maandag 8 mei 2017

Geboren uit een reeds overleden moeder, hoeveel kansen heb je dan om te overleven

Aktes geven je soms meer vragen dan dat ze antwoorden geven. Dat geld ook voor de 3 volgende aktes. Het is het jaar 1862 en het dorp is Wervershoof. Akte 6 in het overlijdensboek vermeldt het overlijden van Grietje Sijm 37 jaar en echtgenote van Maarten Boon op 9 april 's nachts om 01.00 uur. Grietje heeft op het moment van overlijden 2 dochters genaamd, Maartje en Grietje.




 Maar nu komt het, op het moment van overlijden is Grietje hoogzwanger van een tweeling. Deze tweeling wordt levenloos geboren op 9 april 's nachts om 03.00 waarbij   wordt vermeld dat de moeder reeds overleden is. Zie de akte 7 en 8. Nu was het zo dat de vroedvrouw geen keizersnee mocht uitvoeren, zij mocht alleen de bevalling doen en als er complicaties waren moest de heel- en vroedmeester erbij gehaald worden. Maar waarom wordt de tweeling dan pas twee uur later geboren, hoorden ze nog één of twee hartjes kloppen? Want als dat niet zo was waarom hebben ze die kinderen dan gehaald? Ze hadden dan maar één begrafenis gehad in plaats van drie. In begraafboeken kom je ook weleens tegen dat de moeder begraven wordt met haar ongeboren kind. Veel vragen dus bij deze overlijdens en antwoord zal er nooit op komen. Het gaat trouwens nog slechter met dit gezin in december van her zelfde jaar overlijdt dochtertje Maarten en in januari van het jaar erop (1863) overlijdt Maarten Boon, alleen dochter Grietje word volwassen, trouwt en krijgt een kind maar zal als zij 33 jaar is ook overlijden.






zondag 16 april 2017

Vreemde huwelijksinschrijvingen in Zuidland 1647

Het gebeurt dat soms dat je iets vreemds ziet in een kerkboek. Dit keer in het trouwboek van de gereformeerde kerk te Zuidland (ZH) Je leest dan iets wat nu pas sinds een paar jaar mogelijk is in ons land, namelijk een huwelijk tussen de zelfde sexen. In Zuidland staat vermeld dat Maartje Joppe J.D. van Oud Beijerland in het huwelijk treedt met Aagjen Jans J.D. van Zuidland. De eerste afkondiging is op 21 april en ze trouwen op 14 mei 1647. Het zal wel een foutje zijn van diegene die dit inschreef in het boek.

Het huwelijk dat er naast staat heeft ook iets vreemds, namelijk Bartholomeus Pietersz J.M. van Zevenhuizen die in het huwelijk treed met Anneken Kornelis J.D. van Abbebroek. De afkondigingen zijn gedaan te Abbebroek en het huwelijk is voltrokken, volgens mij, op 27 sept. maar er kan ook 27 febr. staan. Hoewel de p eigenlijk duidelijk is maar het staat in het begin van het jaar al in het boek. Nu komt het vreemde van dit huwelijk er word namelijk dit vermeld:
Deze persoon is bevonden een andere vrowe noch te hebben met twee kinderen daar over hij zich van Abbebroek heeft wech gemaakt.den 25 maerti 1647
Nu kan je je afvragen is hij dus gewoon weggelopen of heeft hij zich laten scheiden, was hij met die vrouw getrouwd of woonden hij er alleen mee samen? Helaas zijn er van Abbebroek geen boeken uit die periode dus het zal een raadsel blijven. Vreemd is het wel dat hij als J.M. staat terwijl hij dus 2 kinderen heeft in Abbebroek

zondag 26 februari 2017

Triest verhaal, een babymoord in Doesburg


Op zoek naar de naam Heijdeman de naam van een voorouder zocht ik bij de oude kranten op de site van Delpher.nl. Het enige wat tevoorschijn kwam was een krantenbericht in de Nederlandsche Staatscourant, d Opregte Haarlemse Courant en de Arnhemsche Courant. Een verbinding tussen deze tak Heijdeman en die van mij heb ik nog niet kunnen vinden. En zoals altijd roept dit weer vragen op. Zoals bv dat ze het hebben  over twee kinderen maar er zijn er drie, is het oudste meisje wat 7 is met vader mee op het schip om voor het eten en drinken te zorgen? Ze is te jong voor een dienstje.  Albartus Vossers de buurman is getrouwd met de zuster van Hendrina ten Bosch. Dit alles speelt zich af in het jaar 1818
Doesburg, den 12 mei.
Er heeft, in den afgeloopen nacht, alhier een verschrikkelijk geval
plaats gehad. Schipper Heijdeman, beurtschipper van Doesburg op
Deventer, van huis, en de vrouw met eene meid en twee kinderen,
alleen zijnde, is de meid, even na drie uren, na dat de klapwakers
van straat waren, wakker geworden door het gerucht dat zij in huis
hoorde; beneden komende vond zij het jongste kind, drie vierendeel-
jaars oud, in de wieg leggende, den hals afgesneden; terwijl de vrouw
op bed leggende met een touw aan een harer armen gebonden was.
Her broodmes lag voor het bed, en het huis stond van achteren open.
Men heeft niet kunnen ontdekken, dat er iets ontvreemd is. Waar-
schijnlijk zijn de daders, of dader, in hun boosaartig opzet, door het
gerucht gestoord geworden. De vrouw is bijna levenloos door schrik
uit huis gebragt. Men heeft dadelijk de poorten bezet, doch van
de daders van dit gruwelstuk is, voor zoo veel men weet, nog niets
ontdekt.



