Goed te keuren en te approbeeren
zonder daar tegens eenige debatten
te hebben of die te Reserveeren
quiteerende zij Comparenten zoo
in prive als qualiteit de Gesamentlijke
Rendanten van deeze reekening
die ten deese meede zijn compareerend
voor alle het geene zij van deeze
hebben gehad en gedaan, beloovendei
haar f   23: 3: 9 1/20andre of nadere
Reekening of verantwoording of over
wat zaake deeze administratie
aangaande zoude mogen zijn
te zullen aanspreeken  doen
aamspreeken nog gedoogen dat
zulxs zal werden gedaan in
Rechten of daar buiten en znulxs
in geen dertig manieren Ren??kerende
ten dien eijnde voor bedagtelijk
van Re??, Reollement van
Reekening Reductie en van
alle andere hulp middelen
van Rechten welke haar compa
ranten eenig sints te baten zoude
kunnen of mogen komen, bekennend
wijders zij comparanten het Goede
Slot dezes Reekening ter somma
van neegenhonderd zeeven en twintig
guldens twee stuijvers en tien
penningen uijthanden van den Rendanten
 te hebben ontfange en alo de voor
noemde boedel te hebben geschrift
gescheiden en verdeeld en ieder zijn
aandeel daar Uijt te hebben ontfangen
zonder eenige voorbehouding
tot makomingen van ’t geene
voorschreeve staat vebinden zij
comparanten hunne Persoonen en goederen
dese qualiteit de goederen van hunne Principaalen
Aldus gepasseerd binnen Amsteldam ter
presentie van Mr Cornelis Backer de Jonge en
Hendrik van West als getuige.
 Dan volgen de handtekeningen van alle personen, zie foto



vrijdag 23 januari 2026

Als soldaat van Zwitserland naar Nederland

 

10 november 1761
Verklaring no. 1457
Op heeden den tienden november Des Jaars Seventien hondert eenensestig. Compareerden voor mij Salomon Dorper openbaar Notaris Amsteldam bij haar Ed. Hove van Holland, geadmitteerd ende voor de getuige nagenoemd,

Matthias Probst Schoenmaker wonende in de Schoutensteeg op het Fransche hofje.
En Josua Beau op de Jood Breestraat in ’t midden boven ’t Palmhuijs.
Beide binnen deze stad van competenten ouderdom.

Ende hebben ten verzoeke van Antonij Giesler en Ursula Stadler echtelieden woonende in de Naardersteeg mede binnen deze Stad, en ten behoeve van die hier verder zoude mogen aangaan door Interpretatie van mij Notaris in de Hoogduitsche Taal voorde oprechter waarheijd getuige en verklaard zoo als voorn. Anthinij Giesler en Ursula Stadler ten dezen mede compareerde insgelijks door interpretatie als vooren hebben verklaard en geaffirmeert

