donderdag 17 september 2026

Jan Matijs Eichenberg deel 2

 

7 jaar nadat Johann Mattijs Eichenberg een machting
bij de notaris afgaf voor zijn vrouw Eldsebe Bosman
maakt het echtpaar een testament op.

 

Op heeden den sesde Oktober
Seventiehondert Ses en Vijftig
’s middags om 4 uuren Beukelaar
Notaris
Jan Matthijs Eichenberg en Elsebe Bosman
Egtelieden ieder woonende op de Baangragt tusschen
 de Vijzel en Reguliersgragt.

En de ondergetekende getuige zoo zij
verklaaren bekent de testateur siek van
Lighaam de testatrice gesond beide
haar zinnen van verstand en uijtspraak
Wel hebbende en gebruikende als dat uijtwendig
bleeken welke willende van haar tijdelijke goederen
en disponeeren de wijle  zij daartoe
tijd en geleegenheit hadden, hebben
daaromme uijt vrije wille mits deesen gemaakt
haar testament en de uijterste wille en manieren
naar volgende:
Voor aff hebben zij testateuren herroepen
dood en te niet gedaan alle voorgaande
testamenten, Codicillen en alle andere
soorten van uijterste wille bij haar bijde
off elk apart voor dato dezes
enigsints opgemaakt off gepasseerd niet
willende dat eenige van dien kragt hebben
off stand grijpen sullen
ende op Nieuw disponeerende zo stellen zij
Testateuren malkanderen over en weder te
weeten de Eerst Stervende de Langst Leevende
tot sijn off haar Enige ende algeheel Erffgename
en dat in alle de goederen roerende en onroerende
Actien, Crediten en gerechtigheeden
geene uijtgesondert die door den Eerst Stervende
met er dood zullen worden ontruijnt en nage-
laaten met volle regt van Erffstelling zo
nochtans dat de langst leevende bij al dien de
Eerst stervende kond off kinderen uijt hun Com-
paranten Huwelijk verwekt komt agter te laten
gehouden zal zijn dezelve behoorlijk op te voeden
en groot te maaken en komende tot hunne
meerderjargheid off te ten Huwelijkse staat
uijt te zetten off zoo wanneer de Langllee-
vende zig alvoorens tot een ander Huwelijk
mogte begeeven dan dezelve voor Vaders
off Moeders goet te bewijzen zo veel als
Langstleevende des Boedels in gemoede verstand
zal behooren zullende niet te min de goed
aan kind off kinderen te bewijzen onder de
Langstleevende verblijven tot er kind off
kinderen meerderjarigheid off trouwdag
toe, mits dat kind off kinderen als
dan ook door de langstleevende voor de
Zuijveren vrugten van dein allen inmiddels
zullen worden onderhouden en opgevoed.
Welke opvoeding uijtzetting en bewijs zij Com-
paranten begeeren dat de kind off kinderen
voor en in de Plaats van dezelve legotime
portie zal worden toe gerekend als waar in
alleen in verders nog te anders niet zij testa-
teuren inspective dezelve  tot meede erffgename
v an de Eerst Stervende hebben geïnstitueerd
zonder de Langst leevende gehouden zal zijn
’t maake van Eenige Inventaris off stellen
van Bergen als alzulx wel expres verbiedend
bij deeze
Verders hebben zij Comparanten de langst lee-
vende gesteld tot executeur van dit hun
Testament voogd off voogden van dit hun
Minderjarige na te latene kind off kinderen
en Regeerder off Regeerdersse van dezelve
goederen mat magt om ’t zij tot het opneemen
van het bewijs alleen off ook met tot
de meede Administratie een off meer per-
zoonen Sterven zig te kiezen off in zijne
off in haare plaats te stellen met ge-
lijke magt en gezag off dezelve
bij deeze meede genoemd en aangesteld
waaren geweest alles en in allen gevallen en
zulx zo wel ter eerster als laatster dood met
uijtesluijtinge van de Ed Heeren Weesmeesteren
dezer en andere Steden en Plaatzen de zelve van
haar Edele moeijte bedanken bij deezen
en bij aldien de testateur en Eerst Stervende was zonder
kond off kinderen na telaten en zijn moeder nog leeffde
zo stelt hij testateur dezelve in de legitime portie
alle ’t welke zij testateuren verklaaren te weze
haar testament en de uijterste wille willende wel
alzulx off als Codicille giften onder den levende
off te terzake des doodts zit zelve zal kennen
off moogen bestaan schoon genomen eenige
ommissie off defecten.

Verzoekende hiervan Acte in Forma
gepassert in Amsterdam voornoemd present
Balthasar Glijn en Christiaan Smit
gebuunre den testateuren als getuijgen
die verklaaren de testateurs te kennen
waar die zij gaan doen noemen.

was getekend Jan Mattias Eichenberg,
met kruisje Elsebe Bosman
Balthasar Glijne, Christiaan Smiet en door de notaris.

origineel Amsterdam Archief:
https://beta.archief.amsterdam/detail/9d6d21df-bf76-666d-e053-b784100a1840?asset_id=


 



160129

Jan Matijs Eichenberg deel 1

 

Als Johan Matias Eichenberg weer gaat varen machtigt hij bij de notaris zijn vrouw Elsebe Bosman  om alle nodige handelingen te verrichten. Ik heb deze Eichenberg-er nog niet kunnen plaatsen bij de familie van Ger Eichenberg en weet ook niet waar hij vandaan komt.

Op huiden den 12 november
des jaars 1749 compareerde voor mij Ferd. Bak
openbaar Notaris bij den Ed. Hove van Holland
geadmitteert te Amsterdam resideerende in|
presentie van de naar genoemde getuijge.

Johanna Matias Eichenberg woon-
agtig alhier in de Haarlemmerhouttuijnen
bij de Dommerstraat dog staande
op sijn vertrek voor Bottelier met het schip
genaamd Hilverbeek ten dienste van
het Edel mogent Collegie tezaam?? Alhier
en de verclaarde bij deesen te constitueeren en
magtig te maaken sijn huijsvrouw
Elsebe Bosman
gemaakelijk omme gedurende sijn
comparanten uijtlandigheid
als voorz. Als andere reise zijn comp.
persoon als omme en in alle voorvallen en ge-
leegenheeden te presenteeren en sijn regt waar
te neemen en sullis ook uijtstaande
Schilden, Gelden en Penningen goederen
en andere effecten documenten, brieven en
te vorderen innen en ontfangen Wijders met een
papieren van een igelijke te rekenen te quiteren
effenen en alle accoorden en contracten
aan te gaan, als meede omme alle erffenisse
te bestervenisse maakingen en giften ’t aan
een of andere voorn. Sijn huijsvrouw op coomende
te aanvaarden ofte deselve te repudieeren
soos ij te raade sallen werden Inventarisse
maaken ofte te vorderen(desnoods) onder
Eeden met een igenlijke der meede erffgenaamen  
of deelgenooten te schiften scheijdenen
deelen en het geene hem comparantes
sijn gemelde huijsvrouw het sij als er erffgenaame
legetaris of ander Sints competeert te ontfangen
alle en een Jaarlijkse goederen soo roerend als
onroerende te verkoopen of draagen en queijt
te schelden op de kragtigste en alle andere
wijse de Cooppenningen en mede te ontfangen
en alle vereijste acten te passeeren
Voort somme ter Saake voorsz in regten te
ageeren in alle de middelen en provisien van
Justieele te versoeken en gebruijken arresten
te doen en die weeder te moogen ontstaan de
saaken soo in cas van arrest als in ander sints
voor alle Heeren, Heeren regteren en geregten
op alle terminen, encidenten teege eenen
igelijk soo eijschende als verweerende waar
te neemen dese deesen vervorderen en
uijt te voeren ten uijteijnde ende de excutatie In-
clusive toe als meede omme over alle Saaken
te moogen accordeeren ’t van Signeeren en
verklijven en de voorts alle bedagten onbedigt
soo als buijten regten te doen en verrigten
wat eenig Sints zal weesen vereijst en hij
Comparanals voorsz
t Selfs present sijnde doen soude
konnen of moogen al waere daar toe
naader of speciaal der lasten als voorsz
staat vereijst die hij Comparant  xxxx
als hier inne geinsereert alles met magt
magt van substitutie soo in als buijten regten
beloovende van waarde te sullen houden
en doen houden alle het geene uijt kragt
deeses sal werden gedaan en verrigten
onder verband als nae regten
xxxx teerende hier van acte
aldus gepasseerd in Amsterdam
voorn ter presentie van Jan Cornelus Kaarsgieter
en Willem Swanenburg als getuige.
Johann Matthias Eichenberg
J.C. Kaarsgieter
W. Swanenburg
en de Notaris.

origineel in Archief Amsterdam:  
https://beta.archief.amsterdam/detail/b99850b5-4911-c897-aaff-891c471bf394

woensdag 9 september 2026

Eichenberg - ers in Nederland

 

Op den derden Maij des jarens Zeeventienhonderd Zeeven en Zeeventig
compareerde voor mij Pieter de Wilde openbaar Notaris te Amsteldam
bij den Hove van Holland geadmiteerd.

