Posts tonen met het label Amsteldam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsteldam. Alle posts tonen

woensdag 9 september 2026

Eichenberg - ers in Nederland

 

Op den derden Maij des jarens Zeeventienhonderd Zeeven en Zeeventig
compareerde voor mij Pieter de Wilde openbaar Notaris te Amsteldam
bij den Hove van Holland geadmiteerd.

 

Den Heer Thomas Hendrik Weimar in kwaliteit des volgens acte in dato 7 augustus  1776
ten overstaan van  Burgemeester en  Raad der Vorstelijke Residentie Stad Cassel gepasseerd mij notaris bij translaat? Authentieq vertoont gemagtigde met de magt
van Substitrice van Catharina Elisabeth Eichenberg weduwe Bergen, Maria Elisabeth Eichenberg, Johanna Maria Eichenberg weduwe Meijer mitsgaders van Lorensz Bindernagel als curator van den absenten Carl Godefried Eichenberg zijnde de gemelden vrouwen ieder met een curator geassisteerd geweest, welke zijn  substitrants gemeede Principaalen komende de eenige erfgenaame te zijn  van hun overleedene Broeder Johan Nicolaus Eichenberg ingevolge zijn testament in dato 14 april 1772 voor Jacob Veedisch Sergeant in dienst den Edele Oostindische Compagnie toen waarneemende het Scribas Ampt op den Veldschans Tangarang en getuigen gepasseerd wonende comparant binnen deese Stad, mij notaris bekend.
Ende verklaarde hij heer comparant met kragte van  de magt van Substitrice in gemelde zijn trouwe zake geinserreert bij   deesen te substitueeren constitueeren en magtig te maken de Heer Nicolaas Beetz tot Hoorn in specialijk omme in den naam van hem comparant ingemelde zijn kwaliteit en also voor en ten behoeve van sijn substitrianten van de Oostindische Compagnie ter Kamer Hoorn te vorderen en te ontfangen de gantsche nalatenschap van boven gemelde Johan Nicolaus Eichenberg voor den ontfangst behoorlijk te quiteeren voor alle namaning in te staan daartoe de persoon en goederen van sijn principalen te verbinden en generalijk omtrent het geen voorschreven is alles te verrigten wat hij Substritrant uit kragte van de Zelve Zijn  procurate zouden kunnen doen alles onder belofte van approbare en verband als naar  regte gepasseerd binnen Amsteldam ter presentie van Willem Luelof Beumer en Pieter Berkman als getuige,

Was getekend W.L. Beumer, P. Berkman, Thomas Hendrik Weijman en P. de Wilde notaris.


origineel in het Stadsarchief Amsterdam 

https://beta.archief.amsterdam/detail/ec4f0054-92e1-7abc-c152-21572c50eb19

158917

vrijdag 15 mei 2026

Deel 1, Testament van een verweg aangetrouwde familie.

Sommige testamenten leveren duidelijkheid in familierelaties op en veel namen.  


Des Heeren Amen

Op den twingtigsten

November des Jaars

Zeventien honderd vijf en

Negentig na de middag

De klokke over twee uuren

Compareerde voor mij

Kier van der Piet Notaris

te Amsterdam bij de

Hove van Holland geadmiteerd

Maria Elisabeth Sneeker
laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op de Overtoomseweg voorbij
De pestbrug buijten de Leidsepoort deser Stad doch onder deszelve
Jurrisdictie zijnde aan mij Notaris bekend.

Gezond van Lighame, haare verstand, memorie, gehoor en uitspraake wel
hebbende en gebruikende.
Dewelke verklaarde voorgenomen te hebben van haar natelatene goederen
te disponeeren ten welken einde zij ordenneerde haar Testament en uiterste wille
te doen beschrijven op volgende wijze.

Eerst en vooraf vernietigd zij testatrice aal terstamenten en codecillen en andere
 actens kragt van uitterste wille hebbende, door haar voor dato dezes alleen
of met andere gemaakt en gepasseert, willende dat allen dezelven geen de
minste kragt zullen hebben.

En als geheel opnieuw disponeerende verklaarde zij testatrice Eerstelijk te prelegateeren aan haar dogter Dorothea Willemina Waterman meerderjarige en ongehuwde  aan haar Testatrice in haar tweede huwelijk door wijlen Willem Waterman verwekt.
Eene somma van vijfhonderd gulden, en begeerde zij testatrice daarenboven dat zelve haar dogter deszelfs klederen, gemaakt goud, zilver en juweeltjes als haar in eigendom toe behoorends ook zal mogen behouden, en dat aan haar het geene zij aan kost, drank en huisvesting bij haar testatrice genote mogt hebben, niets het allerminste in reekening gebragt zal mogen worden. Als verklarende zij testatrice al het zelven tot vergelding van de getrouwe diensten en adsistentie in ‘t Glaasen en alzo in’t exerceeren  haar testatrices affaire mitsgaders in het waarnemen van haar testatrices huishouden zo aan haar Testatrices en laatst overleden man, als vervolgens aan haar testatrice beweezen voor zowel des noods mede te prelegateeren bij deze. En in al het overige dat zij testatrice met ter dood ontruimen nalaten zal zo roerende als onroerende, actien, crediten en gerechtelijkheden, geene uitgezonderd nomineerde en institueerd zij testatrice tot hr eenige en universeele erfgenaame haar voornoemde dogter Dorothea Willemina Waterman en bij overlijden van haare wetttige afkoomeling of afkoomeloingen bij representatie voor de een helft mitsgaders Maria Margaretha Bongerd en Gerrit Wilma Bongert, de twee eenige nagelaten kinderen van haar Testatrice s dogter wijlen Alida Maria Lupking laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert in haar eerste huwelijk door Jan Hendrik Lupking verwekt te zamen en bij voor overlijden van een of beide dezelve wettige afkoomeling of afkoomelingen bij Plaatsvulling en die van een voor overledene ontbrekende de overgeblevene van hun beide of der zelver Descendent of descendenten bij representatie voor de wederhelft.
Begeerend wijdes zij testatrice dat haar opgemelde dogter Willemina Waterman als haar testatrices meubelen, huisraad en inboedel mitsgaders klederen gemaakt goud, zilver en juweeltjes als mede de gereedschappen en het geene verder tot de glanzerij is behoorende op Testatrice van een beëdigd Schatser dezer stad met een aligementetie van 10 procents zal moogen aan en overnemen.
Voorts commiteerd zij Testatrice tot voogden over de voornoemde twee minderjarige kleinkinderen Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot administrateurs derzelve uit kragte dezes te ervene goederen Gerrit Wilma Bongert vader van de evengenoemde kinderen en Jan Mulder Chirurgijn woonende op de Ovbertoomseweg onder Amstelveen, ten dien einde aan hun gevende alle zodanige uit gestrekte magt en gezag als worden vereischgt en eenigzins gegeven kan worden, mitsgaders in;t bijzonder met magt van assumtie en surrogatie tot den uiteind van de verschreevene commissie op alles en in alle gevallen met uitsluiting van de weeskamer dezer stad en van alle anderen steden en plaatsen waar zij testatrice mogt overlijden of haar goederen bevonden worden.
laatstelijk behoud zij Testatrice aan haar de magt om na dato dezes Prelegaaten en legaaten te moogen maaken, dezelven en ook het hier voor geprelegateerd te vermeerderen, vermindere en weder te vernietigen te doen en nadere beveelen te geven, als zij Testarice zal koomen goed te vinden. En dat alles bij haar particulier geschrift en ondertekening schoon den inhoud door een ander geschrevene was of hoe het anders moogen blijken, zo menigmaal als ’t haar testatrice goed dunken zal. Begeerende dat al het zelven zal zijn en gehouden worden als of het alles ten dezen was ingelast. Het geene voorschreven staat verklaarde de testatrice nadat het aan hun was voor geleezen te zijn haar testament en uiterste wille door haar uit eigen beweging a;lzo geordenneerd, willende dat den inhoud vandien zal worden nagekoomen als een volkoomen testament te minste als codicille of het zelve best zal kunnen bestaan.

