vrijdag 15 mei 2026

testament van een verweg aangetrouwde familie.

Sommige testamenten leveren duidelijkheid in familierelaties op en veel namen.  


Des Heeren Amen

Op den twingtigsten

November des Jaars

Zeventien honderd vijf en

Negentig na de middag

De klokke over twee uuren

Compareerde voor mij

Kier van der Piet Notaris

te Amsterdam bij de

Hove van Holland geadmiteerd

Maria Elisabeth Sneeker
laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op de Overtoomseweg voorbij
De pestbrug buijten de Leidsepoort deser Stad doch onder deszelve
Jurrisdictie zijnde aan mij Notaris bekend.

Gezond van Lighame, haare verstand, memorie, gehoor en uitspraake wel
hebbende en gebruikende.
Dewelke verklaarde voorgenomen te hebben van haar natelatene goederen
te disponeeren ten welken einde zij ordenneerde haar Testament en uiterste wille
te doen beschrijven op volgende wijze.

Eerst en vooraf vernietigd zij testatrice aal terstamenten en codecillen en andere
 actens kragt van uitterste wille hebbende, door haar voor dato dezes alleen
of met andere gemaakt en gepasseert, willende dat allen dezelven geen de
minste kragt zullen hebben.

En als geheel opnieuw disponeerende verklaarde zij testatrice Eerstelijk te prelegateeren aan haar dogter Dorothea Willemina Waterman meerderjarige en ongehuwde  aan haar Testatrice in haar tweede huwelijk door wijlen Willem Waterman verwekt.
Eene somma van vijfhonderd gulden, en begeerde zij testatrice daarenboven dat zelve haar dogter deszelfs klederen, gemaakt goud, zilver en juweeltjes als haar in eigendom toe behoorends ook zal mogen behouden, en dat aan haar het geene zij aan kost, drank en huisvesting bij haar testatrice genote mogt hebben, niets het allerminste in reekening gebragt zal mogen worden. Als verklarende zij testatrice al het zelven tot vergelding van de getrouwe diensten en adsistentie in ‘t Glaasen en alzo in’t exerceeren  haar testatrices affaire mitsgaders in het waarnemen van haar testatrices huishouden zo aan haar Testatrices en laatst overleden man, als vervolgens aan haar testatrice beweezen voor zowel des noods mede te prelegateeren bij deze. En in al het overige dat zij testatrice met ter dood ontruimen nalaten zal zo roerende als onroerende, actien, crediten en gerechtelijkheden, geene uitgezonderd nomineerde en institueerd zij testatrice tot hr eenige en universeele erfgenaame haar voornoemde dogter Dorothea Willemina Waterman en bij overlijden van haare wetttige afkoomeling of afkoomeloingen bij representatie voor de een helft mitsgaders Maria Margaretha Bongerd en Gerrit Wilma Bongert, de twee eenige nagelaten kinderen van haar Testatrice s dogter wijlen Alida Maria Lupking laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert in haar eerste huwelijk door Jan Hendrik Lupking verwekt te zamen en bij voor overlijden van een of beide dezelve wettige afkoomeling of afkoomelingen bij Plaatsvulling en die van een voor overledene ontbrekende de overgeblevene van hun beide of der zelver Descendent of descendenten bij representatie voor de wederhelft.
Begeerend wijdes zij testatrice dat haar opgemelde dogter Willemina Waterman als haar testatrices meubelen, huisraad en inboedel mitsgaders klederen gemaakt goud, zilver en juweeltjes als mede de gereedschappen en het geene verder tot de glanzerij is behoorende op Testatrice van een beëdigd Schatser dezer stad met een aligementetie van 10 procents zal moogen aan en overnemen.
Voorts commiteerd zij Testatrice tot voogden over de voornoemde twee minderjarige kleinkinderen Maria Magdalena Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot administrateurs derzelve uit kragte dezes te ervene goederen Gerrit Wilma Bongert vader van de evengenoemde kinderen en Jan Mulder Chirurgijn woonende op de Ovbertoomseweg onder Amstelveen, ten dien einde aan hun gevende alle zodanige uit gestrekte magt en gezag als worden vereischgt en eenigzins gegeven kan worden, mitsgaders in;t bijzonder met magt van assumtie en surrogatie tot den uiteind van de verschreevene commissie op alles en in alle gevallen met uitsluiting van de weeskamer dezer stad en van alle anderen steden en plaatsen waar zij testatrice mogt overlijden of haar goederen bevonden worden.
laatstelijk behoud zij Testatrice aan haar de magt om na dato dezes Prelegaaten en legaaten te moogen maaken, dezelven en ook het hier voor geprelegateerd te vermeerderen, vermindere en weder te vernietigen te doen en nadere beveelen te geven, als zij Testarice zal koomen goed te vinden. En dat alles bij haar particulier geschrift en ondertekening schoon den inhoud door een ander geschrevene was of hoe het anders moogen blijken, zo menigmaal als ’t haar testatrice goed dunken zal. Begeerende dat al het zelven zal zijn en gehouden worden als of het alles ten dezen was ingelast. Het geene voorschreven staat verklaarde de testatrice nadat het aan hun was voor geleezen te zijn haar testament en uiterste wille door haar uit eigen beweging a;lzo geordenneerd, willende dat den inhoud vandien zal worden nagekoomen als een volkoomen testament te minste als codicille of het zelve best zal kunnen bestaan.