En wel vooraff hij eerste getuige dat hij als soldaar zedert den Jaare 1742 tot den Jaare 1748 hem heeft bevonden in dienst van zijn Koninglijke Majesteit van Sardienien onder het regiment Roij in de compagnie van den Heer overste Luitenant Sigmund Wijs van Molans dat in gemelde compagnie hem als toen  mede als soldaat en schoenmaker heeft bevinden den requirant en affimant in dezer soo als hij affermant ten deze mede is affermeerende zulks waarheijd te zijn Dat hij eerste getuige benevens den affirmant die zulks mede in affirmeerende ende hun paspoort in gemelde jaar 1748 hebben versogt en ook geobtineerd, wanneer hij getuige en affirmant uijt gemelde dienst zijn gegaan en hun te samen hebben  geEngageerr in dienst  van de behuwd vader van hem  affirmant schoenmaker te Surag bij wien hij tweede getuige toen ter tijd nu mede verklarende in dienst als schoenmakersknegt gewerkt heeft, Dat hij eerste getuige en affirmant hun zeer korten tijd in laatst gemelden dienst bevindende wanneer aan hem affirmant door voornoemde overste Luijtenant Wijs van Molan welke mede uijt den dienst van zijn koninglijke majesteit van de Sardienen was overgegaan in dienst van haar Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden onder het Switsersche regiment van Breda, bij desselfs vertrek na laast gemelde dienst van Bern naar Basel is gezonden een expresse ten eijnde om hem affirmant wederom te engageren als soldaat en schoenmaker onder de compagnie van gemelde overste ’t geene de tweede getuige mede kont te verklaaren. Dat hij affirmant daarop heeft vervoegt na Basel geleegen eem em eem half uur van Lurag om met gemelde Heer overste weegens desselfs gedane aanzoek te spreeken zoo als hij affirmant verklaard dan ook tot Basel met gemelde overste dies aangaande te hebben gesprooken, dog zig als toen niet geEngageert, maar weder naar Leurag voornoemt is vertrokken, dat kort daaraan zoo als zij beijde getuigen en affirmant verklaaren en affirmeeren weder door gemelde overste  ten tweede maalen is gesonden een expresse tot Leurag ten eijnde hem affirmant weder aan te zoeken om onder gemelde overste dienst te nemen, dat hij affirmant dan ook weder hem benevens de eerste getuige hebben vervoegt na Basel voornoemt alwaar hij eerste getuige benevens de affirmant met gemelde Heer overste hebben gesprooken wanneer hij affirmant hem in het bijzijn van hem eerste getuige in dienst van gemelde overste als soldaat en schoenmaker heeft geEngageert, dat als toen door gemelde overste aan den affirmant ook order is gegeven geworden omme voor zijn gemelde compagnie te recrutereeren, waar op hij eerste getuige die ter dier tijd mede door gemelde overste wierd aangespoort omme insgelijks onder hem dienst te neemen dog het geene hij eerste getuige heeft gerefuseerd, beneevens den affirmant weder zijn vetrokken na Leurag alwaar den affirmant hem ingevolge de bekomen permissie van den voormelide overste nog twee maanden mogt ophouden zoo als hij affirmant mede hem eerste getuige heeft aangezogt om dienst onder gemelde zijn compagnie te neemen waartoe hij getuige te diertijd zig nog niet wilde verbinde maar als des requirant vrouw na de compagnie vertrok dan welligt meede zoude komen en tot nader schrijven van den requirant te Leurag blijven zoude
Verklarende hij eerste getuige wijders dat wanneer hij zig benevens den affirmant als voren bij gemelde overste bevond hij overste aan hem eerste getuige order heeft gegeven omme voor hem te gaan na Bern om aldaar zeker vrouwspersoon als keukenmeid in dienst van gemelde overste te huuren,  zoo als hij eerste getuige ook dies wegens na Bern is vertrokken welke reijs en de kosten dieswegens gevallen aan hem eerste getuige door den affirmant zijn betaald geworden in presentie van hem tweede getuige, Voorts verklaaren en affimeeren zij beijde getuigen en affimant  dat geduurende het verblijff van hem requirant en affirmant tot Leurag voornoemd aan hen affirmant door gemelde overste is afgezonden en bij hem affirmant ontfangen geworden zeekere missive in dewelke ingeslooten was een ouder geadresseerd aan Coenraad Rohr van Lentsburg die als Chirurgijn in voormelde compagnie was geEngageert met order omme deselve ingeslootene missive ten spoedigste met een expresse af te zenden en aan desselfs adres te bezorgen waar op den affirmant hem eerste getuige zo als dezelve alleen verklaart met de gemelde missive heeft afgezonden na gemelde Coenraad Rohr welke  hem ter dier tijd was bevindende op de recruteering in Hoffweer zijnde vier en twintig uuren van Basel al waar hij eerste getuige  bij desselfs aan komst gemelde missive om eijgen hand van hem Coenraad Rohr heeft  besteld gehad en zijn reijs en teerkosten ten beloopen van agt gulden en tien stuijvers Hollands van den affirmant intfamgen
Voots verklaaren zij  beijde getuigen gelijk zij beide affirmanten  affirmeeren dat den affirmant na dat hij als voren hem weder had geEngageert in dienst van gemelde overste en voor dat hij na desselfs regiment en dienst is gegaan tot Leurag voornoemd ten dienste van gemelde compagnie heeft gewonnen een recrut met naame Rudolf Hausler uijt het canton van Zurig welke mede als knegt bij des requirants behuwd vader was werkende en aan dezelve tot handgeld gegeven agttie gulden Hollands. Dat hij affirmant vervolgens in de maand augustus met gemelde recrut is vertrokken na hun lieder dienst bij welke gelegenheid hij affirmant zoo hij verklaart heeft uijt geschoten wegens zijn eijgen persoon voor vragten veertig guldens en voor reijs en teerkosten agtien guldens en tien stuijvers en wegens gemelde recrut voor vragt tot Manheim vierentwintig guldens van Manheim tot Worms twee  guldens en aan dezelve recrut voor tien dagen kostgeld a seventien stuijvers daags us agt guldens en tien stuijvers Hollands, dog dat gemelde recrut zoo als zij beijde getuigen en zij affirmanten verklaaren en affirmeeren te hebben verstaan dat dezelve tot Worms was geschapeer en ook kort daar aan tot Leurag gekomen alwaar zij beijde getuijen en zij affirmanten dezelve in Persoon hebben gezien dog van waar deselve weder is vertrikken en dienst genomen heeft onder een compagnie in dienst van zijn majesteit van Vrankrijk, voorts verklaaren en affirmeeren sij beide getuigen en zij affirmanten dat  na verloop van megen maanden dat den affirmant in zijn gemelde dienst was geweest door haar affrimante van dezelve haare man is ontfamgen geworden een missive waar bij desleve niet alleen haar affirmante ( welke uijtoorzaake van Ziekte tot Leurag was gebleeven) aanschreef om in dienst van meergemelde overste te komen, zoals zij affirnmante hem eerste getuijge daartoe ook heeft verzogt en het geene door hem eetste getuijge aangenomen is geworden waarop hij eerste getuige van den huijsvrouw van hem affirmant tot handgeld heeft ontfangen   dertig guldens Hollands en vervolgens met haar affirmante van Leurag naar Breda alwaar de voornelde compagnie in garnisien was leggende is vertrokken, dat door haar affirmante zoo hij eerste getuige verklaart enzij affirmante affirmeeren  bij gelegenheijd van die reijs is betaald geworden alle de kosten en wel zoo zij affirmante verklaard voor scheepsvragt tor Breda sesendertig guldens en tien stuijvers en wijders voor agtien daggelden aan hem eerste getuijge zoo die zelve mede verkllard seventieb stuijvers per dag zijnde vijftie guldens en ses stuijvers,
Laaatelijk affirmeerde den Requirantt hij gemelde compagnie in den jaare 1749 te Breda leggende door den secretaris van gemelde compagnie Johabbes Scherb in stilte is gewaarschouwe dat gemelde compagnie in ’t korte zoude worden afgedankt en dat derwijl hij requirqnt noh eenige penningen van de compagnie te pretendeeren had die hij naderhand niet zoude kunnen krijgen, hij den requirant zoude taadde om van de compagnie eemig geld op te neemen gelijk  hij requirant en affirmant dan ook om zog daarmeede te decken van gemelde compagnie opgenomen heeft een somma van tweehondert vierentwintg  gulden en ses stuijvers.
Gevende de getuijge en affirmanten voornoemd reede van wetenschap als in den tekst bereijd zijnde ieder deselfs gedeposeerde en geaffirmeerde nader met solenmaale eede te bevestigen
Aldus Gepasseert binnen Amsteldam om presentie van 2 getuigen
verder getekent door Matthias Probstm  Josua Beau, Anthonij Giesler. Ursula Stadlerm,  N. Warnsman, S. Dorper