Gepasseerd binnen de Jurisdictie van Amsterdam ten Huize van de tgestatrice, ter presentatie van Jean Jaques Mounier als getuigen hier toe versogt
getkent Maria Elisabeth Sneeker laats weduwe van Ernst van Onkel, J.J. Mounier, E.D. Waller en de notaris.                          

 

Maria Elisabeth Sneeker woont Hartstraat trouwt 1 op  19-07-1748 Jan Hendrik Lupking van Minden get bij haar huwelijk is Hendrik Schrijver haar stiefvader
1 zoon Daniel geb. 24-01-1753
2 zoon David 08-01-1755 geb 08-01-1756
3 dochter Alida Maria Lupking  geb, 23-03-1757 overleden 16-01-1795 nalatend de 2 kinderen Maria Margaretha Bonger geb 23-12-1791 en Gerrit Wilma Bonger geb 04-01-1795
4 zoon Otto Hendrik 23-01-1760

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 2 op 28-06-1760 Willem Waterman van amp Fernholt die al weduwnaar was van Trijntje de Jongh en buiten de leidsepoort woont.
1.dochter Maria Elisabeth geb 30-04-1761
2 dochter Dorothe Willemina Waterman geboren 15-12-1764
3 dochter Maria Elisabeth geb 05-02-1768

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 3 17-07-1775 met Ernst van Onkel   Haarlem

 

Er zijn nog 2 notariele aktes die komen nog. Via de echtgenoot van een oud-oudtante  kwam ik bij deze familie  aan getrrouwd dus , 

woensdag 28 januari 2026

boedel verdeling van Jan de Jong

 17 juni 1795

nr 173

Reekening en Verantwoording mitsgaders
verdeeling van den Boedel van wijlen Jan de Jong
die in de maand september 1794 zonder eenige voor=
sienige omtrent zijne nagelatene Boedel
gemaakt te hebben tot Osdorp is te komen ten
overlijden!   Welke reekening Zijn doende
Dirk Bolten Hendrik Smit en Johannes van
Bodegraaven de eerste in qualiteit als bij
 weesmeesteren van Sloten, Sloterdijk, Osdorp ende
Vrije Geer Gesteld en gecommitteerd omme het recht
en interest van de Geintersseerdens in deese
Boedel waar teneemen en te bevorderen en de
twee laatste persoonen als bij’t leven van den
overleedene dewijl de zelve nog minderjarig
zijnde, voogden over zijn persoon en admina=
trateurs zijner goederen Tot Welke nagelaaten
Goederen gerechtig zijne de familie van ’s vaders
en moeders zijde ieder voor de helften, breedes
bij den Inventaris dezes Boedel voor de Notaris
Adam Houtkooper en getuigen binne Amsterdam
den agttienden Meij zeeventienhonderd vijf en
neeg
entig gesloten gemeld, als
Ja
n de Jong voor een vijfde part in de eerste helften
Hendrik de Jong,
Gerrit de Jong,
Pieter de Jong, 
Marritje de Jong en
Fijtje de Jong tezamen 
voor een vijfde part en
also ieder een vijf en twingsten deel
C
ornelis de Jong,
Jan de Jong,
Marretje de Jong en
Aaltje de Jong te samen
meede voor een vijfde part
en overzulxs ieder een twintigste deel.
Gerrit de Jong en
J
an de Jong meede te Zaamen voor een vijfde part
en zulxs ieder een tiende deel
Jan Munter en Marretje Munter
te
zaame als meede voor het laatste een vijfde
part en 
alzo ieder een tiende part

Wijders voor de andere helfte
Johannes van Bodegraaven, voor drie agtste parten
Wijnanda van Bodegraaven getrouwd met Harmanus
van Pothoven al meeden van drie agtste parten
Pietertje van Leeuwen weduwe van Engel van der Ende
voor een agtste part.
Sijme van Rees,
Marretje van Rees,
Geertje van Rees getrouwd met Hendrik Beurs te
zamen voor het laatste een agtste part en dus
ieder een vier en twintigste deel.
Welke reekening zij rendanten zijn doende
agter volgens den Inventaris dezes Boedel aan
handen van Hendrik de Jong, Gerrit de Jong, Pieter de
Jong, Marretje de Jong, 
Benjamin Spiekhof getrouwd met Fijtje de Jong,
Gerrit de Jong, Jan Munter Marretje Munter,
Johannes van Bodengraaven, Harmanus van Pothoven
alsin huwelijk hebbende Wijnanda van Bodegraaven,
Pietertje van Leeuwen weduwe van Engel van den Ende
Sijme van Rees, Marretjenvan Rees, Hendrik Beurs
als in huwelijk hebbende Geertje van Rees 
Mitsgaders aan weesmeesteren voornoemd als in deze
Represtenteerende de minderjarige en niet present
of uitlandige meede Ervgenaame
Jan de Jong, Cornelis de Jong, Jan de Jong,
Marretje de Jong, Aaltje de Jong en Jan de Jong
Welke navolgende ontfang uitgaav handeling
en administratie de eerste Rendand heeft gehad en
gedaan ten behoeven van de voornoemde Ervgenaamen
zedert het overlijden tot heeden en de twee
laatsten Rendanten zederd het overlijden van
den overleedene zijne moeder Willemtje van
Bodegraaven blijkens de scheijding van dezelve
haare Boedel voor de Edele Achtbare Gerechten
van Sloten, Sloterdijk, Osdorp, en de Vrije Geer den 18e
Novenber 1781 gesloten tot het overlijden van
de voornoemde Jan de Jong