De nadere bijzonderheden omtrent het bovengemeld ontzettend
geval komen hierop neder:
De vrouw van Derk Heijdeman, beurtschipper van Deventer, zich
alleen met hare twee nog zeer jonge kinderen in huis bevindende, had
zich, als naar gewoonte, te bed begeven; na eenige tijd gerust te
hebben, ontwaakte zij, denkelijk door het wakker worden van het
jongste kindje, en gevelde, dat men iets aan hare eene hand, me
welke zij het kindje wiegde, vastbond; een weinig van dezen schrik
hersteld, vermeende zij te hooren, dat iemand de kamer uitging; hierop
vloog zij, met haar oudste kind onder den arm, het bed en vervolgens
achter het huis uit en riep om hulp.
De voerman Albartus Vossers, mitsgaders haar naaste buurman, die
tevens haar zwager is, dit hoorende, stonden dadelijk op, en gingen, ver-
gezeld van een zijner knechts en eene meid, welke  mede door het ge-
schreeuw ontwaakt waren, in het huis van voornoemde vrouw; al-
daar in derzelver slaapkamer komende, en alles nauwkeurig onderzoe-
kende, vonden zij het jongste kindje, nog geene vijf maanden oud,
zieltogend in de voor het bed van de moeder staande wieg liggen, en,
bij het afnemen van het kussentje, hetwelk op het gezigt van dit
kindje gelegd was, ontdekten zij, dat men het met een mes de strot
had doorgesneden.
Verder alles nazoekende, ontwaarde men, dat het bureau, hetwelk
in de slaapkamer stond, met den sleutel (welken zij vermoedelijk uit de
op een stoel hangende zakken van de vrouw, hadden genomen) geopend,
toch dat niets er uit genomen was; en uit een aldaar staande kabinet
eenig linnen, benevens een zilveren tabaksdoos en een doosje met eenige
hals- en oor cieraden genomen, hetwelk echter alles op een stoel, en
op een grooten doek, zeer naauwkeurig opeengestapeld lag.
Welke middelen men aangewend heeft, zoo heeft men tot nog toe
volstrekt geen het minste spoor van deze misdadigers kunnen ontdek-
ken, het welk des te moelijker is doordien er niets vermist wordt.
Hier de krant met het bovenstaande bericht.
Overlijdensakte van Johanna Frederica het meisje dat vermoord werd.

Het gezin van Derk Heijdeman
I.1            Derk HEIJDEMANbeurtschipper op Deventer, logementhouder Hof van Gueldria, gedoopt (geref) op 18‑04‑1773 te Doesburg, overleden op 02‑03‑1822 te Doesburg op 48-jarige leeftijd.
Gehuwd op 34-jarige leeftijd op 18‑10‑1807 te Doesburg met Hendrina ten BOSCH, 21 jaar oud, logementhoudster, gedoopt (geref) op 27‑08‑1786 te Lathum, dochter van Frederik ten BOSCH en Catharina KOKlandbouster.
Uit dit huwelijk:
1.             Benjamin HEIJDEMAN, geboren op 22‑01‑1809 te Doesburg, gedoopt (geref) op 29‑01‑1809 te Doesburg, overleden op 05‑11‑1811 te Doesburg op 2-jarige leeftijd.
2.             Catharina HEIJDEMAN, geboren op 09‑11‑1810 te Doesburg, gedoopt (geref) op 18‑11‑1810 te Doesburg.
Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 16‑09‑1840 te Doesburg met Heinrich KERSKENbeurtschipper, geboren circa 1816.
3.             Benjamin HEIJDEMAN (zie II.4 op blz. ).
4.             Johanna Frederika HEIJDEMAN, geboren op 19‑12‑1817 te Doesburg`, overleden op 12‑05‑1818 te Doesburg, 144 dagen oud.
5.             Johanna HEIJDEMAN, geboren op 23‑03‑1820 om 09.30 uur te Doesburg.
Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 30‑04‑1846 te Doesburg met Joost Willem SLOOTmuziekmeester, geboren circa 1815, zoon van Adriaan Joseph SLOOT en Hendrika Maria Nevendorp.
6.             Frederika HEIJDEMAN, geboren op 23‑03‑1820 om 09.00 uur te Doesburg, overleden op 04‑06‑1837 te Doesburg op 17-jarige leeftijd.

