donderdag 6 augustus 2009

Rika Gischler


Rika word gedoopt op 22 maart 1899 met de namen Geziena Frederika Gischler in Amsterdam, zij is het eerste kind van Hendrikus Johannes Gischler (1865-1903) en Hendrika Johanna Nooije (1871-1914)Zij kijgt nog een broertje Hendrikus Willem geboren 4-3-1900,maar die werd slechts 30 dagen oud. Rika's vader overlijd 31 mei 1903 als zij net 6 jaar is, en 2 jaar later hertrouwt haar moeder met de uit Beverwijk afkomstige Jacob Pirovano, Jacob is dan 24 jaar en haar moeder 33 jaar. De 6 jarige Rika kan het niet goed vinden met haar stiefvader, zoals we kunnen lezen in brieven van het Diaconie Weeshuis. Uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren Jacoba Catharina 1906 en Hendrikus Johannes Jacobus 1909. Veel geluk heeft de kleine Rika niet want een week na haar 11e verjaardag overlijd haar moeder 30-3-1914 Zuid Scharwoude. Na het overlijden word Rika naar haar tante Anna Maria gestuurd, die getrouwd is met Carl Ernst Schröder. Haar tante woont in de Jacob van Lennepstraat 54 Amsterdam.
Op 27 mei 1914 dient er een zitting bij de Griffie van het Kantongerecht in Alkmaar.
Hierbij aanwezig zijn de gemachtigde Jacob Jansen, Rijksklerk ter griffie voor Hendrikus Johannes Nooije zonder beroep wonende te Santpoort de toeziend voogd van Rika, verder van haar vaderszijde Anna Maria Gischler echtgenoote van Carll Ernst Schröder timmerman te Ansterdam en Johannes Frederik Hendrik Gerardus Gischler, gasfitter te Amsterdam die niet zelf aanwezig is.
Van haar moederszijde Jan Blok magazijnbediende te Zandvoort aanbehuwd oom en Gerardus Kok stoker te Schoten aanbehuwd oom. De familie vindt dat de Diaconie der Nederduitsche Hervormde Gemeente Amsterdam de voogdij over haar moet nemen, en haar in het weeshuis moet plaatsen. De Diaconie stemt toe en neemt Rika op. Bij geschreven staat er dat het 1e huwelijk van haar moeder ordelijk was en niet godsdienstig, en dat het 2e huwelijk het tegendeel was. verder word er bij vermeld dat het meisje wat achterhoudend is van aard en niet van hoogmoed ontbloot, verder dat ze gezond is. En zo zit Rika in het zelfde weeshuis als 30 jaar eerder haar achternicht Betje Pollman, dochter van de halfzus van haar Oma Gesiena Elisabeth Eichenberg. Zie het 2e blog hieronder van Betje Pollman.
Brief van de dominee in Zuid Scharwoude aan de regent van het Diaconie Weeshuis Amsterdam.
Zuid Scharwoude 25 April 1914
De Weledele heer M.J. Bierling
Regent v-h Diac. Weeshuis Amsterdam
Weledele Heer,
In verband met de aanvraag om plaatsing in het Diac. Weeshuis voor Rika Gischler werd mij verzocht u enkele dingen mede te delen hetgeen ik hierbij doe. Rika Gischler is dochter van Hendrikus Johannes Gischler en Hendrika Johanna Nooijen
beiden in leven lid van de Ned. Herv. kerk
thans beiden overleden. Het wil mij voorkomen dat het voor het meisje zeer wenselijk is dat ze opgenomen wordt in een weeshuis zoodat ze van hulp en goede leiding verzekerd kan zijn.
Ik ken het meisje persoonlijk slechts weinig daar hare moeder slechts korte tijd in deze gemeente heeft gewoond. Met haar tweede vader, die spoedig ook deze gemeente verlaat, kan ze heelemaal niet overweg, iets wat naar ik geloof wel voor een groot deel is gelegen in een absoluut verkeerde opvoeding.
Van harte hoop ik dat er een plaats voor haar is in uwe inrichting, wenst u meerder inlichtingen dan zal ik ze voor zoover het mij mogelijk is gaarne doen toekomen.
hoogachtend Do. J.A.R. Te....

