Op den Vierde Oktober des Jaars Agttien Honderd en Drie Compareerde voor mij Anthonie Mijlius Notaris en Translateur behoorlijk aangesteld geadmitteerd en beëdigd te Amsterdam resideerende.
Gerrit Wilma Bongert woonachtig te Gouda doch zich thans binnen deze Stad bevindende.
Te kennen geevende dat Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel bij haar testament op de 20ste November 1795 ten overstaan van den Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd na een prelegaat aan haar dochter Dorothea Wilhelmina Waterman te hebben gemaakt in al haar het overige dat zij Testatrice met de dood ontruimen en nalaten zoude tot haar Eenige Erfgenamen heeft gesteld haare voornoemde dochter Dorothea Wilhelmina Waterman mitsgaders Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert de twee eenige nagelatene kinderen van haar Testatrices overleden dochter Alida Maria Lupkink laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert zijnde de Comparant in dezen.
Dar de voornoemde Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel Wijders bij Acte op den 29e April 1796 ten overstaan van den zelve Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd tot voogden over de genoemde minderjarige heeft aangesteld en gecommitteerd Teunis Heeme emt en tenevens Jan Mulder en die haare despositie op den Augustus laatstleden met de dood bevestigd hebbe en de genoemde Teunis Heeme de eenige nog in leven zijnde der gestelde Voogden bij Acte op den vierden van der zelve maand Augustus ten overstaan van den Notaris Cornelis Heideweille en getuige alhier gepasseerd zich van de voormelde Commissie van voogdij heeft geexcuseerd.
Dat hij Comperant zich willekeurig omtrent de situatie van den Boedel en nalatenschap vam meergenoemde Maria Elisabeth Sneek laatst weduwe van Ernst van Onkel geïnformeerd hebbende, is ontwaar geworden dat na betaling der Doodschulden en begrafenis kosten, mitsgaders na uitbetaling van het voorschreevene legaat en waarschijnlijk niets ten behoeve van de geinstrueerde Erfgenamen zal overschieten, en het dierhalve raadsaam heeft geoordeeld als Vader en / vermitsde Edecudatie van den eenige overgebleven Voogd / natuurlijke voogd over zijne twee gemelde minderjarige kinderen van den voorschreeve Erfenis ten behoeve van boven gemelde Dorothea Wilhelmina Waterman, thans huisvrouw van Hendrik Pahlman, te renankeeren dan waartoe hij comparant vermeende niet te kunnen overgaan , dan alvorens daar toe door het Comité van Justitie deser Stad te zijn geanthoriseerd en gequalificeerd, welke Authorisatie en qualificatie hij Comparant verzogt en geoblineerd heeft volgens apponoinetement in dato 30 Augustus 1803 en geregistreerd in het 37e register van het Commite fol: 96
En verklaarde hij Comparant mitsdien ingevolge hetzelve appoinetement voor en in naam van zijne twee minderjarige kinderen van de op hen gekomene Erfenis van wijlen Waria Elisabeth Sneek laatst weduw van Ernst van Onkel ten behoeve van Dorothea Wilhelmina Waterman thans huisvrouw van Hendrik Pahlman te renuntieeren bij dezen
En opdat hier van ten alle tijden zal kunnen blijken verzogt en Consenteerde hij Comparant daar van op te maken en uit televeren deze Acte om te dienen en strekken daar in zo des gehoord;+.
Gedaan, gepasseerd binnen Amsterdam in presentatie van Daniel 't Jooslink Junior en Willem Köler als getuige
was getekent
Gerrit Wilma Bonger
D. 't Jooslink jr.
W. Köler en Notaris Mijlius
De originele acten staan op:
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-93f5-1a7b-e053-b784100aab8a deel 1
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-f9c9-1a7b-e053-b784100aab8a deel 2
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d837ae04-6721-6b6d-e053-b784100acdee deel 3