II.4          Benjamin HEIJDEMANlogementhouder, geboren op 13‑04‑1814 te Deventer.
Gehuwd op 30-jarige leeftijd op 01‑11‑1844 te Doesburg met Geertruida Eliezabeth BECKING, geboren circa 1821, dochter van Dirk Willem BECKING en Maria Elizabeth BOLAND.
Uit dit huwelijk:
1.             Gerhard Johan HEIJDEMAN, geboren op 10‑01‑1848 te Doesburg.
2.             Adrianus Bernardus HEIJDEMAN, geboren op 01‑06‑1849 te Doesburg.
3.             Maria Eliesabeth HEIJDEMAN, geboren op 29‑01‑1851 te Doesburg.
4.             Zoon HEIJDEMAN, geboren op 25‑10‑1853 te Doesburg, overleden op 25‑10‑1853 te Doesburg, 0 dagen oud.
5.             Benjamin Eliza HEIJDEMAN, geboren op 28‑11‑1854 te Doesburg, overleden op 24‑01‑1855 te Doesburg, 57 dagen oud.
6.             Benjamin Eliza HEIJDEMAN, geboren op 03‑03‑1857 te Doesburg, overleden op 13‑01‑1860 te Doesburg op 2-jarige leeftijd.
7.             Catharina Johanna HEIJDEMAN, geboren op 30‑11‑1858 te Doesburg, overleden op 02‑03‑1860 te Doesburg op 1-jarige leeftijd.
8.             Christiaan Wendelinus HEIJDEMAN, geboren op 04‑07‑1861 te Doesburg.

dinsdag 31 januari 2017

Ingewikkelde akte

Er worden soms aktes opgesteld waarbij je denkt, dit kan toch simpeler. Neem nu de volgende akte in het geboorte register van het jaar 1865 van de gemeente Avenhorn. Ik zal hem letterlijk overnemen waarbij je de doorgehaalde woorden dus niet moet lezen.

Heden den Heden den eenendertigsten Augustus achttienhonderd 
Achttienhonderd  vijfenzstig, is door ons on is voor ons ondergetekende, Ambtenaar derge 
van den burgerlijke stand der gemeente teekende, ambtenaar van den burgelijken 
verschenen stand der gemeente Avenhorn, ingeschreven een bij missi van beroep ve van 
den Minister van Marine in dato negenen oud twintig Augustus jongst- jaren leden 
wonende te letter E, nummero 6, op heden ingekomen acte van geboorte luidende 
welke ons heeft verklaard dat als volgt  
Op den Koninklijk consulaat der Nederlanden voor Zweedens oost- en Zuidkust
des Stockholm den 16 Augustus 1865 ten copie extract uit het jour ure naal gehouden aan
in het huis staande boord van het Nederlandsch te Koog aan de Zaan te hui be-
is geboren een kind van het hoorende Schoonerschip geslacht, uit Maria Cornelia, op 
desselfs reize van Buenoo Aijres naar Stockholm vanaf van beroep 14 April
1865 tot 26 Julij 1865 waarop eene wonende verlossing heeft plaats gevonden, ge-
volgd door het overlijden der moeder luidende de geboorte acte daarin geschre-
welk kind zal genaamd worden ven als volgt:copie Acte van geboorte
Op Maandag den negenen 20ste Meij 1800 vijfenzestig des middags ten twaalf
Zijnde eze inschrijving gedaan op aangifte van ure compareerden voo mij Adrianus
Van Welke verklaring wij deze akte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Dirk Brinkerink
schipper aan boord van het Nederlandsch te Koog aan de Zaan van beroep te huis
behoorend Schoonerschip Maria oud Cornelia, de personen van Doeke Doekes
jaren, wonende te  Roos oud eenenveertig jaren geomicilieerd te Terschelling
en van Sturrman, Jacobus den Breems oud vijfen 30 jaren gedo-
van beroep micilieerd te Vlaardingen ma- oud troos en Gaamve Gaamve
jaren, wonende te Spanjer oud vijfentwintig jaren gedomicilieerd te Terschelling
en is deze akte na voorlezing door ons mede matroos op genoemd schip welke met mij ver-
klaarde, dat heden morgen ten drie ure na middernacht aan boord van genoemd
schip (was geteekend) zeilende op 24 graden Noor De ambtenaar voornoemd der breedte en
39 1/2 graad lengte west van Greenwich (was geteekend) bevallen is van een kind
van het mannelijk geslacht zullende genoemd worden Adrianus Douwe
Mejuffrouw Trijntje Brinkerink geboren Faber zonder beroep voornoemd 
gedomicilieerd ter Avenhorn.

Dit was geschreven in de ruimte van de onderste akte op et blad, hierna gaat het dus verder op de volgende bladzijde in het bovenste gedeelte waar eigenlijk dus een nieuwe geboorte ingeschreven hoort te worden. Weer met de woorden doorgehaald die gedrukt staan 