 Zijnde deze Rekening en Geschrifte Gesteld door
Mr Cornelis Backer de Jonge secretaris van
Sloten, Sloterdijk, Osdorp en de Vrijegeer ten versoeke
van de Rendanten en de meerderjarige ervgename
en dezelve Gesteld van Guldens van twintig
Groot het stuk in maniere als volgt
                ontfang.
De Kleederen en linne en wolle goederen op de inventaris
fo 6rso et 7 recto Gemeld zijn alle in Publieque vijlingeo
op het boelhijs gehouden aan de Sloterweg verkogt en
daarn na aftrek des XX penningen en X verhoging ten
behoeve van ’t Gemeene landt en andere koste Geprovin
eerd blijkens overleg vgl conditie data 18 december
1794, ’t gene hier voor ont fang werd gebragt         f 35: 2:-
De contante Gulden op deze in vertaris fo 7 recto gemeld
werden het meede onder ontfang verantwoord met  f13:15:-
Het gemaakte Goud en Zil]erwerk op den inventaris
dezes Boedel fo 7 recto et verto Gemeld is alle onge
volge overgelegten Taxatie lijst door den zilver casthou
der te Amsterdam getaxeerd voor de welke gelden een gedeelte
van ’t zelve bij de ervgenaame is overgenomen en het res
teerdende aan dezelve CastHouder Warnik overgelaaten
en alzo te zame daar voor ontfange blijkens dezelve Lijste
een somma van                                                   f 130: 2: -
ontfangen voor een mesheijl? verkogt op ’t boelhuijs aan de
Drie Baarsjes 17 maart 1795                              f  -:18:-
ontfangen van Barend Spek voor huurloon ’t geene den
overleedene bij hem had verdiend op den inventaris
folio 7 rs px memorie gemeld                              f 2: - : -
Ontfanfen van Hendrik Smit en Johannes van Bodegraaven
’t geene onder haar is berusten de gemeest voor ’s vaders be
wijs ten behoeve van den overleedene op den inven-
taris folio 8 recto et vso in 9 recto gemeld         f 700: - : -
van dezelve voor de Spaarspot van den overleedene op den
inventaris fo 9 recto in ‘t breede omschreeve     f 161: 11 : -
van Hendrik Smit en Johanna van Bodegraaven omtfange voor
de moederlijke Ervportie ten behoeve van den overledene
onder haar berustende geweest op den inventaris fo 9 recto et
vso gemeld                                                       f 134: 5: 4
Nog ontfange van dezelve een somma van Veertig guldens
welke bij haar ten behoeve van den overleedene was
ontfangen wegens de ervenis hem van zijn Grootvader van
moederszijde Mattijs van Bodegraaven te Beurt
gevallen gelijke                                               f 40: - : -
ontfangen van Hendrik Smit voor het gebruik van agthonderd
vier en dertig guldens welke hij zonder te beleggen van den overleedene uijt de hier voore genoemde contanten penningen onder zig heeft gehouden van de maand
Novbr 1791 tot novbr 1792                             f 20: 17: -
idem van novbr 1792 tot 1793                        f 20: 17: -
idem                   1793 ----1794                        f 20: 17: -
en van november 1794 tot
een meij 1795                                                  f 10: 8: 8
ontfangen van Johannes van Bidegraaven meede voor
gebruijk van twee honderd guldens welke hij uijt de hier
voore benoemde contanten onder hem tot berusting heeft
gehouden en dat van
Novbr 1791 tot Novbr 1792                              f 5: - : -
van novbr 1792 tot novbr 1793                         f 5: - : -
-------------1793 -------------1794                        f 5: - : -
van een novbr 1794 tot een meij 1795              f 2: 10: -
total van de ontfang bedraagd een somma van
Dertienhonderd en agt gulden twee stuijvers en 12 penningen
segge                                                              f 1308: 2: 12
jegens welke voorenstaande ontfang is gedaan de navolgende
           UIJtgaav
Eerst werd hier van uijtgaav gebragt de volgende posten
wegens betaalde doodschulden en begraav kosten op den
inventaris den s boedel van fo 9vso et 10 recto gemeld
als volgt aan;
Cornelis de Lievde                                      f   9: 11: -
voor de doodskist                                        f 12: - : -
Barend Spek zijn verschot                          f 31:13:8
voor veraarde takken                                 f 13:  4: -
voor Bier                                                   f   6: - : -
voor Boter                                                f   9: - : -
voor brood                                               f 13:16: -
Voor kaas                                                     f    3:16: -
voor Rookt Vlees                                          f    3: - : -
voor huur van tafelgoed                               f     3:  6: -
voor Ham                                                     f   17:12:10
voor verteering gedaan te Sloten                   f    3:12: -
voor klijn goed                                           f  10: 4: -
Aan de Naaister                                           f    4:14: -
nog betaald aan Barend Spel                    f 2: -_
in Restitutie van ’t geene
hij aan den pverleedene had
verschoten                                                  f   2: 2: -
Betaald aan Barend Spek                           f  2: - : -
Betaald aan Hendrik Smit    
voor Resrtitutie van ‘t geene
hijaan den overleedene had
gegeeve voor maaken van
Goederen te zame                                      f  22:13: -
betaald aan Johannes van
Bodegraaven meede in
Restitutie van ’t Geene hij
aan den overleedene had
gegeven                                                     f  10: - : -
Betaald aan Hendrik Smit
en Johannes van Bodegraa
ven voor haar ver?ende dag
gelden versuijmde tijd aan
Administratie loon op den
ontfang en uijtgaav der
der gelde welke zij voor den
overleedene zedert de tijd
van hun aanstelling tot
het overlijden bij moberatie
daar voor gesteld ieder  zeeve
dukatenen alzo tezamen
een somma van                                     f 73:10: -
een voor hunne klijne ver
scotten uijt de hand betaald
geduurende dezelve tijd                    f 10:10: - 
betaald aan ca Selets voort besorgen
der missivens en ander moeijte        f  3: 3: -
aan Weesmeesteren voor vac:         f  7: 4: -
betaald aan Mr Cornelis
Backer de jonge in voldoenin
ge van’t Geene dezelve van
deze Boedel was com[etee
rende voort compareren  miniteeren
en grosseeren van deeze
boedel inventaris item
comperen miniteeren en
grosseere van deeze Reekening
mittsgaders verscheide besor
gers en vacatie in deeze
gehad en gedaan met ver
schotten zo van zegels als
andere volgens declaranten
en quitanten                                                     f  77:15:  -
Comt den eerste Rendant
voor zijn bewind handeling
en administratie mittsgaders
daggel en versuijmde tijd welke
hijin deeze zedert de dag
zijner aanstelling heeft gehad
het zelve zo wegens xt Lxxx jaar
en andere niet te reekene
met jkijne verschotten uijt de hand betaald
zo stelle daar voor bij
moteratie een somma van                             f 31:10: -

Total van den Uijtgaand bedraagd een Somma van
Driehonderd een en taggentig guldens en twee penninge
 segge f 381: - : 2