 

Den Heer Thomas Hendrik Weimar in kwaliteit des volgens acte in dato 7 augustus  1776
ten overstaan van  Burgemeester en  Raad der Vorstelijke Residentie Stad Cassel gepasseerd mij notaris bij translaat? Authentieq vertoont gemagtigde met de magt
van Substitrice van Catharina Elisabeth Eichenberg weduwe Bergen, Maria Elisabeth Eichenberg, Johanna Maria Eichenberg weduwe Meijer mitsgaders van Lorensz Bindernagel als curator van den absenten Carl Godefried Eichenberg zijnde de gemelden vrouwen ieder met een curator geassisteerd geweest, welke zijn  substitrants gemeede Principaalen komende de eenige erfgenaame te zijn  van hun overleedene Broeder Johan Nicolaus Eichenberg ingevolge zijn testament in dato 14 april 1772 voor Jacob Veedisch Sergeant in dienst den Edele Oostindische Compagnie toen waarneemende het Scribas Ampt op den Veldschans Tangarang en getuigen gepasseerd wonende comparant binnen deese Stad, mij notaris bekend.
Ende verklaarde hij heer comparant met kragte van  de magt van Substitrice in gemelde zijn trouwe zake geinserreert bij   deesen te substitueeren constitueeren en magtig te maken de Heer Nicolaas Beetz tot Hoorn in specialijk omme in den naam van hem comparant ingemelde zijn kwaliteit en also voor en ten behoeve van sijn substitrianten van de Oostindische Compagnie ter Kamer Hoorn te vorderen en te ontfangen de gantsche nalatenschap van boven gemelde Johan Nicolaus Eichenberg voor den ontfangst behoorlijk te quiteeren voor alle namaning in te staan daartoe de persoon en goederen van sijn principalen te verbinden en generalijk omtrent het geen voorschreven is alles te verrigten wat hij Substritrant uit kragte van de Zelve Zijn  procurate zouden kunnen doen alles onder belofte van approbare en verband als naar  regte gepasseerd binnen Amsteldam ter presentie van Willem Luelof Beumer en Pieter Berkman als getuige,

Was getekend W.L. Beumer, P. Berkman, Thomas Hendrik Weijman en P. de Wilde notaris.


origineel in het Stadsarchief Amsterdam 

https://beta.archief.amsterdam/detail/ec4f0054-92e1-7abc-c152-21572c50eb19

158917

donderdag 28 mei 2026

Deel 3, Acte van Repudiatie,

 Op den Vierde Oktober des Jaars Agttien Honderd en Drie Compareerde voor mij Anthonie Mijlius Notaris en Translateur behoorlijk aangesteld geadmitteerd en beëdigd te Amsterdam resideerende.

Gerrit Wilma  Bongert woonachtig te Gouda doch zich thans binnen deze Stad bevindende.
Te kennen geevende dat Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel bij haar testament op de 20ste November 1795 ten overstaan van den Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd na een prelegaat aan haar dochter Dorothea Wilhelmina Waterman te hebben gemaakt in al haar het overige dat zij Testatrice met de dood ontruimen en nalaten zoude tot haar Eenige Erfgenamen heeft gesteld haare voornoemde dochter Dorothea Wilhelmina Waterman mitsgaders Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert de twee eenige nagelatene kinderen van haar Testatrices overleden dochter Alida Maria Lupkink laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert zijnde de Comparant in dezen.

Dar de voornoemde Maria Elisabeth Sneeker laatst weduwe van Ernst van Onkel Wijders bij Acte op den 29e April 1796 ten overstaan van den zelve Notaris Kier van der Piet en getuigen alhier gepasseerd tot voogden over de genoemde minderjarige heeft aangesteld en gecommitteerd Teunis Heeme emt en tenevens Jan Mulder en die haare despositie op den Augustus laatstleden met de dood bevestigd hebbe en de genoemde Teunis Heeme de eenige nog in leven zijnde der gestelde Voogden bij Acte op den vierden van der zelve maand Augustus ten overstaan van den Notaris Cornelis Heideweille en getuige alhier gepasseerd zich van de voormelde Commissie van voogdij heeft geexcuseerd.
Dat hij Comperant zich willekeurig omtrent de situatie van den Boedel en nalatenschap vam meergenoemde Maria Elisabeth Sneek laatst weduwe van Ernst van Onkel geïnformeerd hebbende, is ontwaar geworden dat na betaling der Doodschulden en begrafenis kosten, mitsgaders na uitbetaling van het voorschreevene legaat en waarschijnlijk niets ten behoeve van de geinstrueerde Erfgenamen zal overschieten, en het dierhalve raadsaam heeft geoordeeld als Vader en / vermitsde Edecudatie  van den eenige overgebleven Voogd / natuurlijke voogd over zijne twee gemelde minderjarige kinderen van den voorschreeve Erfenis ten behoeve van boven gemelde Dorothea Wilhelmina Waterman, thans huisvrouw van Hendrik Pahlman, te renankeeren dan waartoe hij comparant vermeende niet te kunnen overgaan , dan alvorens daar toe door het Comité van Justitie deser Stad te zijn geanthoriseerd en gequalificeerd, welke Authorisatie en qualificatie hij Comparant verzogt en geoblineerd heeft volgens apponoinetement in dato 30 Augustus 1803 en geregistreerd in het 37e register van het Commite  fol: 96 
En verklaarde hij Comparant mitsdien ingevolge hetzelve appoinetement voor en in naam van zijne twee minderjarige kinderen van de op hen gekomene Erfenis van wijlen Waria Elisabeth Sneek laatst weduw van Ernst van Onkel ten behoeve van Dorothea Wilhelmina Waterman thans huisvrouw van Hendrik Pahlman te renuntieeren bij dezen
En opdat hier van ten alle tijden zal kunnen blijken verzogt en Consenteerde hij Comparant daar van op te maken en uit televeren deze Acte om te dienen en strekken daar in zo des gehoord;+.

Gedaan, gepasseerd binnen Amsterdam in presentatie van Daniel 't Jooslink Junior en Willem Köler als getuige

was getekent
Gerrit Wilma Bonger
D. 't Jooslink jr.
W. Köler en Notaris Mijlius

De originele acten staan op:
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-93f5-1a7b-e053-b784100aab8a  deel 1
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d0092ad0-f9c9-1a7b-e053-b784100aab8a  deel 2
https://archief.amsterdam/indexen/deeds/d837ae04-6721-6b6d-e053-b784100acdee deel 3



Deel 2, Excutatie en Aanstelling Voogd

 Op den Negen en Twintigsten April des Jaars Zeventien Honderd Ses en negentig Compareerden voor mij Kier van der Piet openbaar Notaris te Amsterdam bij de Hove van Holland geadmitteerd.

 Maria Elisabeth Sneeker, laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op den Overtyoomse weg voorbij de Pestbrug buijten de Leidsche Poort deser Stad doch onder deszelfs Jurisdictie.
Te kennen gevende dat zij comparante bij haare Testament op den20ste November des Jaars 1795 voor mij Notaris en getuigen gepasseerd wel heeft gecommitteerd tot mede voogd over haare twee minderjarige klijnkinderen Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot mede-Administrateur derzelve uit kragte van 't voorschreeve testament te erven goederen, Gerrit Wilma Bongert vader van even genoemde haare klijnkinderen, doch dat zij Comparante verklaarde dezelve Gerrit Wilma Bongert van de gemelde Commissie te excuseeren en te ontslaan. En voorts in des zelfs plaatse aan te stellen Teunis Heeme Meester kleermaker woonende alhier op de Nieuwezijds Agterburgwal bij de Mosterpotsteeg, geevende en verleenende aan dezelve nevens Jan Mulder de mede voogd en Administrateur bij het gezegde testament genoemd, alle zodanige uitgestrekte en bijzondere magt en gezag als bij opgemelde testament gegeven en verleend.

En versogt de Comparante hieraf acte gepasseerd in Amsterdam ten Huize van mij Notaris ter presentatie van Jean Jaques Mounier en Elbertus Diderius Waller als getuige.

was getekent Maria Elisabeth Sneeker,
                      J.J. Mounier
                      E.D. Waller
                     en Kier van der Piet Notaris.

vrijdag 15 mei 2026

Deel 1, Testament van een verweg aangetrouwde familie.

Sommige testamenten leveren duidelijkheid in familierelaties op en veel namen.  


Des Heeren Amen

Op den twingtigsten

November des Jaars

Zeventien honderd vijf en

Negentig na de middag

De klokke over twee uuren

Compareerde voor mij

Kier van der Piet Notaris

te Amsterdam bij de

Hove van Holland geadmiteerd

Maria Elisabeth Sneeker
laatst weduwe van Ernst van Onkel, woonende op de Overtoomseweg voorbij
De pestbrug buijten de Leidsepoort deser Stad doch onder deszelve
Jurrisdictie zijnde aan mij Notaris bekend.

Gezond van Lighame, haare verstand, memorie, gehoor en uitspraake wel
hebbende en gebruikende.
Dewelke verklaarde voorgenomen te hebben van haar natelatene goederen
te disponeeren ten welken einde zij ordenneerde haar Testament en uiterste wille
te doen beschrijven op volgende wijze.

Eerst en vooraf vernietigd zij testatrice aal terstamenten en codecillen en andere
 actens kragt van uitterste wille hebbende, door haar voor dato dezes alleen
of met andere gemaakt en gepasseert, willende dat allen dezelven geen de
minste kragt zullen hebben.