Heden den van al het welk te krachtens art. 35 Burg.Wetb. deze acte heb op
Achttienhonderd gemaakt en in tegenwoordigheid is voor ons ondergeteekende ambtenaar van ge-
van den burgerlijke stand der gemeente noemde Comparanten en getuigen en na gedane voor-
verschenen lezing met hen heb geteekend, A,D, Brinkerink schipper van beroepD.D.Roos
stuurman J den Breems matroos G.oud G. Spanjer matros jaren
wonende te Behafs legaliserung der eigenhandigen handzeichnungen, sowahl
welke ons heeft verklaard dat des schiffers A.D.Brinkerink als den zeugen D.D. Roos
op den J den Breems G.G. Spanjer die alle den sachverhalt vor mir nem-
des lich ernent als wahr ten bekraftigten koninkl. ure Niederlanisches consul-
in het huis staande lat zu Stockholm den 16 augustuti 1865 L.S.C.H. Becker consul
is geboren een kind van het Fur die richtige copie geslacht uit Stockholm 17 aug. 1865
(geteekend) C.H.Becker consul, Gezien voor lega;isatie der van beroep handtee-
kening van den Heer Becker wonendehierboven omschreven 's Gravenhage
den 26 Augustus 1865 voor den Minister van Buitenlansche Zaken
welk kind genamd zal worden De Secretaris Generaal (geteekend) A. Uijttenhooven
Gezien voor legalisatie der handtekening van den Heer A. Uijtten-
Zijnde deze inschrijving gedaan op aangifte van hooven Secretaris Generaal bij het Depar
Van welke verklaring wij deze akte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van tement van Buiten
landsche Zaken 's Gravenhage den 29 Augustus 1865 van beroep voor
den Minister van Marine oud de Secretaris Generaal (geteekend)
jaren, wonende te M. Clercq
en van Zijnde deze inschrijving geschied ter voldoening aan artikel 37 van
van beroep het Burgerlijk Wetboek  oud
jaren, wonende te  de Ambtenaar voornoemd
en is deze akte na voorlezing door ons (was geteekend) P, C. Spaans

Het zelfde verhaal staat ook in het overlijdensboek van de burgerlijke stand van Avenhorn
De ambtenaar mocht het dus twee keer overschrijven. Behalve dat in die akte het overlijden van de moeder word beschreven.


I.1            Adrianus Jacobus BRINKERINK, onderwijzer.
Gehuwd met Geesje ALDERS.
Uit dit huwelijk:
1.             Adrianus Dirk BRINKERINK (zie II.1 op blz. ).

II.1          Adrianus Dirk BRINKERINK, zeevarende, rijks havenmeester te Vlissingen, geboren circa 1827.
Gehuwd op 22‑11‑1856 te Obdam met Trijntje FABER, geboren circa 1830 te Obdam, overleden op 04‑06‑1865, dochter van Douwe Jansz FABER, predikant, en Ietske HEIJES.
Uit dit huwelijk:
1.             Dirk Adrianus BRINKERINK, predikant, geboren op 26‑02‑1850 te Obdam.
2.             Adrianus Douwe BRINKERINK, geboren op 20‑05‑1865, aan boord van een schip, overleden op 09‑08‑1865 te Avenhorn, 81 dagen oud.



                                                     
1857


1861
                                    

woensdag 4 januari 2017

Mijn betovergrootvader en betovergrootmoeder

Mijn betovergrootmoeder was Alida (Aaltje) Buijs geboren en R.K. gedoopt in Edam op 1-5-1791 maar ze was geboren in Volendam als dochter van Theodorus (Dirk) Jacobse Buijs en Huibertje Claas Plat, Zij was van de 8 kinderen die mijn oudouders Dirk en Huibertje kregen het 5e kind.
Als Aaltje 21 jaar is krijgt zij haar 1e kind genaamd Christina Schessen waarvan zij zegt, dat  Christiaan Schessen een bloemist uit Haarlem, de vader was. Deze Christiaan ben ik nog nergens tegengekomen. Dit meisje Christina is geboren en gedoopt op  23-01-1813. Dan ontmoet Aaltje de Edammer Arnoldus van Dijk een 21 jarige groenteverkoper uit Edam met wie zij op 29-04-1813 trouwt, 4 maanden later overlijdt haar dochtertje Christina. Met Arnoldus krijgt ze geen kinderen.


Als groenteverkoper verdient Arnoldus waarschijnlijk niet de kost want Aaltje gaat als werkster naar Amsterdam. In 1819/1820 is ze waarschijnlijk weinig of helemaal niet naar huis geweest want op 02-03-1820 krijgt ze een zoon die ze inlaat schrijven als Jacob Cornelis Buis en 6 dagen later legt ze dit kind te vondeling met een briefje waarop zijn naam en geboortedatum staan. Ze kon waarschijnlijk niet thuis komen met een kind als ze al een jaar niet in Edam is geweest. Twee jaar later krijgt zij weer een kind nu een dochtertje Gerarda Buis geboren op 18-11-1820. Dit keer legt ze het niet te vondeling. Maar vertelt niets tegen haar man in Edam want ze geeft het de achternaam Buijs en niet van Dijk. In augustus overlijdt haar man Arnoldus in Edam, Ze is wel naar huis gegaan toen hij overleed voor de begrafenis en voor de dingen in huis die ze kon gebruiken. Een jaar later overlijdt dochtertje Gerarda op 16-12-1822 in Amsterdam. 
Ik weet niet wanneer zij mijn betovergrootvader heeft ontmoet en of die twee kinderen Buis van hem waren, Wel weet ik dat op  25-06-1823 weer dochtertje wordt geboren dit keer met de naam Geertruida Smit ingeschreven in de burgerlijke stand als dochter van Antonie Joseph Smit en Alida Buis, deze dochter wordt 28 jaar en overlijdt ongehuwd. In 1825 wordt mijn overgrootvader Willem geboren 26-06-1825. Als zoon van Antonie en Alida. In 1832 wordt nog een kind geboren dat de achternaam Smit krijgt, Hendricus Wilhelm die 1,5 jaar later overlijdt Als Willem 12 jaar is overlijdt zijn vader. Zijn vader word aangegeven door een zoon Egbert, waarvan ik tot dan nog niet had gehoord. Wat blijkt, Antonie geboren in Breda, is met zijn ouders in Edam beland en daar getrouwd met Maretje Pothoven (1785-1855) met Maretje heeft hij 7 kinderen gekregen, Willem 1808-1808, Harmanus 1809, Egbert 1810, Francina 1812, Wijnanda 1814, Maretje 1818 en Antoni Joseph 1820 bij dit laatste kind was Antoni niet aanwezig en dit kind is daarom ook aangegeven door de vroedvrouw. Waarschijnlijk was hij meer in Amsterdam dan in Edam. 