Ende omtfang hier voor gemeld bedraagd
een somma van                             f 1308: 2: 12
===================================
 ’t welk jegens den andere ver effend en geliquedeerd
zijnde comt meerder ontfangen als uijt gegeeven
te zijn, een somma van negenhonderd zeeven en
twintig Gulden twee stuijvers en tien penninge
welke onde de gesamenlijke ervgenaame in  manieren
hier navolgende werd verdeelt
ter Gelijken                                             f 927:  2:10
                                               ========================
waarvan de helft is                                 f 463:11: 5
⅕ part van de ½                                    f   92:14: 4
1/10 part                                                   f   46:  7: 2
1/20 part                                                   f   23: 39: 20
1/25 part                                                   f   18: 10: 13
⅜ part in de andere helfte                         f 173: 16: 11
⅛ part in de andere helfte                         f   57:  18: 14
1/24 part in de andere helfte                   f    19:   6:  4
tot welke gelden dien volgende Gerechtig zijn alle de
Ervgenaame uijt hoofde dezes boedel omschreeven zoo
als dezelve dan ook bij haar op het teekene dezes
Reekening uijt hande van de Rendanten zijn ontfange als
Hendrik de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                         f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                          f 18: 10: 13 16/25
Pieter de Jong voor een
vijf en twintigste part                                   f 18: 10: 13 16/25
Fijtje de Jong voor een vijf
en twintigste part                                           f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Jan Munter meede voor
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Marretje Munter meede
voor een tiende part                                     f 46: 7: 2 1/10
Johannes van Bodegraaven
voor zijn drie agstte parte                          f  173: 16: 11 7/8
Harmannus van Pothoven en
Wijnanda van Bodegraaven
echtelieden voor ⅜ parte                          f  173: 16: 11 7/8
Pietertje van Leeuwen voor
haar een agstte part                                     f   57: 18: 14  7/8
Sijme van Rees       voor zijn
een vierentwintigste part                           f   19:  6:  4   7/8
Marretje van Rees voor
haar een vierentwintigste part                f   19:  6:  4   7/8
Geertje van Rees meede
voor haar een vier en
twintigste part                                         f   19:  6:  4   7/8
Dirk van Beem en Arie Hoog
land in qualiteit als
Weesmeesteren voor en
ten behoeven van
Jan de Jong voor zijn een vijfde part                                                           f  92: 14: 4 1/5
Cornelis de Jong voor zijn
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Jan de Jong idem een
twintigste part                                                 f   23: 3: 9 1/20
Marretje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Aaltje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
en voorde uijtlandige
Jan de Jong  een tiende part                     f  46: 7: 2 1/10
en alzo te zamen om aan de
zelve ervgenaamen te verant
woorden een somma van                         f 2 31:15:10  1/20
                                                                         ------------------------
alzo wederom uijtmakende
het goede slot dezes Reekening            f 927: 2: 10
Op Heeden den Agttienden Junij des Jaars
Zeeventienhonderd vijf en neegentig Com
pareeden voor mij Adam Houtkoper Notaris
bij de Here van Holland Geadmitteerd binnen
Amsterdam Resireerden ende
voor de Nagenoemden Getuige Hendrik de
Jong en Gerrit de Jong woonende alhier
Pieter de Jong woonende te Ouwenkerk, Marretje
de Jong woonende alhier Benjamin Spiekhof
en Fijtje de Jong Echtelieden wonende
meede alhier Gerrit de Jong en
Jan Munter woonende beiden te
Ouwerkerk Marretje Munter woond
meede alhier Johannes van Bodegraa=
ven woond onder  de Banne van Sloten
Harmanus van Pothoven en Wijnanda
van Bodegraaven echtelieden woonende
te Edam, Pietertje van leeuwen
weduwe van Engel van den Ende
woond te Loenen, Sijme van Rees en
Marretje van Rees woonende te Abcoude
Hendrik Beurs en Geertje van Rees woonende
te Weesp zijn de vrouwen com
paranten Met dzelve haaren voor
noemde mannen geassisteerd en
tot het opnemen en teekenen dezes
spe ??lijk Geautoriseerd
Mitsgaders Dirk van Beem, Aarij
Hoogland in qualiteit als
weesmeesteren van de Bannne van
Sloten Sloterdijk Osdorp en de Vrijgeer
als in deze Representeerende de
voornoemde minderjarige en  niet
present zijnde meede ervgenaamen
in deeze Boedel en alzo alle in
qualiteit als in den hoofde deezes
breede is omschreeven, dewelke alle
zo in ???? als qualiteit verklaarden
de voorenstaande Reekening en verant
wwording tegens de inventaris en verder
Documenten daar toe gehoorende
te hebben nagezien en de Geexamineerd
en dezelve wel en ten Rechten bevonden
en dus die in allezijne deele en leeden
voor Goed te keuren en te approbeeren
zonder daar tegens eenige debatten
te hebben of die te Reserveeren
quiteerende zij Comparenten zoo
in prive als qualiteit de Gesamentlijke
Rendanten van deeze reekening
die ten deese meede zijn compareerend
voor alle het geene zij van deeze
hebben gehad en gedaan, beloovendei
haar f   23: 3: 9 1/20andre of nadere
Reekening of verantwoording of over
wat zaake deeze administratie
aangaande zoude mogen zijn
te zullen aanspreeken  doen
aamspreeken nog gedoogen dat
zulxs zal werden gedaan in
Rechten of daar buiten en znulxs
in geen dertig manieren Ren??kerende
ten dien eijnde voor bedagtelijk
van Re??, Reollement van
Reekening Reductie en van
alle andere hulp middelen
van Rechten welke haar compa
ranten eenig sints te baten zoude
kunnen of mogen komen, bekennend
wijders zij comparanten het Goede
Slot dezes Reekening ter somma
van neegenhonderd zeeven en twintig
guldens twee stuijvers en tien
penningen uijthanden van den Rendanten
 te hebben ontfange en alo de voor
noemde boedel te hebben geschrift
gescheiden en verdeeld en ieder zijn
aandeel daar Uijt te hebben ontfangen
zonder eenige voorbehouding
tot makomingen van ’t geene
voorschreeve staat vebinden zij
comparanten hunne Persoonen en goederen
dese qualiteit de goederen van hunne Principaalen
Aldus gepasseerd binnen Amsteldam ter
presentie van Mr Cornelis Backer de Jonge en
Hendrik van West als getuige.
 Dan volgen de handtekeningen van alle personen, zie foto



vrijdag 23 januari 2026

Als soldaat van Zwitserland naar Nederland

 

10 november 1761
Verklaring no. 1457
Op heeden den tienden november Des Jaars Seventien hondert eenensestig. Compareerden voor mij Salomon Dorper openbaar Notaris Amsteldam bij haar Ed. Hove van Holland, geadmitteerd ende voor de getuige nagenoemd,

Matthias Probst Schoenmaker wonende in de Schoutensteeg op het Fransche hofje.
En Josua Beau op de Jood Breestraat in ’t midden boven ’t Palmhuijs.
Beide binnen deze stad van competenten ouderdom.