En als geheel opnieuw disponeerende verklaarde zij testatrice Eerstelijk te prelegateeren aan haar dogter Dorothea Willemina Waterman meerderjarige en ongehuwde  aan haar Testatrice in haar tweede huwelijk door wijlen Willem Waterman verwekt.
Eene somma van vijfhonderd gulden, en begeerde zij testatrice daarenboven dat zelve haar dogter deszelfs klederen, gemaakt goud, zilver en juweeltjes als haar in eigendom toe behoorends ook zal mogen behouden, en dat aan haar het geene zij aan kost, drank en huisvesting bij haar testatrice genote mogt hebben, niets het allerminste in reekening gebragt zal mogen worden. Als verklarende zij testatrice al het zelven tot vergelding van de getrouwe diensten en adsistentie in ‘t Glaasen en alzo in’t exerceeren  haar testatrices affaire mitsgaders in het waarnemen van haar testatrices huishouden zo aan haar Testatrices en laatst overleden man, als vervolgens aan haar testatrice beweezen voor zowel des noods mede te prelegateeren bij deze. En in al het overige dat zij testatrice met ter dood ontruimen nalaten zal zo roerende als onroerende, actien, crediten en gerechtelijkheden, geene uitgezonderd nomineerde en institueerd zij testatrice tot hr eenige en universeele erfgenaame haar voornoemde dogter Dorothea Willemina Waterman en bij overlijden van haare wetttige afkoomeling of afkoomeloingen bij representatie voor de een helft mitsgaders Maria Margaretha Bongerd en Gerrit Wilma Bongert, de twee eenige nagelaten kinderen van haar Testatrice s dogter wijlen Alida Maria Lupking laatst huisvrouw van Gerrit Wilma Bongert in haar eerste huwelijk door Jan Hendrik Lupking verwekt te zamen en bij voor overlijden van een of beide dezelve wettige afkoomeling of afkoomelingen bij Plaatsvulling en die van een voor overledene ontbrekende de overgeblevene van hun beide of der zelver Descendent of descendenten bij representatie voor de wederhelft.
Begeerend wijdes zij testatrice dat haar opgemelde dogter Willemina Waterman als haar testatrices meubelen, huisraad en inboedel mitsgaders klederen gemaakt goud, zilver en juweeltjes als mede de gereedschappen en het geene verder tot de glanzerij is behoorende op Testatrice van een beëdigd Schatser dezer stad met een aligementetie van 10 procents zal moogen aan en overnemen.
Voorts commiteerd zij Testatrice tot voogden over de voornoemde twee minderjarige kleinkinderen Maria Margaretha Bongert en Gerrit Wilma Bongert en verdere minderjarige die zij nalaten mogt mitsgaders tot administrateurs derzelve uit kragte dezes te ervene goederen Gerrit Wilma Bongert vader van de evengenoemde kinderen en Jan Mulder Chirurgijn woonende op de Ovbertoomseweg onder Amstelveen, ten dien einde aan hun gevende alle zodanige uit gestrekte magt en gezag als worden vereischgt en eenigzins gegeven kan worden, mitsgaders in;t bijzonder met magt van assumtie en surrogatie tot den uiteind van de verschreevene commissie op alles en in alle gevallen met uitsluiting van de weeskamer dezer stad en van alle anderen steden en plaatsen waar zij testatrice mogt overlijden of haar goederen bevonden worden.
laatstelijk behoud zij Testatrice aan haar de magt om na dato dezes Prelegaaten en legaaten te moogen maaken, dezelven en ook het hier voor geprelegateerd te vermeerderen, vermindere en weder te vernietigen te doen en nadere beveelen te geven, als zij Testarice zal koomen goed te vinden. En dat alles bij haar particulier geschrift en ondertekening schoon den inhoud door een ander geschrevene was of hoe het anders moogen blijken, zo menigmaal als ’t haar testatrice goed dunken zal. Begeerende dat al het zelven zal zijn en gehouden worden als of het alles ten dezen was ingelast. Het geene voorschreven staat verklaarde de testatrice nadat het aan hun was voor geleezen te zijn haar testament en uiterste wille door haar uit eigen beweging a;lzo geordenneerd, willende dat den inhoud vandien zal worden nagekoomen als een volkoomen testament te minste als codicille of het zelve best zal kunnen bestaan.

Gepasseerd binnen de Jurisdictie van Amsterdam ten Huize van de tgestatrice, ter presentatie van Jean Jaques Mounier als getuigen hier toe versogt
getkent Maria Elisabeth Sneeker laats weduwe van Ernst van Onkel, J.J. Mounier, E.D. Waller en de notaris.                          

 

Maria Elisabeth Sneeker woont Hartstraat trouwt 1 op  19-07-1748 Jan Hendrik Lupking van Minden get bij haar huwelijk is Hendrik Schrijver haar stiefvader
1 zoon Daniel geb. 24-01-1753
2 zoon David 08-01-1755 geb 08-01-1756
3 dochter Alida Maria Lupking  geb, 23-03-1757 overleden 16-01-1795 nalatend de 2 kinderen Maria Margaretha Bonger geb 23-12-1791 en Gerrit Wilma Bonger geb 04-01-1795
4 zoon Otto Hendrik 23-01-1760

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 2 op 28-06-1760 Willem Waterman van amp Fernholt die al weduwnaar was van Trijntje de Jongh en buiten de leidsepoort woont.
1.dochter Maria Elisabeth geb 30-04-1761
2 dochter Dorothe Willemina Waterman geboren 15-12-1764
3 dochter Maria Elisabeth geb 05-02-1768

Maria Elisabeth Sneeker trouwt 3 17-07-1775 met Ernst van Onkel   Haarlem

 

Er zijn nog 2 notariele aktes die komen nog. Via de echtgenoot van een oud-oudtante  kwam ik bij deze familie  aan getrrouwd dus , 

woensdag 29 april 2026

"" De Jonge Jan" Wederwaardigheden van het schip onde Schipper Mathijs Laurensz deel 1

 

Op Heeden den derde December in den jaare Zeventien Hondert negen en twintig Compareerde voor mij Jan Ardinois openbaar Notaris bij de Ed: Hove van Holland Geadmiteerd te Amsterdam Residerende in Presentie van de nagemelde getuige: Jochem Richel  en Jan Möller beijde als matroos gevaaren hebbende met het schip “De Jonge Jan”gevoerd door Schipper Mathijs Laurens En hebben ten versoeke van Jan Out timmerman meede in dienst van ‘t gemelde Schip hebbende gevaren, getuijge en verklaart  Dat zij getuijgen de verklaaring die door drie van hun meede scheepsvolk op den 5e september deses Jaars voor mij Notaris gepasseerd en des anderen daags met eede bevestigt is (en welke op het tekenen deses aan haar is voorgelesen) weeten de waarheijt te zijn en den ganschen in houde daar van gerustelijk meede affirmeeren, gelijk zij getuijgen dan dezelve bevestigen meede of nevens de getuijgeb daar  in gemeld bij deesen verklaaren, Dat zij getuijge geduurende de reijse met het voorsz schip gedaan ondervinden vonden hebben dat hun voornoemde Schipper Mathijs Laurensz  menigmaal beschonken quam te zijn en dan zeer quaadaardig en brutaal zo omtrent het scheepsvolk als anderen was gelijk hij ( onder meer den gelijke gevallen) eens op den 23e Augustus van’t voorledene Jaar 1728 als wanneer zij in Ladinge waaren leggende in de Golf van St Lie, kwestie maakte met eenige Turken die hunne waaren aan boord bragten. Zodanig dat hij die Wilde Slaan, dog dat zij getuigen, ziende dat de Turken wederom wilde lossen, en zij met hun schip gevaar zoude loopen, hem Schipper zulks verhindert en hem vast gehouden hebben waardoor hij verstoord en nog beschonken zijnde haar getuijge verbood te werken en haar dwingen wilden om van boord na land te gaan, met dreijgementen, van haar anders te zullen doen gaan.

Dat vervolgens op den 18e November van het zelve jaar 1728, zij getuijgen met hun gemelde schip liggende te Marseille met de stelling aan de wal, aldaar voorgevallen is, dat den requirant (nadat het reeds de tijd was dat het schipsvolk met werken was uijtgescheijden) goeds moeds aan de wal is gegaan, en in den avondstond weder aan boord quam, tragtent op het schip te komen dog dat hem door de man die de wagt had, gesegt wiert dat hij niet op komen mogt, dat den requirant als doen vraagde wie dat die ordre had gegeven, en den Schipper daarop aanstonds te voorscheijn komende, zeijde dat hij die ordre gegeven had, en te gelijk met een ontbloote houwer in de hand, na hem requirant toe quaam  te aanstonds retireerde en door den Schipper aan den wal nog vervolgt en alzo van boord weggejaagt wierd.