Gepasseerd binnen de Jurisdictie van Amsterdam ten Huize van de tgestatrice, ter presentatie van Jean Jaques Mounier als getuigen hier toe versogt
getkent Maria Elisabeth Sneeker laats weduwe van Ernst van Onkel, J.J. Mounier, E.D. Waller en de notaris.                          

 

Maria Elisabeth Sneeker woont Hartstraat trouwt 1 op  19-07-1748 Jan Hendrik Lupking van Minden get bij haar huwelijk is Hendrik Schrijver haar stiefvader
1 zoon Daniel geb. 24-01-1753
2 zoon David 08-01-1755 geb 08-01-1756
3 dochter Alida Maria Lupking  geb, 23-03-1757 overleden 16-01-1795 nalatend de 2 kinderen Maria Margaretha Bonger geb 23-12-1791 en Gerrit Wilma Bonger geb 04-01-1795
4 zoon Otto Hendrik 23-01-1760

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 2 op 28-06-1760 Willem Waterman van amp Fernholt die al weduwnaar was van Trijntje de Jongh en buiten de leidsepoort woont.
1.dochter Maria Elisabeth geb 30-04-1761
2 dochter Dorothe Willemina Waterman geboren 15-12-1764
3 dochter Maria Elisabeth geb 05-02-1768

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 3 17-07-1775 met Ernst van Onkel   Haarlem

 

Er zijn nog 2 notariele aktes die komen nog. Via de echtgenoot van een oud-oudtante  kwam ik bij deze familie  aan getrrouwd dus , 

woensdag 29 april 2026

"" De Jonge Jan" Wederwaardigheden van het schip onde Schipper Mathijs Laurensz deel 1

 

Op Heeden den derde December in den jaare Zeventien Hondert negen en twintig Compareerde voor mij Jan Ardinois openbaar Notaris bij de Ed: Hove van Holland Geadmiteerd te Amsterdam Residerende in Presentie van de nagemelde getuige: Jochem Richel  en Jan Möller beijde als matroos gevaaren hebbende met het schip “De Jonge Jan”gevoerd door Schipper Mathijs Laurens En hebben ten versoeke van Jan Out timmerman meede in dienst van ‘t gemelde Schip hebbende gevaren, getuijge en verklaart  Dat zij getuijgen de verklaaring die door drie van hun meede scheepsvolk op den 5e september deses Jaars voor mij Notaris gepasseerd en des anderen daags met eede bevestigt is (en welke op het tekenen deses aan haar is voorgelesen) weeten de waarheijt te zijn en den ganschen in houde daar van gerustelijk meede affirmeeren, gelijk zij getuijgen dan dezelve bevestigen meede of nevens de getuijgeb daar  in gemeld bij deesen verklaaren, Dat zij getuijge geduurende de reijse met het voorsz schip gedaan ondervinden vonden hebben dat hun voornoemde Schipper Mathijs Laurensz  menigmaal beschonken quam te zijn en dan zeer quaadaardig en brutaal zo omtrent het scheepsvolk als anderen was gelijk hij ( onder meer den gelijke gevallen) eens op den 23e Augustus van’t voorledene Jaar 1728 als wanneer zij in Ladinge waaren leggende in de Golf van St Lie, kwestie maakte met eenige Turken die hunne waaren aan boord bragten. Zodanig dat hij die Wilde Slaan, dog dat zij getuigen, ziende dat de Turken wederom wilde lossen, en zij met hun schip gevaar zoude loopen, hem Schipper zulks verhindert en hem vast gehouden hebben waardoor hij verstoord en nog beschonken zijnde haar getuijge verbood te werken en haar dwingen wilden om van boord na land te gaan, met dreijgementen, van haar anders te zullen doen gaan.

