donderdag 28 mei 2026

Deel 3, Acte van Repudiatie,

 Op den Vierde Oktober des Jaars Agttien Honderd en Drie Compareerde voor mij Anthonie Mijlius Notaris en Translateur behoorlijk aangesteld geadmitteerd en beëdigd te Amsterdam resideerende.

Gerrit Wilma  Bongert woonachtig te Gouda doch zich thans binnen deze Stad bevindende.
Te kennen geevende dat Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel bij haar testament op de 20ste November 1795 ten overstaan van den Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd na een prelegaat aan haar dochter Dorothea Wilhelmina Waterman te hebben gemaakt in al haar het overige dat zij Testatrice met de dood ontruimen en nalaten zoude tot haar Eenige Erfgenamen heeft gesteld haare voornoemde dochter Dorothea Wilhelmina Waterman mitsgaders Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert de twee eenige nagelatene kinderen van haar Testatrices overleden dochter Alida Maria Lupkink laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert zijnde de Comparant in dezen.

Dar de voornoemde Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel Wijders bij Acte op den 29e April 1796 ten overstaan van den zelve Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd tot voogden over de genoemde minderjarige heeft aangesteld en gecommitteerd Teunis Heeme emt en tenevens Jan Mulder en die haare despositie op den Augustus laatstleden met de dood bevestigd hebbe en de genoemde Teunis Heeme de eenige nog in leven zijnde der gestelde Voogden bij Acte op den vierden van der zelve maand Augustus ten overstaan van den Notaris Cornelis Heideweille en getuige alhier gepasseerd zich van de voormelde Commissie van voogdij heeft geexcuseerd.
Dat hij Comperant zich willekeurig omtrent de situatie van den Boedel en nalatenschap vam meergenoemde Maria Elisabeth Sneek laatst weduwe van Ernst van Onkel geïnformeerd hebbende, is ontwaar geworden dat na betaling der Doodschulden en begrafenis kosten, mitsgaders na uitbetaling van het voorschreevene legaat en waarschijnlijk niets ten behoeve van de geinstrueerde Erfgenamen zal overschieten, en het dierhalve raadsaam heeft geoordeeld als Vader en / vermitsde Edecudatie  van den eenige overgebleven Voogd / natuurlijke voogd over zijne twee gemelde minderjarige kinderen van den voorschreeve Erfenis ten behoeve van boven gemelde Dorothea Wilhelmina Waterman, thans huisvrouw van Hendrik Pahlman, te renankeeren dan waartoe hij comparant vermeende niet te kunnen overgaan , dan alvorens daar toe door het Comité van Justitie deser Stad te zijn geanthoriseerd en gequalificeerd, welke Authorisatie en qualificatie hij Comparant verzogt en geoblineerd heeft volgens apponoinetement in dato 30 Augustus 1803 en geregistreerd in het 37e register van het Commite  fol: 96 
En verklaarde hij Comparant mitsdien ingevolge hetzelve appoinetement voor en in naam van zijne twee minderjarige kinderen van de op hen gekomene Erfenis van wijlen Waria Elisabeth Sneek laatst weduw van Ernst van Onkel ten behoeve van Dorothea Wilhelmina Waterman thans huisvrouw van Hendrik Pahlman te renuntieeren bij dezen
En opdat hier van ten alle tijden zal kunnen blijken verzogt en Consenteerde hij Comparant daar van op te maken en uit televeren deze Acte om te dienen en strekken daar in zo des gehoord;+.

Gedaan, gepasseerd binnen Amsterdam in presentatie van Daniel 't Jooslink Junior en Willem Köler als getuige

was getekent
Gerrit Wilma Bonger
D. 't Jooslink jr.
W. Köler en Notaris Mijlius

De originele acten staan op:
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-93f5-1a7b-e053-b784100aab8a  deel 1
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-f9c9-1a7b-e053-b784100aab8a  deel 2
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d837ae04-6721-6b6d-e053-b784100acdee deel 3



Deel 2, Excutatie en Aanstelling Voogd

 Op den Negen en Twintigsten April des Jaars Zeventien Honderd Ses en negentig Compareerden voor mij Kier van der Piet openbaar Notaris te Amsterdam bij de Hove van Holland geadmitteerd.