Vermelding van het Binnengasthuis waar mijn over-overgrootmoeder een paar dagen heeft gelegen

Een gedeelte van het formulier waarop de vondeling vermeld met met de tekst van het briefje dat erbij was. 

De inschrijving van het vondelingetje in Veenhuizen bij de kinderkolonie in 1828 als 6 jarige.

maandag 25 januari 2016

Crime Passionnel.

Crime Passionnel, misdaad uit hartstocht.
Hoewel ik twijfel of hier nog veel hartstocht is in dit huwelijk is het wel degelijk een misdaad in de relatiesfeer. In het krantenbericht word er gesproken van een moordaanslag wat in het vonnis niet te lezen staat, daar lijkt het net of het een toevallige ontmoeting is tussen beide partijen.,

Nicolaas Pover timmerman 28 jaar trouwt met Maartje Beaux 21 jaar op 18 juni 1896.
Nicolaas geboren 15-06-1868 is een zoon van Nicolaas Pover en Catharina Hegemann.
Maartje geboren 13-06-1875 is een dochter van Josephus Beaux en Gerardina Bosbaan
Uit het huwelijk zijn 3 kinderen bekend Nicolaas 1896, Frederik 1899 en Margaretha 1905. In 1917 word de scheiding van het huwelijk uitgesproken.
Een echt goed huwelijk lijkt het me niet, Maartje laat in 1902 haar man en 2 kinderen achter om een paar weken samen te wonen met Hendrik Hummen. Maar ze keert toch weer terug naar Nicolaas.
Hier onder staat het vonnis van de steekpartij toen Nicolaas op weg naar zijn werk Hendrik  op straat tegenkomt.

Vonnis
De Arrondisements-rechtbank te Amsterdam vijfde kamer, rechtdoende in strafzaken:
Gezien de stukken onder welke de dagvaarding, namens den Officier van Justitie op den 30e december 1902 beteekend aan:
Nicolaas Pover, schilder geboren te Amsterdam 18 juni 1868 aldaar wonende Lijnbaansgracht 114 3 hoog.
Gehoord de aanklacht van den Officier van Justitie tegen voornoemde beklaagde, volgens zijn opgaven genaamd
Nicolaas Pover, zoon van Nicolaas Pover en van Catharina Hegemann gehuwd met Maartje Beaux, oud 34 jaren van beroep schilder geboren te Amsterdam en wonende aldaar Lijnbaansgracht 114 3 hoog.
Gehoord de na te melden ter terechtzitting onder ede afgelegde getuige-verklaring;
Gehoord het requisitoir van den Officier van Justitie, daartoe strekkende: dat de beklaagde worde schuldig verklaard aan de feiten hem nij dagvaarding te laste gelegd, daarstellende 
Mishandeling
en dientengevolge veroordeeld tot gevangenschap voor den tijd van 4 maanden met last van teruggave der stukken van overtuiging, na verloop van 8 dagen nadat het vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, aan wie de Rechtbank met name zal aanwijzen.
Gelet op de verdedeging door en namens de bekaagde in het midden gebracht overwegende dat de beklaagde is gedagvaard ter zake dat hij te Amsterdam op de 25 november 1902 op den openbaren weg hoek ten Katestraat en Kinkerstraat moedwillig met een mes of ander scherp voorwerp Hendrik Hummen een bloedende wonde in de borst en eene bloedende wonde in den buik heeft toegebracht, overwegendedat de beklaagde ter te rechtszitting heeft erkend en opgegeven”
Dat hij op den 26e november 1902 des morgens te omstreeks 6½ uur op den  hoek van den Kinkerstraat en de ten Katestraat alhier toevalligerwijze den getuige Hendrik Hummen heeft ontmoet die naar beklaagde bekend was in october 1902 met zijne beklaagde echtgenoote eenige weken in ongeoorloofde verhouding te samen gewoond had, dat naar aanleiding van dit feit tussen beklaagde en Hummen eene woordenwisseling ontstaan is waarbij deze zeide, dat hij (beklaagde) zijne vrouw moest verszeken om hem. Hummen. Met rust te laten, dat beklaagde opgewekt door de onverwachte ontmoeting met dien man en geprikkeld door diens woorden, het ter rechtzitting als S.v.O 1096/2 aanwezige mes dat hij in een schede hangende aan een knoop aan den band van zijn broek bij zich droeg heeft getrokken en daarmede naar Hummen die in zijne onmiddellijke nabijheid stond eene stekende beweging gemaakt en dezen geraakt heeft, waarna het mes op den grond is gekomen.
Overwegende dat ter terechtzitting is verklaard door den getuige en deskundige Dr. A. Snoek: dat hij als arts in het Wilhelmina Gasthuis in den morgen van 26 november 1902 de wacht hebbende, te omstreeks 7½ uur, de getuige H.Hummen ter behandeling heeft gekregen en toen bij deze twee bloedende wonden met gladde randen heeft geconstateerd en wel eene aan de borst rechts van het borstbeen en eene aan den rechterkant van den buik dat die wonden zeer goed kunnen zijn toegebracht met het hem in ----------mes S,v,O1096/2