donderdag 25 juni 2009

Het schoonhouden van de Stad Alkmaar in 1704

Hoe maakten ze vroeger een stad schoon en netjes, gemeentewerken bestond nog niet, maar ze stelden wel stratenvegers en koperpoetsers e.d. aan. Niet dat je er rijk van werd, maar als bijbaantje was het wel te doen denk ik, denk alleen dat het geen bijbaantje was. Maartje Keetels kreeg bv maar 10 stuivers per kwartaal voor het schoon houden van de straat en de goot voor het spuithuisje in de Ridderstraat. Dat was natuurlijk geen dagtaak. Gerbrig Jacobs moest zelfs twee jaar de oude vesten voor het trufvulsters huisje schoonhouden om dan 10 gulden te ontvangen, waar ze dan weer twee jaar mee moest doen voor er weer uitbetaald werd. Theunis Hendriks kreeg 2 gulden in de week, maar daar moest hij dan wel heel wat voor doen, in 1709 kreeg hij opslag van 10 stuivers per week mits hij ook op zondag de straat bij de kapel schoonhield. Wie de rest van de stad schoonhield weet ik niet, maar iedereen veegde natuurlijk zijn eigen stoepje schoon.

Tractamentarissen 1704

Maartje Keetels
Voor’t schoonhouden van de straat en de goot voor’t spuijthuijsje in de Riddertsraat ijder vierendeel jaars …..f 0-10-0 ……….f 2-0-0
1e jan. April julij octobers

Cornelis Dirksz, nu Trijntje Jans
Schoonhouden van de oude veste voor de Sakkestraat ¼ jrs 3-18-0 / 15-12-0
1e jan april julij october

Geertje Douwes
Schoonhouden van’t riool in de Cleijne Nieuwestraat, bij het pakhuijs van Wander Meij, en de plating voor’t selve om’t jaar f 6-6-0 op de 1e jan.
Geertje was getrouwd met Tjerck Hansen en had 1 dochter Jeltje van 1687 en 1 zoontje Klaes van 1697.

Glein Pietersz
Voor het opsteken van de lantaarn buijten de Boompoort op’t hooff uts f 3-3-0 op de 1e jan.

Frans Jacobsz van Bentum
Schoonhouden van de Nieuwestraat omtrent het Haarlemmerveer, item de wal daar voor op ’t dronckenoord uts f 6-0-0 op de 1e jan.

Gerbrig Jacobs
Schoonhouden van oude vesten voor het turfvulters huijsje in de Nieulanderstraat, om’t jaar f 10-0-0
Op de 1e jan.

Antje Reijmers
Wegens ’t schuuren van de cranen en cnoppen van de pomp op de vismarckt, item op’t schoonhouden van de trap ende agter deselves, ten eijnde van de brouwerij “de Boom”alle lopende maanden f 2:10:- f 30-0-0
Fbr. Mrt. Ap. M. Jun. Aug. S. Oct. N. Dec.

Cornelis Bouman
Voor’t schoonhouden van de Nieuwe Plantagie op Ropjeskuijl ¼ f 32-0-0 f 130-0-0
1e febr. maij, aug. November quitantie

Saartje Allerts van der Meer en Grietje Ariens veegen van de Breestraat ¼ jrs f 12-10-0 f 50-0-0
Saartje is getrouwd met Aerjen Miessen, gevonden kinderen Jan 11-9-1698, Antje 5-5-1701, Maartje 24-11-1707,

De vullis luijden
Voor’t vissen van de crenge ¼ jrs f 5-0-0 f 20-0-0

Barber Pieters veegen en schoonhouden van de brug en plating van de Wagenaarsbrugge
Om’t jaar f 40-0-0 op de 1e febr.