 Maria Elisabeth Sneeker, laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op den Overtyoomse weg voorbij de Pestbrug buijten de Leidsche Poort deser Stad doch onder deszelfs Jurisdictie.
Te kennen gevende dat zij comparante bij haare Testament op den20ste November des Jaars 1795 voor mij Notaris en getuigen gepasseerd wel heeft gecommitteerd tot mede voogd over haare twee minderjarige klijnkinderen Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot mede-Administrateur derzelve uit kragte van 't voorschreeve testament te erven goederen, Gerrit Wilma Bongert vader van even genoemde haare klijnkinderen, doch dat zij Comparante verklaarde dezelve Gerrit Wilma Bongert van de gemelde Commissie te excuseeren en te ontslaan. En voorts in des zelfs plaatse aan te stellen Teunis Heeme Meester kleermaker woonende alhier op de Nieuwezijds Agterburgwal bij de Mosterpotsteeg, geevende en verleenende aan dezelve nevens Jan Mulder de mede voogd en Administrateur bij het gezegde testament genoemd, alle zodanige uitgestrekte en bijzondere magt en gezag als bij opgemelde testament gegeven en verleend.

En versogt de Comparante hieraf acte gepasseerd in Amsterdam ten Huize van mij Notaris ter presentatie van Jean Jaques Mounier en Elbertus Diderius Waller als getuige.

was getekent Maria Elisabeth Sneeker,
                      J.J. Mounier
                      E.D. Waller
                     en Kier van der Piet Notaris.

vrijdag 15 mei 2026

Deel 1, Testament van een verweg aangetrouwde familie.

Sommige testamenten leveren duidelijkheid in familierelaties op en veel namen.  


Des Heeren Amen

Op den twingtigsten

November des Jaars

Zeventien honderd vijf en

Negentig na de middag

De klokke over twee uuren

Compareerde voor mij

Kier van der Piet Notaris

te Amsterdam bij de

Hove van Holland geadmiteerd

Maria Elisabeth Sneeker
laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op de Overtoomseweg voorbij
De pestbrug buijten de Leidsepoort deser Stad doch onder deszelve
Jurrisdictie zijnde aan mij Notaris bekend.

Gezond van Lighame, haare verstand, memorie, gehoor en uitspraake wel
hebbende en gebruikende.
Dewelke verklaarde voorgenomen te hebben van haar natelatene goederen
te disponeeren ten welken einde zij ordenneerde haar Testament en uiterste wille
te doen beschrijven op volgende wijze.

Eerst en vooraf vernietigd zij testatrice aal terstamenten en codecillen en andere
 actens kragt van uitterste wille hebbende, door haar voor dato dezes alleen
of met andere gemaakt en gepasseert, willende dat allen dezelven geen de
minste kragt zullen hebben.