Overwegende dat door de bekentenis van den beklaagde en de verklaring van den getuige Snoek boven gerelateerd vast staat:
1e dat beklaagde in den morgen van den 26e november 1902 te omstreeks 6½uur, op den hoek van de Kinkerstraat en de ten Katestraat alhier met het ter te rechtszitting als S.v.O 1096/2 aanwezige mes naat Hendrik Hummen eene steekende  beweging gemaakt en deze geraakt heeft.2e dat genoemde Hummen in die morge te omstreeks 7½ uur in het Wilhelmina Gasthuis alhier is gekomen en toen twee bloedende wonden met gladde randen had en wel eene aan den rechterkant van de borst en eene aan de rechterkant van den buik
Overwegende dat er te rechtszitting is verklaard door den getuige H.Hummen: dat in den morgen van 26 november 1902 te omstreeks 6½ uur op den hoek van de Kinkerstraat en de ten Katestraat alhier tusschen hem en den beklaagde eene woordenwisseling is onstaan, waarna deze met een mes in de hand een steekende beweging in de richting  getuige gemaakt en hem aan de rechterkant van de borst en aan dien zelfde kaant aan den buik geraakt heeft, onmiddellijk waarna hij een warm gevoel, als van afloopend bloed, onder zijne kleeren,  die ter terechtzitting als S.v.O 1096/3 aanwezige had.
dat de beklaagde daarna het mes heeft weggeworpen en getuige dit heeft opgeraapt, maar later weer weggeworpen en hij dit ter te rechtszitting als S.v.O 1096/2 aanwezig ziet.
dat getuige zich naar het Wilhelmina Gasthuis begeven heeft en hij daar – na onderweg met niemand in aanraking geweest en niet verwond geraakt te zijn- gezien heeft dat zijne kleeren met bloed bevlekt en door stoken waren – het geen niet het geval was geweest, toen hij dien morgen zijne woning verliet, dat toen in dat Gasthuis zijne buik- en zijne borstwonde zijn verbonden en hij ter verdere verpleging is opgenomen.
Overwegende dat door de booven gerelateerde verklaring van den getuige H.Hummen door de uit dat bewijsmiddel voortvloeiende aanwijzingen en door de boven 1e en 2e genoemde daadzaken, inverband met het daar te rechtbank  (een paar onleesbare woorden) alles in onderlinge verband en samenhang beschouwd het feit aan den beklaagde te laste gelegd, zomede diens schuld daaraan, wettig en overtuigend is bewezen, met dien verstande dat de verwondingen zijn toegebracht met een mes.
Verklaard met dien verstande als wel werd overwogen het feit aan den beklaagde te laste gelegd, alsmede diens schuld daaraan wettig en overtuigend bewezen en dat het aldus bewezene uitmaakt:
Mishandeling
Verklaard den beklaagde schuld aan dat misdrijf.
Gezien de artt 300 van het wetboek van strafrecht 214 - 219 van dat van strafvordering. Veroordeelt voornoemde beklaagde
Nicolaas Pover
Tot gevangenisstraf voor den tijd van 4 maanden
Gelast, behoudens de bepalingen van art 219 van het wetboek van strafvordering, de teruggave van de stukken van overtuiging en wel S.v.O 1096/1 een zwart lederen messenschede aan den veroordeelde, van S.v.O 1096/3 een demi faison overjas, colbertjas, vest, borstrok, flanellen onderhemd en een gezondheidsgordel aan Hendrik Hummen
Gelast de vernietiging van S.v.O 1096/2 een mes als gediend hebbende tot het plegen van een strafbaar feit.
Gewezen door HH. Mrs. G.W. Baron van Imhoff   President Jhr W. C. Quarles van Ufford rechter en P.W. de Koning rechter-plaatsvervanger tegenwoordig in Raadkamer mr J.E. Jacobsen en uitgesproken door G.W. Baron van Imhoff voornoemd, ter openbare terechtzitting van den 27e februari 1903.
Krantenbericht van 28 november 1902 uit De Tijd, Hier word Nicolaas Pover alleen Bolte genoemd. In een ander bericht van de uitspraak in 1903 heet hij wel Pover
De rest van dit artikel kan ik niet vinden. Artikel is uit het Algemeen Handelsblad van 13 februari 1903


dinsdag 31 maart 2015

Kwartierstaat van Alida Dirks BUIJS




Selectie          :  'Personen in kwartierstaat van Alida BUIJS [2513]'
Sortering        :  Kwartiernummer