Dat vervolgens op den 18e November van het zelve jaar 1728, zij getuijgen met hun gemelde schip liggende te Marseille met de stelling aan de wal, aldaar voorgevallen is, dat den requirant (nadat het reeds de tijd was dat het schipsvolk met werken was uijtgescheijden) goeds moeds aan de wal is gegaan, en in den avondstond weder aan boord quam, tragtent op het schip te komen dog dat hem door de man die de wagt had, gesegt wiert dat hij niet op komen mogt, dat den requirant als doen vraagde wie dat die ordre had gegeven, en den Schipper daarop aanstonds te voorscheijn komende, zeijde dat hij die ordre gegeven had, en te gelijk met een ontbloote houwer in de hand, na hem requirant toe quaam  te aanstonds retireerde en door den Schipper aan den wal nog vervolgt en alzo van boord weggejaagt wierd.

Verklaarende zij getuijgen, dat den requirant zig gedurende hunne reijse, met alle ordentelijkheijt so omtrent den Schipper, als in’t waarneemen van zijn bediening gedraagen heeft. dat ook tusschen den Schipper en hem timmerman particulier geene woorden nog misnoegen te vooren zijn voorgevallen geweest nog te ooijt door den Schipper over het gedrag van hem requirant geklaagt geworden

Gevende tot redenen van wetenschap als in den text en presenteeren den in houden deeses nader met eede te sterken,

Gepasseert in Amsterdam voornoemd present Coenraad van de Gaate en Everadus Dudok als getuijge

Was getekend: Jochem Richel, Jan Müller, Coenraad van de Gaate, Everardus Dudok en Jan Ardinois

"De Jonge Jan" Wederwaardigheden van het schip onder Schipper Mathijs Laurensz deel 2

 

Het schip “De Jonge Jan”

Compareerde 6 februarij 1730

De eerzame Mathijs Laurensz, en Jan Pannekoek, de eerste als capiteijn  en de andere als Hofmeester gevaaren hebbende  op ‘t verongelikte schip “De jonge Jan” en waarmeede zij lieden zijn gevaaren van hier na Toulon, van Toulon na Smirna en de Archipelle van daar op Marseille en van daar wederom op Smirna en de Archipelle.

En hebben de voornoemde Heer Hendrik Lampe Als Boekhouder en meede Reeder van ’t boven gedagte schip, getuijgt en verklaart Dat zij getuijgen ten tijde dat het voorsz. Schip tot Marseille is ontlost geworden namelijk in de maand November 1728 geziend gehoord en bijgewoond hebben dat er door eenighe personen van hun Scheepsvolk, namentlijk door den timmerman Jan Ouwt en de matrosen Willem Roelofsz, Roelof Albertsz, Mathijs Bentveldt, Jochem Richel en Stoffel Hanssen zijn begaan en gepleegd diversse wan-devoiren en onordenlijkheden, ze in dronken drinken en het maaken van allerhande rusie als ook in’t nalaten van de Haa-rlieden werk en het negligeren en niet gehoorzamen van de ordres, die Hen-lieden in en omtrent scheeps-dienst en het lossen van ’t voorsz: schip, wierden gegeeven van de Hooger Officieren.

Dat de voornoemde Zes Personen, namentlijk de drie Eerste op den 18e  en de drie laatte op den 22e november, tegens wiil en danck van den Eerste getuijge in deze zig ook hebben geabsenteert van ’t Scheepboord en zigh geretireert aan landt, van waar zij- Lieden niettegenstaande het iterative aanzoek en ordre van den eerste getuijge  egter niet hebben willen weder keeren na Boord zo dat hij eerste getuijge  zigh heeft moeten adresseren aan en verzoeken de adsistentie van de Overheid tot Marseille voornoemd, door welcke Authoriseijt de voornelde  personen dan ook geapprehendeert en op de galeijen in Arrest gebragt zijn uijt welck arrest zij lieden na verloop van seeven daagen wel weder zijn ontslaagen, op de belofte van weder na Boord te zullen keeren en aldaar haar scheepsdienst weeder behoorlijk waar teneemen  dogh dat deze in plaats van zulks na te koomen hebben konnen goedvinden, om haar weder te begeeven in haare voorighe Herbergh en het Schip te laten leggen, zonder daar eens na om te zien, waarop de Eerste getuijge in tegenwoordigheid van de tweede getuijge zigh des anderendaags heeft vervoegt in de voorsz: Herbergh. En aldaar aan de voornoemde Personen nogmaals instantelijk verzogt dat zij dog weder aan Boord koomen wilden, dogh dat zij ’t zelve verzoek niet alleen absolutelijk hebben afgeslaagen, maar daar en booven van Hem Eerste getuijge ook nogh hebben durven pretenderen geld oft betaalinge dogh het geen hij Eerste getuijge vermits de Reijze niet volbragt was, aan Haar-Lieden heeft geweijgerd gelijk Hij ook aan haar geweijgerd heeft het overgeeven van Haar-Lieden goedt, zeggende dat zij niet aan boord koomende haar geld en goed dan konden vorderenter plaatse daar zulks behoorde, namentijk hier tot Amsterdam, wanneer de reijze zoude zijn volbragt, zo dat het meergemelde schip van Marseille heeft moeten vertrekken met agterlaatinghe van de meergedaghte zes Personen en hij Eerste Getuijge in haare plaatse op zware borgtogt ander volk heeft in moeten huuren, geevende zij getuijge voor reedenen van wetenschap als in den Tekst en Presenterende de waarheijd dezer Verklaaringhe dan ook Solemnelijk te Bevestigen