Verklaarende zij getuijgen, dat den requirant zig gedurende hunne reijse, met alle ordentelijkheijt so omtrent den Schipper, als in’t waarneemen van zijn bediening gedraagen heeft. dat ook tusschen den Schipper en hem timmerman particulier geene woorden nog misnoegen te vooren zijn voorgevallen geweest nog te ooijt door den Schipper over het gedrag van hem requirant geklaagt geworden

Gevende tot redenen van wetenschap als in den text en presenteeren den in houden deeses nader met eede te sterken,

Gepasseert in Amsterdam voornoemd present Coenraad van de Gaate en Everadus Dudok als getuijge

Was getekend: Jochem Richel, Jan Müller, Coenraad van de Gaate, Everardus Dudok en Jan Ardinois

"De Jonge Jan" Wederwaardigheden van het schip onder Schipper Mathijs Laurensz deel 2

 

Het schip “De Jonge Jan”

Compareerde 6 februarij 1730

De eerzame Mathijs Laurensz, en Jan Pannekoek, de eerste als capiteijn  en de andere als Hofmeester gevaaren hebbende  op ‘t verongelikte schip “De jonge Jan” en waarmeede zij lieden zijn gevaaren van hier na Toulon, van Toulon na Smirna en de Archipelle van daar op Marseille en van daar wederom op Smirna en de Archipelle.

En hebben de voornoemde Heer Hendrik Lampe Als Boekhouder en meede Reeder van ’t boven gedagte schip, getuijgt en verklaart Dat zij getuijgen ten tijde dat het voorsz. Schip tot Marseille is ontlost geworden namelijk in de maand November 1728 geziend gehoord en bijgewoond hebben dat er door eenighe personen van hun Scheepsvolk, namentlijk door den timmerman Jan Ouwt en de matrosen Willem Roelofsz, Roelof Albertsz, Mathijs Bentveldt, Jochem Richel en Stoffel Hanssen zijn begaan en gepleegd diversse wan-devoiren en onordenlijkheden, ze in dronken drinken en het maaken van allerhande rusie als ook in’t nalaten van de Haa-rlieden werk en het negligeren en niet gehoorzamen van de ordres, die Hen-lieden in en omtrent scheeps-dienst en het lossen van ’t voorsz: schip, wierden gegeeven van de Hooger Officieren.

Dat de voornoemde Zes Personen, namentlijk de drie Eerste op den 18e  en de drie laatte op den 22e november, tegens wiil en danck van den Eerste getuijge in deze zig ook hebben geabsenteert van ’t Scheepboord en zigh geretireert aan landt, van waar zij- Lieden niettegenstaande het iterative aanzoek en ordre van den eerste getuijge  egter niet hebben willen weder keeren na Boord zo dat hij eerste getuijge  zigh heeft moeten adresseren aan en verzoeken de adsistentie van de Overheid tot Marseille voornoemd, door welcke Authoriseijt de voornelde  personen dan ook geapprehendeert en op de galeijen in Arrest gebragt zijn uijt welck arrest zij lieden na verloop van seeven daagen wel weder zijn ontslaagen, op de belofte van weder na Boord te zullen keeren en aldaar haar scheepsdienst weeder behoorlijk waar teneemen  dogh dat deze in plaats van zulks na te koomen hebben konnen goedvinden, om haar weder te begeeven in haare voorighe Herbergh en het Schip te laten leggen, zonder daar eens na om te zien, waarop de Eerste getuijge in tegenwoordigheid van de tweede getuijge zigh des anderendaags heeft vervoegt in de voorsz: Herbergh. En aldaar aan de voornoemde Personen nogmaals instantelijk verzogt dat zij dog weder aan Boord koomen wilden, dogh dat zij ’t zelve verzoek niet alleen absolutelijk hebben afgeslaagen, maar daar en booven van Hem Eerste getuijge ook nogh hebben durven pretenderen geld oft betaalinge dogh het geen hij Eerste getuijge vermits de Reijze niet volbragt was, aan Haar-Lieden heeft geweijgerd gelijk Hij ook aan haar geweijgerd heeft het overgeeven van Haar-Lieden goedt, zeggende dat zij niet aan boord koomende haar geld en goed dan konden vorderenter plaatse daar zulks behoorde, namentijk hier tot Amsterdam, wanneer de reijze zoude zijn volbragt, zo dat het meergemelde schip van Marseille heeft moeten vertrekken met agterlaatinghe van de meergedaghte zes Personen en hij Eerste Getuijge in haare plaatse op zware borgtogt ander volk heeft in moeten huuren, geevende zij getuijge voor reedenen van wetenschap als in den Tekst en Presenterende de waarheijd dezer Verklaaringhe dan ook Solemnelijk te Bevestigen

Aldus gepasseerd binnen Amsterdam ter Presenzie van Hendrik van Wesel, Gerrit Perizonius als getuihgen nog verder dat de bovengedagte Timmerman Jan Ouwt ook nogh tot Toulon de Stoutigheijde heeft gehadt om binnen Scheepsboort zijn mes tegens ’t Volk te trekken en dat hij op den boven gedagten 18e November1728 tot Marseille ook nogh heeft versuijt zijn wagt.

Was getekend. Matthijs Laurensz, Jan Pannekoek, Hendrik van Wesel Gerrit Perizonius

Quod attest M Maten de Jonge Nota, Publ


124,824

dinsdag 17 maart 2026

Dan sta je met niets op straat en ben je 15 en 10 jaar oud

 

Verklaaring van Trijntje Claasz & cont.  Ten behoeve van die geene dien’t aangaan.

 

Pro Deo 8 maij 1716 N:73

Op Heeden den 8 maij 1716 Compareerden voor mij Isaak Angelkot openbaar Notaris bij den Ed. hove van Holland geadmitteerd tot Amsterdam resideerende in presentie van de nagemelde getuijgen.

Compareerde Trijntje Claas weduwe van Wessel Arents, Anna Hoogland huijsvr. van Hendrik Harmensz & Willemina Bouwer huijsvr. Van Jan van Heijst woonende binnen dese Stad & hebbenden behoeve van die geene die het aangaat verklaart & getuijgt hoe waar is, dat zij getuijgen lange Jaeren hebben gekent den persoon Jan Barents laatst gewoont hebbende op d’anjeliersgraft, dat dezelve Jan Barend in het laatst van de maand April jongstlede heeft hem goetvinden sig hier vandaan te retireeren & maliteuslijk te verlaete zijne twee kinderen genaamt Dirk Barends oud 15 jaer & Teunis Barends oud 10 jaeren, laaten dezelve kinderen in de uijterste armoed & berooft van alles sitten, sulks dat dezelve sedert die tijd alle naght meest onder den bloote Hemel hebben moeten doorbrengen & van honger & ongemak zullen moeten vergaan enzij daar in woord voor hun sonder dat zij get: weeten of gehoort hebben waar dezelve Jan Barends sig na toe heeft begeeven, zij getuige voor redenen van Wetenschap dat zij getuijgen zijnde geweest buuren van dezelve Jan Barends bij die occatie het geen zij verklaarden  wel weetem als hebbe ondervonden, presenteerende daaromme het vorenstande met schemmeele eede te bevestigen twelk aldus passeerde binnen Amsterdam ter prasentie van Nicolaas  Holede, David Angelkot als getuijge

Verder getekend met merktekens of handtekening
 

De persoon Jam Barends heb ik niet kunnen vinden ook de twee zonen niet  Wel de 2 comparanten..

Trijntje Claas is geboren in 1668 woont bij haar huwelijk in de Nieuwe Boomstraat haar huwelijk met de dan 26 jarige  Wessel Arents (Buijs) Wesselis scheepstimmerman en woont dan in de Nieuwe Hooghstraat, Het huwelijk was op 30-10-1684.

Jan Jansz van Heijst 23 jaar woont dan in de Tiggelstraat .trouwt op 13-09-1687 met Grietie Theunis die wed was van Abram VerBaage. Zij krijgen in ieder geval een zoon Johannes gedoopt -1-11-1691 waar getuigen van waren Jan Jansz Mourik en Aeltie Gijsbers

Ik kwam dit tegen toen ik op zoek was naar andere personen. Maar ben wel benieuwd hoe het met de twee jongens Dirk en Teunis is vergaan. Als je zonder iets op straat staat verlaten door iedereen, Behalve dat  een buur toch bezorgd is om je ien er iets aan probeert te doen. Misschien zijn ze opgenomen in het weeshuis.

woensdag 28 januari 2026

boedel verdeling van Jan de Jong

 17 juni 1795

nr 173

Reekening en Verantwoording mitsgaders
verdeeling van den Boedel van wijlen Jan de Jong
die in de maand september 1794 zonder eenige voor=
sienige omtrent zijne nagelatene Boedel
gemaakt te hebben tot Osdorp is te komen ten
overlijden!   Welke reekening Zijn doende
Dirk Bolten Hendrik Smit en Johannes van
Bodegraaven de eerste in qualiteit als bij
 weesmeesteren van Sloten, Sloterdijk, Osdorp ende
Vrije Geer Gesteld en gecommitteerd omme het recht
en interest van de Geintersseerdens in deese
Boedel waar teneemen en te bevorderen en de
twee laatste persoonen als bij’t leven van den
overleedene dewijl de zelve nog minderjarig
zijnde, voogden over zijn persoon en admina=
trateurs zijner goederen Tot Welke nagelaaten
Goederen gerechtig zijne de familie van ’s vaders
en moeders zijde ieder voor de helften, breedes
bij den Inventaris dezes Boedel voor de Notaris
Adam Houtkooper en getuigen binne Amsterdam
den agttienden Meij zeeventienhonderd vijf en
neeg
entig gesloten gemeld, als
Ja
n de Jong voor een vijfde part in de eerste helften
Hendrik de Jong,
Gerrit de Jong,
Pieter de Jong, 
Marritje de Jong en
Fijtje de Jong tezamen 
voor een vijfde part en
also ieder een vijf en twingsten deel
C
ornelis de Jong,
Jan de Jong,
Marretje de Jong en
Aaltje de Jong te samen
meede voor een vijfde part
en overzulxs ieder een twintigste deel.
Gerrit de Jong en
J
an de Jong meede te Zaamen voor een vijfde part
en zulxs ieder een tiende deel
Jan Munter en Marretje Munter
te
zaame als meede voor het laatste een vijfde
part en 
alzo ieder een tiende part