Ende hebben ten verzoeke van Antonij Giesler en Ursula Stadler echtelieden woonende in de Naardersteeg mede binnen deze Stad, en ten behoeve van die hier verder zoude mogen aangaan door Interpretatie van mij Notaris in de Hoogduitsche Taal voorde oprechter waarheijd getuige en verklaard zoo als voorn. Anthinij Giesler en Ursula Stadler ten dezen mede compareerde insgelijks door interpretatie als vooren hebben verklaard en geaffirmeert

En wel vooraff hij eerste getuige dat hij als soldaar zedert den Jaare 1742 tot den Jaare 1748 hem heeft bevonden in dienst van zijn Koninglijke Majesteit van Sardienien onder het regiment Roij in de compagnie van den Heer overste Luitenant Sigmund Wijs van Molans dat in gemelde compagnie hem als toen  mede als soldaat en schoenmaker heeft bevinden den requirant en affimant in dezer soo als hij affermant ten deze mede is affermeerende zulks waarheijd te zijn Dat hij eerste getuige benevens den affirmant die zulks mede in affirmeerende ende hun paspoort in gemelde jaar 1748 hebben versogt en ook geobtineerd, wanneer hij getuige en affirmant uijt gemelde dienst zijn gegaan en hun te samen hebben  geEngageerr in dienst  van de behuwd vader van hem  affirmant schoenmaker te Surag bij wien hij tweede getuige toen ter tijd nu mede verklarende in dienst als schoenmakersknegt gewerkt heeft, Dat hij eerste getuige en affirmant hun zeer korten tijd in laatst gemelden dienst bevindende wanneer aan hem affirmant door voornoemde overste Luijtenant Wijs van Molan welke mede uijt den dienst van zijn koninglijke majesteit van de Sardienen was overgegaan in dienst van haar Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden onder het Switsersche regiment van Breda, bij desselfs vertrek na laast gemelde dienst van Bern naar Basel is gezonden een expresse ten eijnde om hem affirmant wederom te engageren als soldaat en schoenmaker onder de compagnie van gemelde overste ’t geene de tweede getuige mede kont te verklaaren. Dat hij affirmant daarop heeft vervoegt na Basel geleegen eem em eem half uur van Lurag om met gemelde Heer overste weegens desselfs gedane aanzoek te spreeken zoo als hij affirmant verklaard dan ook tot Basel met gemelde overste dies aangaande te hebben gesprooken, dog zig als toen niet geEngageert, maar weder naar Leurag voornoemt is vertrokken, dat kort daaraan zoo als zij beijde getuigen en affirmant verklaaren en affirmeeren weder door gemelde overste  ten tweede maalen is gesonden een expresse tot Leurag ten eijnde hem affirmant weder aan te zoeken om onder gemelde overste dienst te nemen, dat hij affirmant dan ook weder hem benevens de eerste getuige hebben vervoegt na Basel voornoemt alwaar hij eerste getuige benevens de affirmant met gemelde Heer overste hebben gesprooken wanneer hij affirmant hem in het bijzijn van hem eerste getuige in dienst van gemelde overste als soldaat en schoenmaker heeft geEngageert, dat als toen door gemelde overste aan den affirmant ook order is gegeven geworden omme voor zijn gemelde compagnie te recrutereeren, waar op hij eerste getuige die ter dier tijd mede door gemelde overste wierd aangespoort omme insgelijks onder hem dienst te neemen dog het geene hij eerste getuige heeft gerefuseerd, beneevens den affirmant weder zijn vetrokken na Leurag alwaar den affirmant hem ingevolge de bekomen permissie van den voormelide overste nog twee maanden mogt ophouden zoo als hij affirmant mede hem eerste getuige heeft aangezogt om dienst onder gemelde zijn compagnie te neemen waartoe hij getuige te diertijd zig nog niet wilde verbinde maar als des requirant vrouw na de compagnie vertrok dan welligt meede zoude komen en tot nader schrijven van den requirant te Leurag blijven zoude
Verklarende hij eerste getuige wijders dat wanneer hij zig benevens den affirmant als voren bij gemelde overste bevond hij overste aan hem eerste getuige order heeft gegeven omme voor hem te gaan na Bern om aldaar zeker vrouwspersoon als keukenmeid in dienst van gemelde overste te huuren,  zoo als hij eerste getuige ook dies wegens na Bern is vertrokken welke reijs en de kosten dieswegens gevallen aan hem eerste getuige door den affirmant zijn betaald geworden in presentie van hem tweede getuige, Voorts verklaaren en affimeeren zij beijde getuigen en affimant  dat geduurende het verblijff van hem requirant en affirmant tot Leurag voornoemd aan hen affirmant door gemelde overste is afgezonden en bij hem affirmant ontfangen geworden zeekere missive in dewelke ingeslooten was een ouder geadresseerd aan Coenraad Rohr van Lentsburg die als Chirurgijn in voormelde compagnie was geEngageert met order omme deselve ingeslootene missive ten spoedigste met een expresse af te zenden en aan desselfs adres te bezorgen waar op den affirmant hem eerste getuige zo als dezelve alleen verklaart met de gemelde missive heeft afgezonden na gemelde Coenraad Rohr welke  hem ter dier tijd was bevindende op de recruteering in Hoffweer zijnde vier en twintig uuren van Basel al waar hij eerste getuige  bij desselfs aan komst gemelde missive om eijgen hand van hem Coenraad Rohr heeft  besteld gehad en zijn reijs en teerkosten ten beloopen van agt gulden en tien stuijvers Hollands van den affirmant intfamgen
Voots verklaaren zij  beijde getuigen gelijk zij beide affirmanten  affirmeeren dat den affirmant na dat hij als voren hem weder had geEngageert in dienst van gemelde overste en voor dat hij na desselfs regiment en dienst is gegaan tot Leurag voornoemd ten dienste van gemelde compagnie heeft gewonnen een recrut met naame Rudolf Hausler uijt het canton van Zurig welke mede als knegt bij des requirants behuwd vader was werkende en aan dezelve tot handgeld gegeven agttie gulden Hollands. Dat hij affirmant vervolgens in de maand augustus met gemelde recrut is vertrokken na hun lieder dienst bij welke gelegenheid hij affirmant zoo hij verklaart heeft uijt geschoten wegens zijn eijgen persoon voor vragten veertig guldens en voor reijs en teerkosten agtien guldens en tien stuijvers en wegens gemelde recrut voor vragt tot Manheim vierentwintig guldens van Manheim tot Worms twee  guldens en aan dezelve recrut voor tien dagen kostgeld a seventien stuijvers daags us agt guldens en tien stuijvers Hollands, dog dat gemelde recrut zoo als zij beijde getuigen en zij affirmanten verklaaren en affirmeeren te hebben verstaan dat dezelve tot Worms was geschapeer en ook kort daar aan tot Leurag gekomen alwaar zij beijde getuijen en zij affirmanten dezelve in Persoon hebben gezien dog van waar deselve weder is vertrikken en dienst genomen heeft onder een compagnie in dienst van zijn majesteit van Vrankrijk, voorts verklaaren en affirmeeren sij beide getuigen en zij affirmanten dat  na verloop van megen maanden dat den affirmant in zijn gemelde dienst was geweest door haar affrimante van dezelve haare man is ontfamgen geworden een missive waar bij desleve niet alleen haar affirmante ( welke uijtoorzaake van Ziekte tot Leurag was gebleeven) aanschreef om in dienst van meergemelde overste te komen, zoals zij affirnmante hem eerste getuijge daartoe ook heeft verzogt en het geene door hem eetste getuijge aangenomen is geworden waarop hij eerste getuige van den huijsvrouw van hem affirmant tot handgeld heeft ontfangen   dertig guldens Hollands en vervolgens met haar affirmante van Leurag naar Breda alwaar de voornelde compagnie in garnisien was leggende is vertrokken, dat door haar affirmante zoo hij eerste getuige verklaart enzij affirmante affirmeeren  bij gelegenheijd van die reijs is betaald geworden alle de kosten en wel zoo zij affirmante verklaard voor scheepsvragt tor Breda sesendertig guldens en tien stuijvers en wijders voor agtien daggelden aan hem eerste getuijge zoo die zelve mede verkllard seventieb stuijvers per dag zijnde vijftie guldens en ses stuijvers,
Laaatelijk affirmeerde den Requirantt hij gemelde compagnie in den jaare 1749 te Breda leggende door den secretaris van gemelde compagnie Johabbes Scherb in stilte is gewaarschouwe dat gemelde compagnie in ’t korte zoude worden afgedankt en dat derwijl hij requirqnt noh eenige penningen van de compagnie te pretendeeren had die hij naderhand niet zoude kunnen krijgen, hij den requirant zoude taadde om van de compagnie eemig geld op te neemen gelijk  hij requirant en affirmant dan ook om zog daarmeede te decken van gemelde compagnie opgenomen heeft een somma van tweehondert vierentwintg  gulden en ses stuijvers.
Gevende de getuijge en affirmanten voornoemd reede van wetenschap als in den tekst bereijd zijnde ieder deselfs gedeposeerde en geaffirmeerde nader met solenmaale eede te bevestigen
Aldus Gepasseert binnen Amsteldam om presentie van 2 getuigen
verder getekent door Matthias Probstm  Josua Beau, Anthonij Giesler. Ursula Stadlerm,  N. Warnsman, S. Dorper