En als geheel opnieuw disponeerende verklaarde zij testatrice Eerstelijk te prelegateeren aan haar dogter Dorothea Willemina Waterman meerderjarige en ongehuwde  aan haar Testatrice in haar tweede huwelijk door wijlen Willem Waterman verwekt.
Eene somma van vijfhonderd gulden, en begeerde zij testatrice daarenboven dat zelve haar dogter deszelfs klederen, gemaakt goud, zilver en juweeltjes als haar in eigendom toe behoorends ook zal mogen behouden, en dat aan haar het geene zij aan kost, drank en huisvesting bij haar testatrice genote mogt hebben, niets het allerminste in reekening gebragt zal mogen worden. Als verklarende zij testatrice al het zelven tot vergelding van de getrouwe diensten en adsistentie in ‘t Glaasen en alzo in’t exerceeren  haar testatrices affaire mitsgaders in het waarnemen van haar testatrices huishouden zo aan haar Testatrices en laatst overleden man, als vervolgens aan haar testatrice beweezen voor zowel des noods mede te prelegateeren bij deze. En in al het overige dat zij testatrice met ter dood ontruimen nalaten zal zo roerende als onroerende, actien, crediten en gerechtelijkheden, geene uitgezonderd nomineerde en institueerd zij testatrice tot hr eenige en universeele erfgenaame haar voornoemde dogter Dorothea Willemina Waterman en bij overlijden van haare wetttige afkoomeling of afkoomeloingen bij representatie voor de een helft mitsgaders Maria Margaretha Bongerd en Gerrit Wilma Bongert, de twee eenige nagelaten kinderen van haar Testatrice s dogter wijlen Alida Maria Lupking laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert in haar eerste huwelijk door Jan Hendrik Lupking verwekt te zamen en bij voor overlijden van een of beide dezelve wettige afkoomeling of afkoomelingen bij Plaatsvulling en die van een voor overledene ontbrekende de overgeblevene van hun beide of der zelver Descendent of descendenten bij representatie voor de wederhelft.
Begeerend wijdes zij testatrice dat haar opgemelde dogter Willemina Waterman als haar testatrices meubelen, huisraad en inboedel mitsgaders klederen gemaakt goud, zilver en juweeltjes als mede de gereedschappen en het geene verder tot de glanzerij is behoorende op Testatrice van een beëdigd Schatser dezer stad met een aligementetie van 10 procents zal moogen aan en overnemen.
Voorts commiteerd zij Testatrice tot voogden over de voornoemde twee minderjarige kleinkinderen Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot administrateurs derzelve uit kragte dezes te ervene goederen Gerrit Wilma Bongert vader van de evengenoemde kinderen en Jan Mulder Chirurgijn woonende op de Ovbertoomseweg onder Amstelveen, ten dien einde aan hun gevende alle zodanige uit gestrekte magt en gezag als worden vereischgt en eenigzins gegeven kan worden, mitsgaders in;t bijzonder met magt van assumtie en surrogatie tot den uiteind van de verschreevene commissie op alles en in alle gevallen met uitsluiting van de weeskamer dezer stad en van alle anderen steden en plaatsen waar zij testatrice mogt overlijden of haar goederen bevonden worden.
laatstelijk behoud zij Testatrice aan haar de magt om na dato dezes Prelegaaten en legaaten te moogen maaken, dezelven en ook het hier voor geprelegateerd te vermeerderen, vermindere en weder te vernietigen te doen en nadere beveelen te geven, als zij Testarice zal koomen goed te vinden. En dat alles bij haar particulier geschrift en ondertekening schoon den inhoud door een ander geschrevene was of hoe het anders moogen blijken, zo menigmaal als ’t haar testatrice goed dunken zal. Begeerende dat al het zelven zal zijn en gehouden worden als of het alles ten dezen was ingelast. Het geene voorschreven staat verklaarde de testatrice nadat het aan hun was voor geleezen te zijn haar testament en uiterste wille door haar uit eigen beweging a;lzo geordenneerd, willende dat den inhoud vandien zal worden nagekoomen als een volkoomen testament te minste als codicille of het zelve best zal kunnen bestaan.

Gepasseerd binnen de Jurisdictie van Amsterdam ten Huize van de tgestatrice, ter presentatie van Jean Jaques Mounier als getuigen hier toe versogt
getkent Maria Elisabeth Sneeker laats weduwe van Ernst van Onkel, J.J. Mounier, E.D. Waller en de notaris.                          

 

Maria Elisabeth Sneeker woont Hartstraat trouwt 1 op  19-07-1748 Jan Hendrik Lupking van Minden get bij haar huwelijk is Hendrik Schrijver haar stiefvader
1 zoon Daniel geb. 24-01-1753
2 zoon David 08-01-1755 geb 08-01-1756
3 dochter Alida Maria Lupking  geb, 23-03-1757 overleden 16-01-1795 nalatend de 2 kinderen Maria Margaretha Bonger geb 23-12-1791 en Gerrit Wilma Bonger geb 04-01-1795
4 zoon Otto Hendrik 23-01-1760

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 2 op 28-06-1760 Willem Waterman van amp Fernholt die al weduwnaar was van Trijntje de Jongh en buiten de leidsepoort woont.
1.dochter Maria Elisabeth geb 30-04-1761
2 dochter Dorothe Willemina Waterman geboren 15-12-1764
3 dochter Maria Elisabeth geb 05-02-1768