Wijders voor de andere helfte
Johannes van Bodegraaven, voor drie agtste parten
Wijnanda van Bodegraaven getrouwd met Harmanus
van Pothoven al meeden van drie agtste parten
Pietertje van Leeuwen weduwe van Engel van der Ende
voor een agtste part.
Sijme van Rees,
Marretje van Rees,
Geertje van Rees getrouwd met Hendrik Beurs te
zamen voor het laatste een agtste part en dus
ieder een vier en twintigste deel.
Welke reekening zij rendanten zijn doende
agter volgens den Inventaris dezes Boedel aan
handen van Hendrik de Jong, Gerrit de Jong, Pieter de
Jong, Marretje de Jong, 
Benjamin Spiekhof getrouwd met Fijtje de Jong,
Gerrit de Jong, Jan Munter Marretje Munter,
Johannes van Bodengraaven, Harmanus van Pothoven
alsin huwelijk hebbende Wijnanda van Bodegraaven,
Pietertje van Leeuwen weduwe van Engel van den Ende
Sijme van Rees, Marretjenvan Rees, Hendrik Beurs
als in huwelijk hebbende Geertje van Rees 
Mitsgaders aan weesmeesteren voornoemd als in deze
Represtenteerende de minderjarige en niet present
of uitlandige meede Ervgenaame
Jan de Jong, Cornelis de Jong, Jan de Jong,
Marretje de Jong, Aaltje de Jong en Jan de Jong
Welke navolgende ontfang uitgaav handeling
en administratie de eerste Rendand heeft gehad en
gedaan ten behoeven van de voornoemde Ervgenaamen
zedert het overlijden tot heeden en de twee
laatsten Rendanten zederd het overlijden van
den overleedene zijne moeder Willemtje van
Bodegraaven blijkens de scheijding van dezelve
haare Boedel voor de Edele Achtbare Gerechten
van Sloten, Sloterdijk, Osdorp, en de Vrije Geer den 18e
Novenber 1781 gesloten tot het overlijden van
de voornoemde Jan de Jong

 Zijnde deze Rekening en Geschrifte Gesteld door
Mr Cornelis Backer de Jonge secretaris van
Sloten, Sloterdijk, Osdorp en de Vrijegeer ten versoeke
van de Rendanten en de meerderjarige ervgename
en dezelve Gesteld van Guldens van twintig
Groot het stuk in maniere als volgt
                ontfang.
De Kleederen en linne en wolle goederen op de inventaris
fo 6rso et 7 recto Gemeld zijn alle in Publieque vijlingeo
op het boelhijs gehouden aan de Sloterweg verkogt en
daarn na aftrek des XX penningen en X verhoging ten
behoeve van ’t Gemeene landt en andere koste Geprovin
eerd blijkens overleg vgl conditie data 18 december
1794, ’t gene hier voor ont fang werd gebragt         f 35: 2:-
De contante Gulden op deze in vertaris fo 7 recto gemeld
werden het meede onder ontfang verantwoord met  f13:15:-
Het gemaakte Goud en Zil]erwerk op den inventaris
dezes Boedel fo 7 recto et verto Gemeld is alle onge
volge overgelegten Taxatie lijst door den zilver casthou
der te Amsterdam getaxeerd voor de welke gelden een gedeelte
van ’t zelve bij de ervgenaame is overgenomen en het res
teerdende aan dezelve CastHouder Warnik overgelaaten
en alzo te zame daar voor ontfange blijkens dezelve Lijste
een somma van                                                   f 130: 2: -
ontfangen voor een mesheijl? verkogt op ’t boelhuijs aan de
Drie Baarsjes 17 maart 1795                              -:18:-
ontfangen van Barend Spek voor huurloon ’t geene den
overleedene bij hem had verdiend op den inventaris
folio 7 rs px memorie gemeld                              f 2: - : -
Ontfanfen van Hendrik Smit en Johannes van Bodegraaven
’t geene onder haar is berusten de gemeest voor ’s vaders be
wijs ten behoeve van den overleedene op den inven-
taris folio 8 recto et vso in 9 recto gemeld         f 700: - : -
van dezelve voor de Spaarspot van den overleedene op den
inventaris fo 9 recto in ‘t breede omschreeve     f 161: 11 : -
van Hendrik Smit en Johanna van Bodegraaven omtfange voor
de moederlijke Ervportie ten behoeve van den overledene
onder haar berustende geweest op den inventaris fo 9 recto et
vso gemeld                                                       f 134: 5: 4
Nog ontfange van dezelve een somma van Veertig guldens
welke bij haar ten behoeve van den overleedene was
ontfangen wegens de ervenis hem van zijn Grootvader van
moederszijde Mattijs van Bodegraaven te Beurt
gevallen gelijke                                               f 40: - : -
ontfangen van Hendrik Smit voor het gebruik van agthonderd
vier en dertig guldens welke hij zonder te beleggen van den overleedene uijt de hier voore genoemde contanten penningen onder zig heeft gehouden van de maand
Novbr 1791 tot novbr 1792                             f 20: 17: -
idem van novbr 1792 tot 1793                        f 20: 17: -
idem                   1793 ----1794                        f 20: 17: -
en van november 1794 tot
een meij 1795                                                  f 10: 8: 8
ontfangen van Johannes van Bidegraaven meede voor
gebruijk van twee honderd guldens welke hij uijt de hier
voore benoemde contanten onder hem tot berusting heeft
gehouden en dat van
Novbr 1791 tot Novbr 1792                              f 5: - : -
van novbr 1792 tot novbr 1793                         f 5: - : -
-------------1793 -------------1794                        f 5: - : -
van een novbr 1794 tot een meij 1795              f 2: 10: -
total van de ontfang bedraagd een somma van
Dertienhonderd en agt gulden twee stuijvers en 12 penningen
segge                                                              f 1308: 2: 12
jegens welke voorenstaande ontfang is gedaan de navolgende
           UIJtgaav
Eerst werd hier van uijtgaav gebragt de volgende posten
wegens betaalde doodschulden en begraav kosten op den
inventaris den s boedel van fo 9vso et 10 recto gemeld
als volgt aan;
Cornelis de Lievde                                      f   9: 11: -
voor de doodskist                                        f 12: - : -
Barend Spek zijn verschot                          f 31:13:8
voor veraarde takken                                 f 13:  4: -
voor Bier                                                   f   6: - : -
voor Boter                                                f   9: - : -
voor brood                                               f 13:16: -
Voor kaas                                                     f    3:16: -
voor Rookt Vlees                                          f    3: - : -
voor huur van tafelgoed                               f     3:  6: -
voor Ham                                                     f   17:12:10
voor verteering gedaan te Sloten                   f    3:12: -
voor klijn goed                                           f  10: 4: -
Aan de Naaister                                           f    4:14: -
nog betaald aan Barend Spel                    f 2: -_
in Restitutie van ’t geene
hij aan den pverleedene had
verschoten                                                  f   2: 2: -
Betaald aan Barend Spek                           f  2: - : -
Betaald aan Hendrik Smit    
voor Resrtitutie van ‘t geene
hijaan den overleedene had
gegeeve voor maaken van
Goederen te zame                                      f  22:13: -
betaald aan Johannes van
Bodegraaven meede in
Restitutie van ’t Geene hij
aan den overleedene had
gegeven                                                     f  10: - : -
Betaald aan Hendrik Smit
en Johannes van Bodegraa
ven voor haar ver?ende dag
gelden versuijmde tijd aan
Administratie loon op den
ontfang en uijtgaav der
der gelde welke zij voor den
overleedene zedert de tijd
van hun aanstelling tot
het overlijden bij moberatie
daar voor gesteld ieder  zeeve
dukatenen alzo tezamen
een somma van                                     f 73:10: -
een voor hunne klijne ver
scotten uijt de hand betaald
geduurende dezelve tijd                    f 10:10: - 
betaald aan ca Selets voort besorgen
der missivens en ander moeijte        f  3: 3: -
aan Weesmeesteren voor vac:         f  7: 4: -
betaald aan Mr Cornelis
Backer de jonge in voldoenin
ge van’t Geene dezelve van
deze Boedel was com[etee
rende voort compareren  miniteeren
en grosseeren van deeze
boedel inventaris item
comperen miniteeren en
grosseere van deeze Reekening
mittsgaders verscheide besor
gers en vacatie in deeze
gehad en gedaan met ver
schotten zo van zegels als
andere volgens declaranten
en quitanten                                                     77:15:  -
Comt den eerste Rendant
voor zijn bewind handeling
en administratie mittsgaders
daggel en versuijmde tijd welke
hijin deeze zedert de dag
zijner aanstelling heeft gehad
het zelve zo wegens xt Lxxx jaar
en andere niet te reekene
met jkijne verschotten uijt de hand betaald
zo stelle daar voor bij
moteratie een somma van                             f 31:10: -