ps Anthonij Giesler is doopgetuige bij het dopen van Johanna Sibilla Christiana Stoser dochter van nicolaus Stoser en Anna Maria Geemerotin, meter is Sibilla Catharina Sandman peter is Johann Conrad Sandman, en de getuige zijn Anthonij Giesler en Cristiana Dachentin in Breda op  7 maart 1749 

zondag 1 maart 2020

Inboedel Isaak Oosterwijk 1765 Amsteldam ( Deel 2)



 In dit deel staan een kleine 140 namen vermeld,


Staat van Inventaris  deel 2


Klederen mitsgaders goud en zilver ten lijve van des overledens minderjarige Dochter behorende, welke ook te Katwijk aan den Rhijn door de voornoemde Amelia Lindemans en Christina van Steen mede volgens haar getekend.  
Declaratoir van den dato als voren zijn getauseert als:



Drie paar Schoenen en een paar muilen
1, -, -

 Elf paar Witte Kousen
5, -, -

 Drie paar Sajette
1,10, -

 Vier broeken
2, -, -

 Sestien Hemden
20, -, -

 Vijf Borstrokken
2, -, -

 Twee Baaije Rokken
2, -, -

Tien Witte dito
15, -, -

 Twee Blauwe Getreepte dito
3, -, -

 Vijf Gecouleurde bove Rokken
15, -, -

 Een Rijglijf
3, -, -

 Vijf Sakken
1, -, -

 Twaalf Sakneusdoeken
5, -, -

 Agttien N: Nuesdoeken
12, -, -

 Drie geborduurde Neusdoeken
4, -, -

 Tien Paar Mouwen
2, -, -

 Vier Witte en een Catoenen Jak
4, -, -

 Agt Linne Schorten
5, -, -

 Ses Strijk Linten en ses nagt mutsen
1, -, -

 Drie Neteldiekse Kapjes
5, -, -

 Drie Negligees
3, -, -

 Agt Linne Ondermutsen
1, -, -

 Ses paar Lobben
5, -, -

 Twee halve Sakjes
4, -, -

 Vijf Japonnen
70, -, -

 Een Pelies
10, -, -

 Twee Hoeden
2, -, -

 Een Rood Manteltje
                       -,10, -

 Een Grijze Huijk
1, -, -

 Een Mof
1, -, -

 Agt Paar Handschoenen
2, -, -

 Een Testament
1, -, -

 Twee Waijers
-,10, -

 Drie Linte Coljees
-,10, -

 Een Paar Seide neusdoeken
3, -, -

 Twee zwarte Kappen en een zwart taf Schort
1, -, -

 Taf voor een Manteltje
5, -, -

 Een paar Goude Brazelet Gerspen
8, -, -

 Een Goud Hoepje
2, -, -

 Een zolvere Beugel
8, -, -

 Een Paar Zilvere Gespen
4, -, -

 Een brij sak
1, -, -

 Eenige zilvere kleinigheden
2, -, -

 Twee Catoene Schoudermantels
1, -, -

 De goederen door den overledenen in der tijd aan zijn Oudste Dochter Catharina Susanna Oosterwijk op haar Huwelijk met Isaac Heijsterman mede gegeven bedragen volgens door hemin dato 20 september 1752 getekende lijst een somma van een duizend vier en veertig guldens  per memorie
 Aan contante penningen op het overlijden ten sterfhuise bevonden in diverse Spetien vier duizend vierhonderd vier guldens drie stuivers en agt penningen                                         zegge
  fl,4404,3,8

 Aan contante penningen op het zelve overlijden onder Catharina de Klopper weduwe van den Overledene Isaak Oosterwijk berustende geweest vier en negentig guldens                zegge
fl,94, -, -

 Nog wegens \Interessen van ’t Fidei commissaire Capitaal van Maria Doterem Weduwe Felix de Klopper op het overlijden van Issak Oosterwijk te goede                           zegge
277,12,8

                  Effecten


 Een Huis en Erve staande ende gelegen in de Hartestraat tusschen de Heer en Kijsersgragten door den overledene bewoond geweest


 Een huis en Erve staande en geleegen op de Nieuwendijk op de oek van de Mandenmakerssteeg met een huisje daar Agter in dito steeg


 Van welk laatst gemelde perceel desen Boedel volgens groot boek van den overledene van Anno 1745 folio 143 maar competeert een samma van agt duizend gudens de te goede hurem
per memorie

 Een onderhandsche Obligatie ten lasten Isack Heijsterman ten behoeven van den Heer Gerbrand Krijnen groot een duizend guldens Capitaal in dato 7october 1758 dog door deselve op den 7 december daaraan volgende ten behoeve van den overledene geen dosseert en getransporteert
1000, -, -

 Interest daar op te goede zedert 7 october 1762 tegens vier prct, in ’t jaat


 twee portien in de Societeit van Lijfrente met tontiene ten laste de staaten van den Lande van Utrecht gequoteert met Letter F staande beide ten lijven Catharina de Klopper op den 1 maart 1746 oud geweest beneden de 35 jaren gedateert 1 october 1746


 Renten daar op te goede Uitstaande Boekhoudschulden so goede als quade
per memorie