ps Anthonij Giesler is doopgetuige bij het dopen van Johanna Sibilla Christiana Stoser dochter van nicolaus Stoser en Anna Maria Geemerotin, meter is Sibilla Catharina Sandman peter is Johann Conrad Sandman, en de getuige zijn Anthonij Giesler en Cristiana Dachentin in Breda op  7 maart 1749 

woensdag 21 januari 2026

Mijn Lutherse bet-overgrootvader

 Er waren vele geloven in mijn familie, Nederlands Hervormd, Gereformeerd, Luthers, Rooms-Katholiek. En in al die geloven zaten ook nog de gradaties van streng tot zeer streng maar ook gematigd. Uit eindelijk is er niet veel van dat geloven over gebleven. Maar goed bet-overgrootvader Hinrich Albrecht Tasche geboren in Fredericia Denemarken uit ouders die uit Pruisen kwamen. Zijn ouders kwamen dus uit Pruisen trouwden in Amsterdam en vertrokken naar Denemarken om een paar jaar later weer terug te komen in Amsterdam. In Denemarken hadden ze twee kinderen gekregen Hinrich Albrecht (1804) en Peter Joseph (1806) Deze familie was dus Luthers en zijn dat tot mijn grootmoeder gebleven die voor haar huwelijk Rooms Katholiek werd, Hinrich Albrecht  was zijn hele leven luthers is in 1824 lidmaat geworden in Amsterdam en op latere leeftijd ging hij in het mannenhuis van de de kerk wonen dat heeft hij 8 jaar gedaan. Ik ga dit jaar maar eens langs bij het Luthers Museum in Amsterdam om te zien of ik er achter kan komen hoe dat leven was. Hinrich Albrecht heeft samen met zijn vrouw Kaatje van Veen 11 kinderen gekregen waarvan 3 levenloos geboren.