Aldus gepasseerd binnen Amsterdam ter Presenzie van Hendrik van Wesel, Gerrit Perizonius als getuihgen nog verder dat de bovengedagte Timmerman Jan Ouwt ook nogh tot Toulon de Stoutigheijde heeft gehadt om binnen Scheepsboort zijn mes tegens ’t Volk te trekken en dat hij op den boven gedagten 18e November1728 tot Marseille ook nogh heeft versuijt zijn wagt.

Was getekend. Matthijs Laurensz, Jan Pannekoek, Hendrik van Wesel Gerrit Perizonius

Quod attest M Maten de Jonge Nota, Publ


124,824

dinsdag 17 maart 2026

Dan sta je met niets op straat en ben je 15 en 10 jaar oud

 

Verklaaring van Trijntje Claasz & cont.  Ten behoeve van die geene dien’t aangaan.

 

Pro Deo 8 maij 1716 N:73

Op Heeden den 8 maij 1716 Compareerden voor mij Isaak Angelkot openbaar Notaris bij den Ed. hove van Holland geadmitteerd tot Amsterdam resideerende in presentie van de nagemelde getuijgen.

Compareerde Trijntje Claas weduwe van Wessel Arents, Anna Hoogland huijsvr. van Hendrik Harmensz & Willemina Bouwer huijsvr. Van Jan van Heijst woonende binnen dese Stad & hebbenden behoeve van die geene die het aangaat verklaart & getuijgt hoe waar is, dat zij getuijgen lange Jaeren hebben gekent den persoon Jan Barents laatst gewoont hebbende op d’anjeliersgraft, dat dezelve Jan Barend in het laatst van de maand April jongstlede heeft hem goetvinden sig hier vandaan te retireeren & maliteuslijk te verlaete zijne twee kinderen genaamt Dirk Barends oud 15 jaer & Teunis Barends oud 10 jaeren, laaten dezelve kinderen in de uijterste armoed & berooft van alles sitten, sulks dat dezelve sedert die tijd alle naght meest onder den bloote Hemel hebben moeten doorbrengen & van honger & ongemak zullen moeten vergaan enzij daar in woord voor hun sonder dat zij get: weeten of gehoort hebben waar dezelve Jan Barends sig na toe heeft begeeven, zij getuige voor redenen van Wetenschap dat zij getuijgen zijnde geweest buuren van dezelve Jan Barends bij die occatie het geen zij verklaarden  wel weetem als hebbe ondervonden, presenteerende daaromme het vorenstande met schemmeele eede te bevestigen twelk aldus passeerde binnen Amsterdam ter prasentie van Nicolaas  Holede, David Angelkot als getuijge

Verder getekend met merktekens of handtekening
 

De persoon Jam Barends heb ik niet kunnen vinden ook de twee zonen niet  Wel de 2 comparanten..

Trijntje Claas is geboren in 1668 woont bij haar huwelijk in de Nieuwe Boomstraat haar huwelijk met de dan 26 jarige  Wessel Arents (Buijs) Wesselis scheepstimmerman en woont dan in de Nieuwe Hooghstraat, Het huwelijk was op 30-10-1684.

Jan Jansz van Heijst 23 jaar woont dan in de Tiggelstraat .trouwt op 13-09-1687 met Grietie Theunis die wed was van Abram VerBaage. Zij krijgen in ieder geval een zoon Johannes gedoopt -1-11-1691 waar getuigen van waren Jan Jansz Mourik en Aeltie Gijsbers

Ik kwam dit tegen toen ik op zoek was naar andere personen. Maar ben wel benieuwd hoe het met de twee jongens Dirk en Teunis is vergaan. Als je zonder iets op straat staat verlaten door iedereen, Behalve dat  een buur toch bezorgd is om je ien er iets aan probeert te doen. Misschien zijn ze opgenomen in het weeshuis.