Generatie I

1              Alida (Aaltje) Dirks BUIJS, baker, werkster, dienstbaar, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 01‑05‑1791 te Edam (getuige(n): Trijntje Claas), overleden circa 1860.
Gehuwd (1) op 21‑jarige leeftijd op 29‑04‑1813 te Edam (getuige(n): Jacob Jonk 43j boer zwage bruid, Cornelis Kaan 56j visventer oom bruid) met Arnoldus (Arie) van DIJK, 22 jaar oud, groenteverkoper, gedoopt (RK) op 08‑04‑1791 te Edam, overleden op 18‑08‑1821 te Edam op 30‑jarige leeftijd.
Samenwonend (2) ca 1820 met Antonie Joseph SMIT, oppasser, bediende, kantoorloper, gedoopt (RK) op 23‑08‑1783 te Bergen op Zoom (getuige(n): Antoinius Josephus Miller, Maria Catharina van Haije), overleden op 22‑04‑1834 te Amsterdam op 50‑jarige leeftijd.
Uit de tweede relatie:
1.             Geertruida, geboren op 25‑06‑1823 te Amsterdam.
2.             Willem, Werkman,, geboren op 26‑06‑1825 om 06.00 uur te Amsterdam (aangifte door: Hendrik Moodaar 34j servetsteeg 25 kruijer,Johannes Paulus Frantze 36j Servetsteeg 19 winkelier), gedoopt (RK) op 26‑06‑1825 te Amsterdam, overleden op 06‑03‑1899 te Amsterdam op 73‑jarige leeftijd, Onze Lievevrouwegasthuis. Willem en Andina woonde eerst in de Rozenstraat 287 (184). Zijn in februari 1865 verhuisd naar de 3e Leliedwarsstraat.
Op zijn militiebriefje staat ‑....dat aan hem vervolgens bij de loting is ten deele gevallen het nummer 2526, 4e kl. hij, als eene onteerende straffe zijnde veroordeeld geweest in de nationale militie niet is toe gelaten.‑
Als hij terugkeerd in Amsterdam word vermeld: van Harderwijk gepasporteerd van Oostindien leger.

Heeft van 16 november tot 30 november 1881 in het Binnengasthuis gelegen en van 2 december tot 23 december 1882 weer.

Ondertrouwd op 19‑04‑1860 te Amsterdam, gehuwd op 34‑jarige leeftijd op 02‑05‑1860 te Amsterdam (getuige(n): Cristoffel de Levi, Willem Hendrik Reuman, Hubertes Onclin en Hendrik Jur) met Andina Dorethea BLEESING, 25 jaar oud, werkster, geboren op 14‑01‑1835 te Amsterdam, gedoopt (RK) op 14‑01‑1835 te Amsterdam, overleden op 25‑02‑1909 te Amsterdam op 74‑jarige leeftijd, dochter van Petrus BLEESING (Bleesink)straatveger, sjouwerman, en Maria Anthonia VERVLOOSEBaker.
3.             Hendricus Wilhelm, geboren op 09‑03‑1832 te Amsterdam.
Kinderen:
4.             Christina, geboren op 23‑01‑1813 te Edam. In het jaar achttien honderd en dertien de 23 van de maand januari des smiddags drie uure is voor ons Maire der gemeente van \edam canton Edam departement van de Zuiderzee \Gecompareerd Johanna Jacoba de Haan oud 45 jaar van beroep stads vroedvrouw, wonende binnen deze stad welke ons heeft verklaard dat op heden middag half drie Aaltje Dirks Buijs van beropep dienstmeijd wonende ten huijse van Lijsje Cornelis Veerman op het Bagijneland in wijk 1 is bevallen van een kind van het vrouwelijke geslacht het welk zij ons voorstelde aan het zelve de voor en toenaam van Christina Schessen gevende. De gemelde verklaring en voorstelling is geschied in tegenwoordigheid van Victoir Berlotee 39 jaar van beroep arbeider en Klaas Grootschoen 39 jaar van beroep boer beide alhier woonachtig. Overleden op 01‑08‑1813 te Edam, 190 dagen oud. In het jaar achttien honderd dertien den eerste van den maand augustus 's morgens ten half twaalf uure zijn voor ons maire officier van den burgelijke staat der gemeente van Edam Canton Edam departement van de Zuiderzee gecompareerd Hendrik Hofman en Harme Hamke goede vrienden. Welke ons hebben verklaard dat heden morgen ten half vijf uuren Christina Schessen dogter van Christiaan Schessen en Aaltje Buijs (in onegt geteeld) oud 27 weken hebbende gewoont in wijk 3 nr 30 is overleden. Dochter van Cristiaan SCHESSEN, bloemist.
5.             Jacob Cornelis BUIS, opperman, stratenmaker, geboren op 02‑03‑1818 te Amsterdam (gezindte: RK), vermoedelijk is dit kind ter vondeling gelegd. Als Jacob trouwt zijn de geboorteplaats en namen ouders onbekend, Wel weten ze dat hij Jacobus Cornelis Buis heet en op 2 maart 1818 is geboren. Op 9 maart word hij ingeschreven als vondeling in het weeshuis. Gevonden op de Utrechtsestraat bij de Prinsengracht.
Gehuwd op 30‑jarige leeftijd op 14‑06‑1848 te Amsterdam met Anna Elisabeth HUIJSMAN, 33 jaar oud, werkster, geboren op 25‑11‑1814 te Amsterdam (gezindte: geref), dochter van Carel Wilhelmus HUIJSMAN en Louisa Elisabeth van VELSEN.
6.             Gerarda BUIS, geboren circa 1820 te Amsterdam, overleden op 16‑12‑1822 te Amsterdam (aangifte door: Willem Smit 24j kleermaker Servetsteeg 28).