De gesamentlijke bierdragers
Voor’t schoffele, aanharcken en verder schoonhouden van de |Stads Hout en het Bos ¼ jaar f 125-0-0
F 500-0-0 de 17e maart, junij, 7b. xbr. Quitantie

Willem Pietersz de Lange
12 maanden tract. Voor’t oppassen van de swanen bij quitantie f 20-0-0
nog voor turf, kaarsen op deselve quitantie f 12-0-0
1e maij f 32-0-0

Lucas Pietersz Dubbelt en Sweer Cornelisz wed. schoonhouden van de capel, om’t jaar f 45-0-0
1e febr 1709 vermits de schoonmaken van de banken aan de voornoemde en
Sijtje Lucas Dubbelt om f 60-0-0

Lucas Pietersz Dubbelt was gehuwd met Grietje Gerits Woijerts zij hadden 5 kinderen
Pieter 2-12-1671, Sijtje 13-8-1673, Madaleentje 1-1-1676, Gerrit 20-3-1678, Sijtje ca 1680 Sijtje is 40 jaar als zij op 14-2-1721 overlijd, Antje 23-3-1681,
Ik mag aannemen dat Lucas de helft van de f 45-0-0 kreeg om’t jaar wat neerkomt per jaar op f 11-5-0


Aaltje Hendriks
Weegens schoonhouden candelaars en croonen in de capel om’t jaar f 20-0-0 de 1e octob.

Theunis Heindrixz des weeks f 2-0-0 voor’t schoonhouden van de volgende plaatsen te weten:
1. de straat en palting aan beide de einden van de Zakkestraat
2. de straat voor en ter zijden ’t kapel
3. de bruggen van d’oude vesten
4. voor ’t spuithuis in de Ridderstraat
5. het ooster kerkhof en rondom de kerk zoo verre ’t niet door een ander wert gedaan
6. ’t noordend van de Nieuwe sloot bij de loijerijen
7. straat en brug voor ’t zakkendragershuijsje
8. ’t Koningsstraatje en agter ’t regthuijs
9. en verder ’t geen Burgemeesteren ordineren
in de kantlijn :
weeklijx
den 13e april 1709 Theunis Hendrix bij de heeren Burgemeesteren toegesegt
in plaats van f 2-0-0 weekelijx f 2-10-0 mits boven ’t geen sijds staat ook des sondaags de straat bij de capel schoonhouden.

Maartje Hendrix in plaats van Theunis Hendrix haar overleden man, op deselve conditie van salaris en 1715

vrijdag 29 mei 2009

Betje Polman(n)

Vinkenstraat 67
Betje Polman werd in de Westerkerk in den Helder gedoopt als Elisabeth Johanna Helena Frederica Polman . Zij werd op 4-8-1872 geboren. Haar moeder Elisabeth Eichenberg geboren 23-4-1852, overleed op 10-4-1873 slechts 20 jaar oud. Vader Johan Frederik Polman geboren 18-11-1841 hertrouwde 10 maanden later in Den Helder met Geertrui Johanna Amse geboren ca 1843. Betje kreeg 2 halfzusjes Clara Jacobina Bregetta 22-5-1880 en Wilhelmina Johanna Hendrika 18-8-1881. Zus Klaartje gaat in 1916 naar de Bilt en van zus Mientje heb ik niets terug kunnen vinden.
Het gezin verhuist voor 1880 naar Amsterdam en gaat wonen in de Vinkenstraat nummer 67 waar hij een winkeltje begint. In augustus 1882 word Johan lidmaat van de Hervormde kerk in Amsterdam.

Nadat haar vader op 31-8-1883 overleed kwam Betje, 11 jaar oud, ten laste van de Diaconie van de Hervormde gemeente. Haar zusjes, die dan 3 en 1 jaar oud zijn, blijven bij hun moeder en komen niet ten laste van de Diaconie




Diaconie weeshuis Amsterdam







Op 7 september 1883 wordt een inventaris van de boedel gemaakt van Johan en Elisabeth.
Deze bestaat uit:

1 zilveren zakhorloge met nikkelen ketting
4 stuks zilveren voorwerpen
4 gouden ringen
1 stel oorsieraden
en enige galanterieën
aan mansklederen was een waarde toegekend van 5 gulden
aan vrouwen klederen:
3 jurken
2 omslagdoeken
3 hoeden
5 hemden
5 rokken
4 broeken
3 borstrokken
3 jakken
5 boezelaars
5 paar kousen
12 zak- en halsdoeken
1 paar schoenen
en 1 paar laarzen waarde van de vrouwen klederen is 43 gulden 15
aan lijnwaden
6 bedlakens
6 slopen
4 tafellakens
en enig kindergoed waarde 9 gulden 90
verder 1 bed
2 peluwen, een kapok en een zeegras
1 hoofdkussen
1 wollen en 1 katoenen deken
1 lamp
2 tafels
1 buffetkastje
3 stoven
6 stoelen foto:stadsarchief Amsterdam Diaconie weeshuis
1 kist
1 fornuis
en wat winkelopstal en goederen
totale waarde 118 gulden en 55 cent. Er was ook een begrafenisfonds van 100 gulden.
Voor Betje werd buiten de inventaris gehouden een zilveren knipje, een flacon met zilver, 2 stel rode koralen met sluiting, een paar oorbellen en een gouden medaillon. Dit was haar erfenis.
Dan waren er nog wat schulden die betaald moesten worden. Van huishoudelijke aard was dat 115 gulden, aan de Graan en van Meegen 250 gulden, aan belasting 38,14 en voor de notaris stond nog een rekening open van 16,20.
Wat geeft aan gelden een negatief saldo. Opbrengst 218,55 en aan schulden 419,44 waardoor de boedel werd afgewezen.

Betje had na de dood van haar moeder als toeziend voogd Fredrik Wilhelm Vodegal schuitenvoerder wonende op de Prinsengracht 77 Amsterdam gekregen.
Na de dood van haar vader werd als voogd aangesteld haar oom Rudolf Willem Polman mr. Kleermaker. Hij woont in Eerbeek in Gelderland , heeft 3 kinderen in leven van de 6 en een vrouw in het kraambed. Geen ruimte dus voor een extra kind.
Stiefmoeder was dus ook niet van plan om voor haar te zorgen. Van de grootouders was alleen grootmoeder van vaderszijde in leven en die was al 80 jaar oud, deze kon dus niet voor haar zorgen. En de enige oom die ze had van moederzijde zat op zee.
Betje wordt opgenomen in het Diaconieweeshuis dat toen gevestigd was op de Amstel.

In 1918 trouwt Betje op 45 jarige leeftijd met de even oude Arij Bergwerf uit Maasland in Delft en neemt ze haar oude stiefmoeder in huis.
Deze overleed in 1935 te Delft op 92 jarige leeftijd, Betje heeft dus nog heel wat jaren voor haar gezorgd.

woensdag 29 april 2009

de Jonge Neeltje omgedoopt tot de Alida Jacoba

Waar de hobby genealogie al tot kan leiden, de voorouders van mijn zwager komen uit Vlaardingen en Maassluis en het waren bijna allemaal vissers, zeemannen en loodsen.
Van sommige weten we op welke schepen ze gevaren hebben, een haringbuis had mijn zwager al gemaakt naar aanleiding hiervan en nu dus een bazaanschuit. of ze hier daadwerkelijk mee hebben gevaren weten we niet, maar het is een mooi vissersschuitje. De haringbuis heeft hij zelf in een vitrine staan en de bazaanschuit heeft hij voor mij gemaakt. Officieel heet dit schuitje de Jonge Neeltje, maar ik heb haar omgedoopt tot de Alida Jacoba naar mijn vader en moeder. Aan gezien de meeste schepen vroeger naar vrouwen waren genoemd heb ik de naam van mijn vader, Jacobus, dus maar omgevormd naar Jacoba. Mijn zwager is er een maand of 8a9 mee bezig geweest. Alles heeft hij zelf gemaakt, zoals de gebogen latjes van de romp, hier moest hij het goede hout voor zoeken dat niet scheurde bij het buigen. Een hele klus was het priegelwerk van de touwen en lijnen. Gelukkig was er in tegenstelling tot de haringbuis, die hij helemaal zelf heeft moeten tekenen, een bouwtekening op schaal 1-40 van de bazaanschuit.
De oudste van zijn familie is Maerten Arijensz Noorthoek van ca 1630. Enkele namen van de schepen zijn, een haringbuis "Vrouwe Dionisia" een galjoot "Familietrouw" een schooner "Eduard" en dan ook nog de "jonge Andreas" de "Reijmpjen en Alida".