 Louwerens Strunk a Oldenseel
3,12, -

 Frans Adam Populij per rest
17,19, -

 Jan Klijn a Northorn
217.14, 8

 Poulus Jansz
40, 1, 8

 Salomom Isaak Bles
129, 8, 8

 Anna Bloemendaal per rest
22, 5, -

 de Wed. de Haan
8,18, 8

 Jan Klijn
394,16, -

 Pieter Hubert per rest
50, -, -

 Harmen Barents Schipper op Zutphen
2,13, 8

 Godschalk Benedictus per rest
110, -, -

 Deselve
35, 4, -

 Jan Blok per rest
11,16, 8

 Anthonij Wouters
2, 9, -

 Isaak Simon Italiaander
52, -, -

 Adolph Suurhoff per rest
21,10, -

 Cornelis Lansaat per rest
98, 5, -

 Gerrit Wessels a Lossem
2, 8, 4

de Wed, Munsterman a heck
49, 6, -

 Gerrit Wessels per rest
5, 1, -

 Hendrik Schou
15,14, 4

 Harman van Tral a Coeverden
36,13, 4

 Barend Tegel a Nieuwkerk
42, 7, 6

 Jacob ten Wollen
12, 2,14

 Deselve
4,10, -

 Jan van Wamel
54,16, -

 Leendert van der Linden
38,16, -

 Jan van Gaart
72, 3, -

 Claas meijboom per rest
132,17, -

 Meijer Hendriks per rest
36, 7, -

 deselve
45, 9, -

 Diederik Weijerman per rest
7,10, 8

 Fredrik Bolsmeijer per rest
37, 3, -

 Gerrit koops a Campen
44, -,8

 Deboldus Appelman
60,19, -

 Ferdinand Haverberg
29,15, -

 deselve
13,19, -

 Jan van der Horst
43,12, -

 Jan de Reuse a Campen
72,12, 8

 Jan Ligtenburg
14, -, -

 deselve
24,14, 8

 Anthonij van Lageveld per rest
18, 6, 8

 Jan Anthonij Heijerman
20, -, -

 Hendrik Sebas
40,16, -

 Lambert Homolle
57, 2,10

 Joost Woldering a Ahuis
309,10, 4

 Jurriaan Trekhooven a Zwolle
13,19, 8

 Jan Harmen ter Hofstede
61, 6,10

 Gerrit Harmse Cabbers
200, 2,12

Maria Schering a Ostenstijn
29, 4, 2

 Hendrik Coolink a Westeringe
              460, 6,10

 Jan Hendrik Rendorp
23,11,12

 deselve
122,13,12

 C ten Naarden huisvrouw van J Brinkman
59, 8, -

 Frans Smit a Laar
67,11, -

 Casper Smeeding a Oldenberge
105,15,-

 Jan Willem Boor a Laar
107,15, -

 Claas van Mazijk
67,18, -

 Deselve
7,16, -

 Nicolaas Stabbe
16,16, 4

 Claas Meijboom a Campen
11,17, 8

 Jacob Weeber
5, 3, -

 Jurriaan Groenhoff
15, 9, -

 Claas Gooij
32, 1, 4

 Barend Hendrik Schreuder a Laar
82,17, -

 Dirk ten Bovel a Deventer
31, 1, -

 Apol
12,15, -

 Pieter Ardes
18,18, -

 de Wed, Jacob van den Berg a Edam
43, 6,12

 Wed, Harme Bambeek
5,19, 8

 Hendrik Homan a Leijden
112, 4, -

 Jacobus de Rooij
31,19, -

 Joh, Welgers a Nijmegen
114,15, -

 Benjamin Bordier
27, -, -

 Geerlingen van Rijsen
8, 9,12

 Mord Semach Aboab
23,11,12

 Laurens Kenue a Haarlem
50, 5, -

 Jan Schrijver
5, 1, -

 Dirk Brouwer
52, -, -

Jan Seeling
110, 6, 8

 Philip Pothoff
25, 2, -

 Hendrik Neve
345, 2, -

 Wed. Elderman
16,14, -

 Jan Crommenie
6,15, -

 Adrianus Meijer
254,16, -

 Frans Balten
274, 5, -

 Marinus van Luijnen
41,11, 8

 Willem Eubels
23,15, 8

 Bernard a Feijdler
49,10, -

 Thomas van Rijsen
28, 5, -

 Johan Coevoets
11, 1, -

 Hendrik van Duuren
78, 8, -

 Jacques Texier
116, 3, 8

 Samuel Surireij de St Remij
3,12, -

 Adolph Kuijper
12, 3, -

 Dr Jelgersma a Harlingen
8, 9, -

 Jan Bogt
13, -, -

 J,C, Kerkoff
27, 8 12

 Gabriel Bourcourt a S’Hage
57,12, -

 Juffrouwen van Collen
2, 5, -

 Joh. Hoendernest
12, 6, -

 Verkamme
3, -, -

 Juffr, Almonde
34, 4, -

 Jan Jacob Marcus
8,11, -

 Joachim van Roon
17,19, -

 Harmanus Nieuwenhuijs
13, 5, -

 Prof. Garcin a Franeker
14,14, -

 Wed. Justemont
216, 9, 2

 Juffr, Bernards
8, 9, -

 Benjamin Oijers
98, 9, -

 Joseph Edelbroek a Hosmer
297, 5, 8

 Nicolaas du Moulin a ’s Hage
15, 4, -

 Daniel Crrech
7,13, 8

 Jeronimo de Bosch
14,17, 4

 Roel
23, 3, -

 Floris van der Wagt
28,19,14

 Nicolaas Grasveld a ‘s Hage
-,15, -

 Juffr Semartijn
9,16, -

 Daniel Chanquion
10, 2, -

 Jan Bastiaansz a Putten
64,15, -

 van Ommeren en de Wolff
22, 2, -

 Juffr van Dulmen
3,12, -

 Mevr. Hulst
20, 4, -

 Wed. Christoffel Schreuder a Laar
25,18, -

 Coupe en Volkers
315, 4, -

 Daniel Mulder
35, -, -

 van Lennip
5,12, -

 Pieter van derMeulen a IJsselsteijn
10, 8, -

 Arnoldus Dijkman
17, 8, -

 Benjamin van Doorn
54,10, -

 Pierre Puicherib a ’s Hage
10,13, -

 d’Wed. van Tiel
58, 6, -

 Jan Hooijer
45, 6, -

 Coupe en Volkers
9,18, -

 Abraham van Penbroek
62, 6, 8

 Mulder Hr Cuiper
9,10, -

 Schulden en Lasten des Boedels


 Een Kusting brief groot vier duizend vijf honderd guldens Capitaal dog waar op drie duizend gulden is afgelost, en dus per reste nog groot vijftien honderd guldens capitaal in dato 2 novb. 1729 door wijlen Isaac Oosterwijk ten behoeven van den Heer Diederik Richard van Blotenburg gepasseert.
1500, -, -

 Interessen daar op te quaad zederd
2 November 1764
per memorie

 Een dito groot in capitaal vier duizendzes honderd gulden in dato 1e februarij 1760 door meer gemelde wijlen Isaac Oosterwijk ten behoeven van Geertruij Oosterwijk  gepasseert
4600, -, -

 Interssen daarop te quaad zedert
1e februarij 1765
per memorie

 De Huuren die de overledene hadde moeten uitkeeren aan zijne twee broeders Jan en Dirk Oosterwijk af aan derselver Erven, van’t huis op de Nieuwendijk na aftrek der lasten en reparatienzedert den jare 1745 ontfangen en onverantwoord
per memorie