Total van den Uijtgaand bedraagd een Somma van
Driehonderd een en taggentig guldens en twee penninge
 segge f 381: - : 2

Ende omtfang hier voor gemeld bedraagd
een somma van                             f 1308: 2: 12
===================================
 ’t welk jegens den andere ver effend en geliquedeerd
zijnde comt meerder ontfangen als uijt gegeeven
te zijn, een somma van negenhonderd zeeven en
twintig Gulden twee stuijvers en tien penninge
welke onde de gesamenlijke ervgenaame in  manieren
hier navolgende werd verdeelt
ter Gelijken                                             f 927:  2:10
                                               ========================
waarvan de helft is                                 f 463:11: 5
⅕ part van de ½                                    f   92:14: 4
1/10 part                                                   f   46:  7: 2
1/20 part                                                   f   23: 39: 20
1/25 part                                                   f   18: 10: 13
⅜ part in de andere helfte                         f 173: 16: 11
⅛ part in de andere helfte                         f   57:  18: 14
1/24 part in de andere helfte                   f    19:   6:  4
tot welke gelden dien volgende Gerechtig zijn alle de
Ervgenaame uijt hoofde dezes boedel omschreeven zoo
als dezelve dan ook bij haar op het teekene dezes
Reekening uijt hande van de Rendanten zijn ontfange als
Hendrik de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                         f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een vijf en twintigste part                          f 18: 10: 13 16/25
Pieter de Jong voor een
vijf en twintigste part                                   f 18: 10: 13 16/25
Fijtje de Jong voor een vijf
en twintigste part                                           f 18: 10: 13 16/25
Gerrit de Jong voor zijn
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Jan Munter meede voor
een tiende part                                               f 46: 7: 2 1/10
Marretje Munter meede
voor een tiende part                                     f 46: 7: 2 1/10
Johannes van Bodegraaven
voor zijn drie agstte parte                          f  173: 16: 11 7/8
Harmannus van Pothoven en
Wijnanda van Bodegraaven
echtelieden voor ⅜ parte                          f  173: 16: 11 7/8
Pietertje van Leeuwen voor
haar een agstte part                                     f   57: 18: 14  7/8
Sijme van Rees       voor zijn
een vierentwintigste part                           f   19:  6:  4   7/8
Marretje van Rees voor
haar een vierentwintigste part                f   19:  6:  4   7/8
Geertje van Rees meede
voor haar een vier en
twintigste part                                         f   19:  6:  4   7/8
Dirk van Beem en Arie Hoog
land in qualiteit als
Weesmeesteren voor en
ten behoeven van
Jan de Jong voor zijn een vijfde part                                                           f  92: 14: 4 1/5
Cornelis de Jong voor zijn
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Jan de Jong idem een
twintigste part                                                 f   23: 3: 9 1/20
Marretje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
Aaltje de Jong voor haar
een twintigste part                                        f   23: 3: 9 1/20
en voorde uijtlandige
Jan de Jong  een tiende part                     f  46: 7: 2 1/10
en alzo te zamen om aan de
zelve ervgenaamen te verant
woorden een somma van                         f 2 31:15:10  1/20
                                                                         ------------------------
alzo wederom uijtmakende
het goede slot dezes Reekening            f 927: 2: 10
Op Heeden den Agttienden Junij des Jaars
Zeeventienhonderd vijf en neegentig Com
pareeden voor mij Adam Houtkoper Notaris
bij de Here van Holland Geadmitteerd binnen
Amsterdam Resireerden ende
voor de Nagenoemden Getuige Hendrik de
Jong en Gerrit de Jong woonende alhier
Pieter de Jong woonende te Ouwenkerk, Marretje
de Jong woonende alhier Benjamin Spiekhof
en Fijtje de Jong Echtelieden wonende
meede alhier Gerrit de Jong en
Jan Munter woonende beiden te
Ouwerkerk Marretje Munter woond
meede alhier Johannes van Bodegraa=
ven woond onder  de Banne van Sloten
Harmanus van Pothoven en Wijnanda
van Bodegraaven echtelieden woonende
te Edam, Pietertje van leeuwen
weduwe van Engel van den Ende
woond te Loenen, Sijme van Rees en
Marretje van Rees woonende te Abcoude
Hendrik Beurs en Geertje van Rees woonende
te Weesp zijn de vrouwen com
paranten Met dzelve haaren voor
noemde mannen geassisteerd en
tot het opnemen en teekenen dezes
spe ??lijk Geautoriseerd
Mitsgaders Dirk van Beem, Aarij
Hoogland in qualiteit als
weesmeesteren van de Bannne van
Sloten Sloterdijk Osdorp en de Vrijgeer
als in deze Representeerende de
voornoemde minderjarige en  niet
present zijnde meede ervgenaamen
in deeze Boedel en alzo alle in
qualiteit als in den hoofde deezes
breede is omschreeven, dewelke alle
zo in ???? als qualiteit verklaarden
de voorenstaande Reekening en verant
wwording tegens de inventaris en verder
Documenten daar toe gehoorende
te hebben nagezien en de Geexamineerd
en dezelve wel en ten Rechten bevonden
en dus die in allezijne deele en leeden
voor Goed te keuren en te approbeeren
zonder daar tegens eenige debatten
te hebben of die te Reserveeren
quiteerende zij Comparenten zoo
in prive als qualiteit de Gesamentlijke
Rendanten van deeze reekening
die ten deese meede zijn compareerend
voor alle het geene zij van deeze
hebben gehad en gedaan, beloovendei
haar f   23: 3: 9 1/20andre of nadere
Reekening of verantwoording of over
wat zaake deeze administratie
aangaande zoude mogen zijn
te zullen aanspreeken  doen
aamspreeken nog gedoogen dat
zulxs zal werden gedaan in
Rechten of daar buiten en znulxs
in geen dertig manieren Ren??kerende
ten dien eijnde voor bedagtelijk
van Re??, Reollement van
Reekening Reductie en van
alle andere hulp middelen
van Rechten welke haar compa
ranten eenig sints te baten zoude
kunnen of mogen komen, bekennend
wijders zij comparanten het Goede
Slot dezes Reekening ter somma
van neegenhonderd zeeven en twintig
guldens twee stuijvers en tien
penningen uijthanden van den Rendanten
 te hebben ontfange en alo de voor
noemde boedel te hebben geschrift
gescheiden en verdeeld en ieder zijn
aandeel daar Uijt te hebben ontfangen
zonder eenige voorbehouding
tot makomingen van ’t geene
voorschreeve staat vebinden zij
comparanten hunne Persoonen en goederen
dese qualiteit de goederen van hunne Principaalen
Aldus gepasseerd binnen Amsteldam ter
presentie van Mr Cornelis Backer de Jonge en
Hendrik van West als getuige.
 Dan volgen de handtekeningen van alle personen, zie foto



vrijdag 23 januari 2026

Als soldaat van Zwitserland naar Nederland

 

10 november 1761
Verklaring no. 1457
Op heeden den tienden november Des Jaars Seventien hondert eenensestig. Compareerden voor mij Salomon Dorper openbaar Notaris Amsteldam bij haar Ed. Hove van Holland, geadmitteerd ende voor de getuige nagenoemd,

Matthias Probst Schoenmaker wonende in de Schoutensteeg op het Fransche hofje.
En Josua Beau op de Jood Breestraat in ’t midden boven ’t Palmhuijs.
Beide binnen deze stad van competenten ouderdom.