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 3 17-07-1775 met Ernst van Onkel   Haarlem

 

Er zijn nog 2 notariele aktes die komen nog. Via de echtgenoot van een oud-oudtante  kwam ik bij deze familie  aan getrrouwd dus , 

woensdag 29 april 2026

"" De Jonge Jan" Wederwaardigheden van het schip onde Schipper Mathijs Laurensz deel 1

 

Op Heeden den derde December in den jaare Zeventien Hondert negen en twintig Compareerde voor mij Jan Ardinois openbaar Notaris bij de Ed: Hove van Holland Geadmiteerd te Amsterdam Residerende in Presentie van de nagemelde getuige: Jochem Richel  en Jan Möller beijde als matroos gevaaren hebbende met het schip “De Jonge Jan”gevoerd door Schipper Mathijs Laurens En hebben ten versoeke van Jan Out timmerman meede in dienst van ‘t gemelde Schip hebbende gevaren, getuijge en verklaart  Dat zij getuijgen de verklaaring die door drie van hun meede scheepsvolk op den 5e september deses Jaars voor mij Notaris gepasseerd en des anderen daags met eede bevestigt is (en welke op het tekenen deses aan haar is voorgelesen) weeten de waarheijt te zijn en den ganschen in houde daar van gerustelijk meede affirmeeren, gelijk zij getuijgen dan dezelve bevestigen meede of nevens de getuijgeb daar  in gemeld bij deesen verklaaren, Dat zij getuijge geduurende de reijse met het voorsz schip gedaan ondervinden vonden hebben dat hun voornoemde Schipper Mathijs Laurensz  menigmaal beschonken quam te zijn en dan zeer quaadaardig en brutaal zo omtrent het scheepsvolk als anderen was gelijk hij ( onder meer den gelijke gevallen) eens op den 23e Augustus van’t voorledene Jaar 1728 als wanneer zij in Ladinge waaren leggende in de Golf van St Lie, kwestie maakte met eenige Turken die hunne waaren aan boord bragten. Zodanig dat hij die Wilde Slaan, dog dat zij getuigen, ziende dat de Turken wederom wilde lossen, en zij met hun schip gevaar zoude loopen, hem Schipper zulks verhindert en hem vast gehouden hebben waardoor hij verstoord en nog beschonken zijnde haar getuijge verbood te werken en haar dwingen wilden om van boord na land te gaan, met dreijgementen, van haar anders te zullen doen gaan.

Dat vervolgens op den 18e November van het zelve jaar 1728, zij getuijgen met hun gemelde schip liggende te Marseille met de stelling aan de wal, aldaar voorgevallen is, dat den requirant (nadat het reeds de tijd was dat het schipsvolk met werken was uijtgescheijden) goeds moeds aan de wal is gegaan, en in den avondstond weder aan boord quam, tragtent op het schip te komen dog dat hem door de man die de wagt had, gesegt wiert dat hij niet op komen mogt, dat den requirant als doen vraagde wie dat die ordre had gegeven, en den Schipper daarop aanstonds te voorscheijn komende, zeijde dat hij die ordre gegeven had, en te gelijk met een ontbloote houwer in de hand, na hem requirant toe quaam  te aanstonds retireerde en door den Schipper aan den wal nog vervolgt en alzo van boord weggejaagt wierd.

Verklaarende zij getuijgen, dat den requirant zig gedurende hunne reijse, met alle ordentelijkheijt so omtrent den Schipper, als in’t waarneemen van zijn bediening gedraagen heeft. dat ook tusschen den Schipper en hem timmerman particulier geene woorden nog misnoegen te vooren zijn voorgevallen geweest nog te ooijt door den Schipper over het gedrag van hem requirant geklaagt geworden

Gevende tot redenen van wetenschap als in den text en presenteeren den in houden deeses nader met eede te sterken,

Gepasseert in Amsterdam voornoemd present Coenraad van de Gaate en Everadus Dudok als getuijge

Was getekend: Jochem Richel, Jan Müller, Coenraad van de Gaate, Everardus Dudok en Jan Ardinois