 De Wed Justamond voor geleverde Wijn
179,11, -

 Jacob Eeden en Soon voor geleverde Candij
9, 3, -

 Pieter Barden Hoofd Gaarder van’t Heren en Redemptie geld voor ’t Jaar 1764
6, 7,10

Dezelve voor de Coffij en Thee etc
van ’t Jaar 1764
25, -, -

 Jan van Dilsen Olijcuiper
5,14,-

 Arnold en Hendr. Van Waijenburg voor               
                                                               Courtage
26,14, -

 Dabenis en Doekscheer                        Utsupra
14,12, -

 Pieter Johannes van Ophoven               Utsupra
6,18, -

 Herman Rudolph Meijer                       Utsupra
1, 4, -

 Jo. Peijkeren                                          Utsupra
2, 5, -

 K. Pronk voor geleverde Soethout
3,18, -

 Dezelve                           Utsupra
2,10, -

 Joan Leonard Appeld voor                  Courtage
2, 8, -

 J.R. Scherius                                        Utsupra
8,14, -

 De Burgerwagt
4, -, -

 Hendr. Van Wees en Soon voor geleverde Specerijen
120, 5, -

 Jan Campen voor Tabak
-,16, -

 Willem Schroop voor Courtage
2, 1, -

 Hendr. Van Wees en Soon voor geleverde Specerijen
31, 2, 8

 Lambert Nuukamp voor kannen Selser water
1,10, -

 Benjamin Oijers voor Courtage
1,10, -

 Adriaan Bugge Mr Schilder
9, 2, -

 Philippus Artes voor kannen
13, 7, -

 Pieter Outman voor Maalloon
-,17, -

 Den Adr. Boom
3,12, -

 Gerbrand Crijnen voor geleverde goederen
20,18, -

 Johannes Hoendernest
5, -, -

 Dirk Versteeg wijnkoper
43, 3, -

 Gerrit Gerrewijn Mr Chirurgijn
1,10, -

 Godschalk Nieuwenhuijs voor geleverde Chocolaat
23,12, -

 Burghard Keppel voor geleverde Morie;jes
4,16, -

 Anthonij Carsten Mr Kistemaker
1, 7, -

 Mr Anthonij de Klopper voor gedane verschotte volgens Notitie
1260,11, 8

 Cornelis van Homrigh Notaris
4,16, -

 De verdere schulden die nog mogten opkomen
per memorie

 Doodschulden en Begraafnis Kosten


 Jeronimo de Bosch Apothecar
2,16, -

 Henricus de Bosch Med. Doct.
15,15, -

 Voor’t ontkleden van’t Lijk
8, -, -

 voor’t brengen van de Kist
1, 2, -

 Voor’t Consent
31,10, -

 Aan 14 lijkdragers en 3 laatste paar gangers ijder fl 7,-,- en fl 1,10,-
144,10,-

 Aan 5 Aansprekers ijder fl 14,-,- en voor de Rouw fl 1,8,-
77, -, -

 Voor ’t zegel tot de leesceduul
3,16, -

 Voor’t brengen van Baar en Roef
1,10, -

 Aan de Gravemakersknegt
2, -, -

 Aan Kaas en brood etc
10, 1, 6

 Aan Thomas van den Son Seegersz Gravemaker volgens quatantie
21,10, -

 Aan’t aalmoezeniers Weeshuis volgens quatantie
53, -, -

 Aan de drie dienstbodens voor’t oppassen en waken ijder fl 8,-,-
24, -, -

 Aan Hendrik Beunig Aanspreker voor de rouw in’t Sterfhuis
20,19, -

 Aan diverse kleine verschotten , briefporten, kruiers voor’t doen der boodschappen etc.
10, 7, -

 Ann Anthonij van Echteren volgen quitantie
30,12, -

 Aan Hendrik Willem Dronsbergh     Utspura
8,13, -

 Aan Snoek en Du Pree voor de wijn op de Begraafnis
24,10, -


491,17, 6

 Anthonij Hoelen volgens                       rekening
10, 6, -

 Lodewijk Nauwerk                                 Utsupra
15, -, -

 Sebilla Ruverijn                                      Utsupra
89, -, -

Jan Schreur                                              Utsupra
20,12, -

 Johanna Maria van den Broek                Utsupra
34, -, -

 Jan Campen Junior                                 Utsupra
12, 2, -

Reijnier Iwes                                           Utsupra
31, -, -

Johanna van den Dam                             Utsupra
4, 1, -

 Adriana Kelhoud                                    Utsupra   
11,17, -

 Hendrik Campen                                    Utsupra
331, -, -

 Jasper Smelt                                           Utsupra
31,13, -

 Wed Jacob Veecken                  
24,15, -

 Arnoldus van Weerden                          Utsupra
19,12, -

Sefridus van der Tuuk                            Utsupra
103,10, -

 Jan Hendrik Carp                                  Utsupra
502, -, -

 Anthonij van Echteren                          Utsupra
62,16, 0

 Cornelis Duijts                                      Utsupra
21, -, -

 Izaak Martineau                                     Utsupra
8, -, -

 Jan Schuurman                                      Utsupra
27,17, -

 Anna Taillard                                         Utsupra
26, 7, -

 Johanna Root                                          Utsupra
8, 6, -

 Catharina de Klopper                             Utsupra
158,12, -

 Isaac Heijsterman                                  Utsupra
27, 1, -

 Neeltje van der Wagt                             Utsupra
2, 4, -

 Maria Schouten                                     Utsupra
8,10, -

 Josua Beaux                                           Utsupra
9, -, -

 Hendrik Willem Dronsberg                    Utsupra
17, 6, -

 Catharina Heems                                    Utsupra
13, 3, -

 Johanna van den Dan                             Utsupra
2, 3, -

 Hendrik Campen                                    Utsupra
-, 9, 8

 Catharina van Seggeren                         Utsupra
11, 2, -

 Adolph Kuijper en Soon                        Utsupra
13, 3, 4

 Aldus geinventariseert en beschreven als in den hoofd staat gemeld. Ende verklaarden de Rendanten hun aangeving respectivelijk ter goeder trouwe te hebben gedaan, zonder huns wetens iets verzwegen, veel min ter kwader trouwe Agter gehouden te hebbenm Egter belovende en aan zich behoudende de magt om bij aldien nog iets tot Hun Kkennisse mogte komen den voorschreven gemenen Boedel concernerende dezen daar mede te doen amplieeren of dien conform redresseren gelijk zij ook verklaren bereid zijn om ten allen Tijden de deugdelijkheid hunner aangeving des vereischt werdende met Eede te bevestigen
En is deze voltrokken en ondertekend in Amsteldam den zeventienden April des jaars zeventieb honders zes en zestig ter presentatie van Gerrit Willem Gouda en Roeloff Mattheus Woudman als getuige

was getekend:
Jacob Campen
Lambertus Cuipers
Floris van der Wagt
Antie van Wes de Visser
Katharina de Klopper
wed Isaak Oosterwijk
G.W. Gouda
R.M. Woudman
Cornelis van Homrigh notaris

bron: Notarieel Archief Amsterdam