Ende hebben ten verzoeke van Antonij Giesler en Ursula Stadler echtelieden woonende in de Naardersteeg mede binnen deze Stad, en ten behoeve van die hier verder zoude mogen aangaan door Interpretatie van mij Notaris in de Hoogduitsche Taal voorde oprechter waarheijd getuige en verklaard zoo als voorn. Anthinij Giesler en Ursula Stadler ten dezen mede compareerde insgelijks door interpretatie als vooren hebben verklaard en geaffirmeert

En wel vooraff hij eerste getuige dat hij als soldaar zedert den Jaare 1742 tot den Jaare 1748 hem heeft bevonden in dienst van zijn Koninglijke Majesteit van Sardienien onder het regiment Roij in de compagnie van den Heer overste Luitenant Sigmund Wijs van Molans dat in gemelde compagnie hem als toen  mede als soldaat en schoenmaker heeft bevinden den requirant en affimant in dezer soo als hij affermant ten deze mede is affermeerende zulks waarheijd te zijn Dat hij eerste getuige benevens den affirmant die zulks mede in affirmeerende ende hun paspoort in gemelde jaar 1748 hebben versogt en ook geobtineerd, wanneer hij getuige en affirmant uijt gemelde dienst zijn gegaan en hun te samen hebben  geEngageerr in dienst  van de behuwd vader van hem  affirmant schoenmaker te Surag bij wien hij tweede getuige toen ter tijd nu mede verklarende in dienst als schoenmakersknegt gewerkt heeft, Dat hij eerste getuige en affirmant hun zeer korten tijd in laatst gemelden dienst bevindende wanneer aan hem affirmant door voornoemde overste Luijtenant Wijs van Molan welke mede uijt den dienst van zijn koninglijke majesteit van de Sardienen was overgegaan in dienst van haar Hoogmogende de Heeren Staaten Generaal der vereenigde Nederlanden onder het Switsersche regiment van Breda, bij desselfs vertrek na laast gemelde dienst van Bern naar Basel is gezonden een expresse ten eijnde om hem affirmant wederom te engageren als soldaat en schoenmaker onder de compagnie van gemelde overste ’t geene de tweede getuige mede kont te verklaaren. Dat hij affirmant daarop heeft vervoegt na Basel geleegen eem em eem half uur van Lurag om met gemelde Heer overste weegens desselfs gedane aanzoek te spreeken zoo als hij affirmant verklaard dan ook tot Basel met gemelde overste dies aangaande te hebben gesprooken, dog zig als toen niet geEngageert, maar weder naar Leurag voornoemt is vertrokken, dat kort daaraan zoo als zij beijde getuigen en affirmant verklaaren en affirmeeren weder door gemelde overste  ten tweede maalen is gesonden een expresse tot Leurag ten eijnde hem affirmant weder aan te zoeken om onder gemelde overste dienst te nemen, dat hij affirmant dan ook weder hem benevens de eerste getuige hebben vervoegt na Basel voornoemt alwaar hij eerste getuige benevens de affirmant met gemelde Heer overste hebben gesprooken wanneer hij affirmant hem in het bijzijn van hem eerste getuige in dienst van gemelde overste als soldaat en schoenmaker heeft geEngageert, dat als toen door gemelde overste aan den affirmant ook order is gegeven geworden omme voor zijn gemelde compagnie te recrutereeren, waar op hij eerste getuige die ter dier tijd mede door gemelde overste wierd aangespoort omme insgelijks onder hem dienst te neemen dog het geene hij eerste getuige heeft gerefuseerd, beneevens den affirmant weder zijn vetrokken na Leurag alwaar den affirmant hem ingevolge de bekomen permissie van den voormelide overste nog twee maanden mogt ophouden zoo als hij affirmant mede hem eerste getuige heeft aangezogt om dienst onder gemelde zijn compagnie te neemen waartoe hij getuige te diertijd zig nog niet wilde verbinde maar als des requirant vrouw na de compagnie vertrok dan welligt meede zoude komen en tot nader schrijven van den requirant te Leurag blijven zoude
Verklarende hij eerste getuige wijders dat wanneer hij zig benevens den affirmant als voren bij gemelde overste bevond hij overste aan hem eerste getuige order heeft gegeven omme voor hem te gaan na Bern om aldaar zeker vrouwspersoon als keukenmeid in dienst van gemelde overste te huuren,  zoo als hij eerste getuige ook dies wegens na Bern is vertrokken welke reijs en de kosten dieswegens gevallen aan hem eerste getuige door den affirmant zijn betaald geworden in presentie van hem tweede getuige, Voorts verklaaren en affimeeren zij beijde getuigen en affimant  dat geduurende het verblijff van hem requirant en affirmant tot Leurag voornoemd aan hen affirmant door gemelde overste is afgezonden en bij hem affirmant ontfangen geworden zeekere missive in dewelke ingeslooten was een ouder geadresseerd aan Coenraad Rohr van Lentsburg die als Chirurgijn in voormelde compagnie was geEngageert met order omme deselve ingeslootene missive ten spoedigste met een expresse af te zenden en aan desselfs adres te bezorgen waar op den affirmant hem eerste getuige zo als dezelve alleen verklaart met de gemelde missive heeft afgezonden na gemelde Coenraad Rohr welke  hem ter dier tijd was bevindende op de recruteering in Hoffweer zijnde vier en twintig uuren van Basel al waar hij eerste getuige  bij desselfs aan komst gemelde missive om eijgen hand van hem Coenraad Rohr heeft  besteld gehad en zijn reijs en teerkosten ten beloopen van agt gulden en tien stuijvers Hollands van den affirmant intfamgen
Voots verklaaren zij  beijde getuigen gelijk zij beide affirmanten  affirmeeren dat den affirmant na dat hij als voren hem weder had geEngageert in dienst van gemelde overste en voor dat hij na desselfs regiment en dienst is gegaan tot Leurag voornoemd ten dienste van gemelde compagnie heeft gewonnen een recrut met naame Rudolf Hausler uijt het canton van Zurig welke mede als knegt bij des requirants behuwd vader was werkende en aan dezelve tot handgeld gegeven agttie gulden Hollands. Dat hij affirmant vervolgens in de maand augustus met gemelde recrut is vertrokken na hun lieder dienst bij welke gelegenheid hij affirmant zoo hij verklaart heeft uijt geschoten wegens zijn eijgen persoon voor vragten veertig guldens en voor reijs en teerkosten agtien guldens en tien stuijvers en wegens gemelde recrut voor vragt tot Manheim vierentwintig guldens van Manheim tot Worms twee  guldens en aan dezelve recrut voor tien dagen kostgeld a seventien stuijvers daags us agt guldens en tien stuijvers Hollands, dog dat gemelde recrut zoo als zij beijde getuigen en zij affirmanten verklaaren en affirmeeren te hebben verstaan dat dezelve tot Worms was geschapeer en ook kort daar aan tot Leurag gekomen alwaar zij beijde getuijen en zij affirmanten dezelve in Persoon hebben gezien dog van waar deselve weder is vertrikken en dienst genomen heeft onder een compagnie in dienst van zijn majesteit van Vrankrijk, voorts verklaaren en affirmeeren sij beide getuigen en zij affirmanten dat  na verloop van megen maanden dat den affirmant in zijn gemelde dienst was geweest door haar affrimante van dezelve haare man is ontfamgen geworden een missive waar bij desleve niet alleen haar affirmante ( welke uijtoorzaake van Ziekte tot Leurag was gebleeven) aanschreef om in dienst van meergemelde overste te komen, zoals zij affirnmante hem eerste getuijge daartoe ook heeft verzogt en het geene door hem eetste getuijge aangenomen is geworden waarop hij eerste getuige van den huijsvrouw van hem affirmant tot handgeld heeft ontfangen   dertig guldens Hollands en vervolgens met haar affirmante van Leurag naar Breda alwaar de voornelde compagnie in garnisien was leggende is vertrokken, dat door haar affirmante zoo hij eerste getuige verklaart enzij affirmante affirmeeren  bij gelegenheijd van die reijs is betaald geworden alle de kosten en wel zoo zij affirmante verklaard voor scheepsvragt tor Breda sesendertig guldens en tien stuijvers en wijders voor agtien daggelden aan hem eerste getuijge zoo die zelve mede verkllard seventieb stuijvers per dag zijnde vijftie guldens en ses stuijvers,
Laaatelijk affirmeerde den Requirantt hij gemelde compagnie in den jaare 1749 te Breda leggende door den secretaris van gemelde compagnie Johabbes Scherb in stilte is gewaarschouwe dat gemelde compagnie in ’t korte zoude worden afgedankt en dat derwijl hij requirqnt noh eenige penningen van de compagnie te pretendeeren had die hij naderhand niet zoude kunnen krijgen, hij den requirant zoude taadde om van de compagnie eemig geld op te neemen gelijk  hij requirant en affirmant dan ook om zog daarmeede te decken van gemelde compagnie opgenomen heeft een somma van tweehondert vierentwintg  gulden en ses stuijvers.
Gevende de getuijge en affirmanten voornoemd reede van wetenschap als in den tekst bereijd zijnde ieder deselfs gedeposeerde en geaffirmeerde nader met solenmaale eede te bevestigen
Aldus Gepasseert binnen Amsteldam om presentie van 2 getuigen
verder getekent door Matthias Probstm  Josua Beau, Anthonij Giesler. Ursula Stadlerm,  N. Warnsman, S. Dorper

ps Anthonij Giesler is doopgetuige bij het dopen van Johanna Sibilla Christiana Stoser dochter van nicolaus Stoser en Anna Maria Geemerotin, meter is Sibilla Catharina Sandman peter is Johann Conrad Sandman, en de getuige zijn Anthonij Giesler en Cristiana Dachentin in Breda op  7 maart 1749 

woensdag 21 januari 2026

Mijn Lutherse bet-overgrootvader

 Er waren vele geloven in mijn familie, Nederlands Hervormd, Gereformeerd, Luthers, Rooms-Katholiek. En in al die geloven zaten ook nog de gradaties van streng tot zeer streng maar ook gematigd. Uit eindelijk is er niet veel van dat geloven over gebleven. Maar goed bet-overgrootvader Hinrich Albrecht Tasche geboren in Fredericia Denemarken uit ouders die uit Pruisen kwamen. Zijn ouders kwamen dus uit Pruisen trouwden in Amsterdam en vertrokken naar Denemarken om een paar jaar later weer terug te komen in Amsterdam. In Denemarken hadden ze twee kinderen gekregen Hinrich Albrecht (1804) en Peter Joseph (1806) Deze familie was dus Luthers en zijn dat tot mijn grootmoeder gebleven die voor haar huwelijk Rooms Katholiek werd, Hinrich Albrecht  was zijn hele leven luthers is in 1824 lidmaat geworden in Amsterdam en op latere leeftijd ging hij in het mannenhuis van de de kerk wonen dat heeft hij 8 jaar gedaan. Ik ga dit jaar maar eens langs bij het Luthers Museum in Amsterdam om te zien of ik er achter kan komen hoe dat leven was. Hinrich Albrecht heeft samen met zijn vrouw Kaatje van Veen 11 kinderen gekregen waarvan 3 levenloos geboren. 









dinsdag 18 februari 2025

Testament 1770

 

De Jannetje Heider in dit testament was de schoonmoeder van de broer van mijn oudvader Johan Frederik Gottmann.