Generatie II

2              Theodorus (Dirk) Jacobse BUIJS, schipper, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 22‑05‑1752 te Edam (getuige(n): Grietje Tijmes), overleden op 16‑12‑1797 te Edam op 45‑jarige leeftijd.
Gehuwd met
3              Huibertje CLAAS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 23‑12‑1755 te Edam (getuige(n): Aefje Crelis), overleden op 10‑11‑1797 te Edam op 41‑jarige leeftijd.
Uit dit huwelijk:
1.             Jacobus, gedoopt (RK) op 23‑06‑1779 te Edam (getuige(n): Gaartie Tijmes).
2.             Japik Dirksz, visser, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 25‑05‑1781 te Edam (getuige(n): Gaartie Tijmes), overleden op 21‑12‑1852 te Edam op 71‑jarige leeftijd.
Gehuwd met Jannetje KIEFT, geboren circa 1786 te Edam (gezindte: RK), overleden op 16‑12‑1858 te Edam.
3.             Geertrudis (Geertje), gedoopt (RK) op 14‑05‑1785 te Edam (getuige(n): Trijntie Crelis), overleden op 30‑07‑1820 te Edam op 35‑jarige leeftijd.
Gehuwd te Edam met Jacobus (Jacob) JONK, boer, huisman, geboren circa 1770 te Edam, overleden op 21‑12‑1828 te Edam.
4.             Claas, gedoopt (RK) op 04‑01‑1787 te Edam (getuige(n): Afie Claas).
5.             Alida (Aaltje) Dirks, geboren te Volendam (zie 1 op blz. ).
6.             Nicolaas, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 16‑05‑1793 te Edam (getuige(n): Afie Claas).
7.             Cornelius, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 16‑05‑1793 te Edam (getuige(n): Gerretie Tjeerds).
8.             Trijntje, geboren te Edam, gedoopt (RK) op 15‑09‑1796 te Edam (getuige(n): Antje Claas).

Generatie III

4              Jacob DIRKS.
Gehuwd circa 1742 met
5              Gaertie TAAMS (Geertje Tijmes), geboren circa 1722 (gezindte: RK).
Uit dit huwelijk:
1.             Taams JACOBSZ, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 20‑10‑1742 te Edam (getuige(n): Grietje Taams).
2.             Aafje JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 14‑11‑1744 te Edam (getuige(n): Maartje Dirks).
3.             Welmoed JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 09‑10‑1747 te Edam (getuige(n): Trijntje Crelis).
4.             Wilhelma JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 27‑05‑1750 te Edam (getuige(n): Trijn Crelissen).
5.             Theodorus (Dirk) Jacobse BUIJS, geboren te Volendam (zie 2 op blz. ).
6.             Wilhelma JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 24‑01‑1754 te Edam (getuige(n): Trijntje Crelis).
7.             Wilburga JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 15‑10‑1755 te Edam (getuige(n): Aefje Jans).
8.             Cornelis JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 10‑05‑1758 te Edam (getuige(n): Leijsje Jans).
9.             Albricus JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 17‑07‑1764 te Edam (getuige(n): Grietje Tijmes).
10.           Tijmen JACOBS, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 11‑07‑1770 te Edam (getuige(n): Maartje Claas).

6              Claas CRELISZ.
Gehuwd met
7              Neeltje CRELIS.
Uit dit huwelijk:
1.             Cornelius CLAASZ, geboren te Volendam, gedoopt (RK) op 03‑08‑1751 te Edam (getuige(n): Aefje Crelisz).
2.             Huibertje CLAAS, geboren te Volendam (zie 3 op blz. ).

Generatie IV

10            Taams NN.
Kinderen:
1.             Gaertie TAAMS (Geertje Tijmes), geboren circa 1722 (zie 5 op blz. ).
2.             Trijntje TIJMES.
Gehuwd op 12‑01‑1742 te Edam  met Jacob JANSE.