 

Op den Vierde, Vijfde en Achtste october des Jaars Zeeventien hondert en Zeeventigh Compareerden vore mij Jebmer de Bruijn Notaris te Amsterdam, bij den Edelen Hove     
van Holland geadmitteerd.
1e   
De Heer Jacob van der Meer weduwnaar en
uit kragte van het mutuele testament op
den 32e October des jaars 1764 ten overstaan
van den Notaris Abraham Coimans en getuigen
hier ter Steede gepasseert, eenige en algeheele
geinstitueerde Erfgenaam van Jyffr. Janetta Walkart.
2e
  Juff. Margaretha Löhner huisvrouw
van de Heer Jan Christian Boutrop, ten
deezen met gemelde haare man geadsisteerd
en ier toe speciaal geauthoriseert.
3e
  De Wel. Edele Heeren Dirk Bas Backer
en Jan Servaas lijnslager
Regenten van het burger- Weeshuijs deeze
Stad ten deezen representeerende de gezaament-
lijke Heeren regenten van het gemelde Weeshuijs
als alimenteerende Andries Walkart.
4e
Juff. Sophia Elizabeth Fischer wed.
Jan Heider, in haar prive en als met dezelve
in gemeenschap van
goederen getrouwd geweest zijnde.
5e
Juff  Jannetje Heider huijsvrouw van David
Rust, ten deezen met dezelve haare man gead-
sisteerd en speciaal geauthoriseerd, voor haar
zelve en nog als een dogter, en met haare
nog minderjarige Zuster Maria Heider
eenige nagelaatene kinderen en ervgenaamen
ab intestato van wijlen de gemelde Jan Heider

wonende de comparanten allen binnen deze Stad
Te kjennen geevende: dat Juffrouw Jannetje
Roos in der tijd huisvrouw van de Heer Johan
Georg Reinharf, bij het mutueele Testament
door haar met gemelde haare man op den 5e
Maij Anno 1763 ten overstaan van den Notaris
Philip Zweerts en getuigen alhier opgerecht
onder andere heeft gelegateerd en ge prelega-
teerd om naa haar mans overlijden en eerder
niet te worden uitgevoert.
Aan Jannetje Walkart, haar Testatrices Kleijn=
dogter (zijnde des eerste Comparants overledene
huisvrouw) de somm van twee duijzend
guldens eens.
Aan Margaretha Löhner, meede haare
Testatrice kleindogter (zijnde de tweede
 comparante in deeze) een gelijke somme van
Twee Duizend gulden eens.
Aan Andries Walkart haar Testatrices
Kleijnzoon (welke in het Burger Weeshuijs
deezer Stad thans word gealimineerd) Een
somme van een duizend Guldens eens
Aan Sophis Elizabeth Fisher dochter van
haar Testatrices Zuster Maria Roos, aan
haar in huwelijk verwekt door Simon Fischer
(en zijnde de vierde comparante en deezen
de somme van Een Honderd Vijftig Guldens
eens
Aan Jan Heider, de man van de voorschrevene
Sophia Elizabeth Fischer, een gelijke sonne
van Een Hondert en vijftig Guldens eens
en aan Jannetje Heider (de vijfde comparante)
dochter van de voorschreevene Jan Heide en
Sophia Elizabeth Fischer echteliede mede een somme van Eenhonert vijftig Guldens
eens
Wijders prolegateerde de testatrice mede om
na des testateurs overlijden eerst te worden
uijtgekeert
Aan Jannetje Wallkart en Margarethe
Löhner voornoemt, alle haar Testatrices
klederen van zijde, linne, wolle en andere
stoffen, mits gaders goud, silver en juweelen
tot haar lichaam cieraad verstrekt hebbende
en dat bij het voorafsterven van Jannetje
Walkart of Margaretha Löhner de over,
geblevene dit legaat alleen zouide gebieten
Waar op sij Testateuren ter laats ter dood van
hun beijde tot executeurs van deezen Testa-
mente voogden over hunne minderjaarige
Erfgenaamen als ook om het recht en de gerech-
tiheijd der uitlandigen bij de scheijdinge des
boedels waar te neemen en hunne persoonen
te representeeren en tpt administrateurs der
minderjaarigen eerder uit landigen goederen
mitsfaders om bij de het zelve Testament
omschreevene Acte van Keuze uit te brengen
hebbende gesteld de E‘ E’ Nicolaus From
Hendrik Willem Löhmer en Abraham
ten Osselaar, niet zodaanige macht als daar
bij staat gemeld, en met uitsluijting van de
Edele Heeren Weesmeesteren zoo hier als elders
welk testament door de Testatrice met er
dood zijnde geconformeert vervolgens mede
is overleeden de voornooemde Legataris Jan
Heider en nunonlngs de eerstgenoemde
Jannetje of Jannetha Walkart
En bekenden sij conparanten als nu bij deezen
ontvangen te hebben uit handen van de
Heeren Nicolaas From, Hendrik Willem
LÖhner en Abraham ten Osselaar, in
hunne voorschreeve qualiteit,
d’eerste genoemde comparant Jacob van  de Meer
in Qualiteit als boven, Een somme van Twee
duizend Guldens eens                                                     f 2000,-
d’tweede comparante Margaretha Löhner
met adsistentie van voorn: haare man een
gelijke somme van twee duizend guldens
eens                                                                                f 2000,-
de Heeren derde comparenten voor en ten
behoeven van Andries Walkart een somme
van Een Duizzend Gildens eens                                   f 1000,-
de vierde comparante Sophia Elizabeth
Fischer Uijt haar eijgen hoofde de somme
van Een Hondert Vijftig Gulden eens                         f   150,-
en nog als in gemeenschap van goederen
getrouwd geweest zijnde met voornoemde
Jan Heider de helft van een gelijke deel
somma van Een Hondert Vijftig gulden
aan hem besproken                                                          f    75,-
                                                                     dus te samen   f  225,-
de vijfde  comparante Jannetje Heider  met

adsistentie van haare man uit eijgen  hoofde
meede een somme van Een Hondert Vijftog
Gulden                                                                               f  150,-
en als mede erfgenaame  voor den
de helft in de wederhelfte van het
Legaat ter somme vaneen hondert
vijftig gulden eens aan hem als
boven besprooken                                                             f   37:10
                                                                       te samen    f  187,10
Luisterende sij gezamenlijk en respective
comparanten de voorgemelde Heeren Nicolaas
From, Hendrik Willem Löhner en Abraham
ten Osselaar en hunner hier boovengedagte  Qua-
liteit finaal en absoluut wegens  de
vordering, zonder uit hoofde an het voor-
schreeve gelegateerde iets ten hunnen laste
nog tot lasten van die boedel of ervgenaamen
van wijlen Juffrouw Jannetje Roos
te reserveeren of open te houden, in teegendeel
aannemende en behoorende hun en een ieder
van hun neevens hunne Ervgenamen ten
allen tijde en teegens een iegelijk voor alle
naamaning en aanspraak te zullen
quarandeeren, mitsgaders kost en schadeloos
berrijden onder verband van hunne respective
persoonen en goederen en de Heere derde comparanten van de minderjarige Andries
Walkart als naa rechten
Laatstelijk verklaarden sij eerste en tweede
comparanten de Heer Jacob vaan der Meer
en Juff. Margaretha Löhne met adsistentie
als vooren, dat door wijlen Den Heer
Johan George Reinhard zelve naar het
afsterven v an zijne huijsv rouw juff. Jannetje
Roos, reets aan hun voldaan en tegen tegen quitantie overge-
geeven, zijn alle haare Testatrices klederen
van zijde, linne, wolle en andere stoffen
mitsgaders goud, zilver en juweelen tot
haar lichaams cieraad verstrekt hebbende
weshalve sij eerste en tweede comparanten
 daaromtrent niets meerder hebben te preken??
deeze en de meergedagte heeren executeurs
des wegens van alle verantwoording sijn
ontslaagen.
En consenteerden sij gesaamenlijke en
respectere comparanten hier van Acte
Gepasseert binne Amsteldam, en presentie
van Jacob Nagel en Leendert van Rijn
als getuigen

dan volgen er de handtekeningen van:

Bas Backer, J.S. Lijnslager, Jacob Nagele, Jannetje Hijder, david Rust,  Leendert van Rijn, Jacob van der meer, Jan Chrisitian Boutrop, MM Löhner en een merk voor de handtekening van Sophia Elizabet  Fischer wed, van Jan Hijder.


107.305